Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Twee Poepen zagen de maan in het water schijnen.
"Een kaasje," zei de een.
"Dat moeten wij ja bewaren."
De een hield de ander aan de beenen vast en liet hem zakken. Al dieper en dieper, totdat hij verdronk.
(Zaan)
Koog aan de Zaan
Er was eens een Poep die vliegen wou leeren. Hij bond zich ganzenvlerken aan en probeerde op het land, en dat ging al zoo wat. Toen de maaitijd om was, vertrokken zijn makkers, doch hij bleef nog wat bij den baas, omdat hij toch al vliegend wel eerder thuis zou zijn. Tegen den avond nam hij afscheid, bond de vlerken aan, klimt op de plé en onder den...
Een man deed zijn behoefte bij een heg. Iemand die daar achter werkte, zag dit, stak zijn spa onder de heg door en ving de s.t.r.ont op. Toen de ander gedaan had, moest hij eens zien wat hij verricht had, maar was doodelijk ontsteld toen hij bespeurde dat er niets was. Hij heeft het nooit begrepen. (Zaan) Tusschen twee haakjes, een gewoon slot aan...
Bij denzelfden heer kwam een jood met appelen. "Wat kosten ze," zei hij. "In dien mand één cent en dien anderen twee cent." "Een cent en twee cent, twee cent en een cent, een cent twee centen," zei hij, telkens naar de manden wijzende, net zolang tot alles door elkaar lag. (Koog aan de Zaan uit den volksmond opgeteekend) (C. Bakker: `Geesten- en...
Koog aan de Zaan
Een dokter ging over een Poep. "Ben je al afgeweest?" "Ik ben nog kants nicht ab gewest." Sterker medicijnen. "Ben je nu afgeweest?" vraagt de dokter. "Ik ben nog ganz nicht abgewest." Derden dag weer sterker. "Weer nicht abgewest." "Kerel, nou moet je schijten al ben je een paard." "O, geschissen hab ik al lang, maar ik ben nog niet van 't bed...
Koog aan de Zaan
Nachtwerkertjes. Die hoorde men aan de Zaan, 's nachts als er storm in aantocht was. Zij waren voorboden van het vele werk, dat voor de timmerlieden op handen was, als door den harden wind schade werd toegebracht aan de vele molens, die er in mijn jeugd nog stonden. (C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.89)
Koog aan de Zaan
Een dokter schreef een Poep voor zijn vrouw een drankje voor: "Alle uren een lepel: vooraf goed omschudden."
Den volgenden [week] was de vrouw dood.
"Ja," zei de Poep, "ze kon het schudden niet verdragen."
Hij had haar namelijk goed dooreen geschud.
(Zaan)
Koog aan de Zaan
De heer V. op de Koog verstond de zwarte kunst. Toen Ds. W. bij hem te eten was (hij was, zoals dat vroeger vaak gebeurde, op de grauwe erwten verzocht) zaten in een minimum van tijd, diens broek-, jas- en vestjeszakken vol grauwe erwten. Een ander maal heeft hij, toen er een gast bij hem was, grauwe erwten in spinnen veranderd. De schotel was vol leven....
Bij mijn ouderlijke huis stond een molentimmerwerf. Een meid van mijn grootvader hoorde vaak 's avonds, als ze zat te naaien, druk kloppen en werken in de werf. Als ze dan ging kijken, zag ze niemand; zelfs geen licht branden. Dan zei ze: "De nachtwerkertjes zijn weer aan den gang. Nu zullen ze het wel gauw druk krijgen." Werkelijk kwam er dan binnen...
Van drie Bovenlanders. Drie Bovenlanders besloten zich in Nederland te gaan verhuren als grasmaaiers. Toen ze in Holland kwamen, waren ze erg verwonderd dat ze de menschen niet konden verstaan. Ze maakten zich daarom echter niet bezorgd, want, dachten ze, dan zullen we het Nederlandsch maar gauw leeren. Ze wisten er niets beters op om dat gedaan te...
Koog aan de Zaan
Een Engelsche dame reisde in een trekschuit. De bank waarop ze zat was hard.
"Give me a kiss," zei ze tot den schipper.
"Met pleizier, juffrouw," zei hij en maakte zich gereed tot zoenen.
Dat wilde zij niet en zei: "Nee, niet voor mijn mond, maar voor mijn KONT."
Hier wees zij op de bank.
"Dank je," zei de schipper.
(Zaan)
Koog aan de Zaan
Een dronken man moest piesen. Hij kwam onder een goot te staan. Het regende hard en de goot liep flink. Hij hoorde het kletteren. Zoo stond hij een half uur. Toen zei hij: "Ik wist wel dat ik veel gezopen had, maar zooveel! O God, houdt het dan nog niet op?"
(Zaan)
Een jood had een scheur in zijn broek. Zijn hemd hing eruit.
"O smous, je hemd hangt uit je broek," zei iemand.
"'k Wou dat er vijftig el uithing," zei de jood, "dan had ik negotie."
(Zaan)
Een voorlezer las over Adam en Eva en kwam tot "Ende Adam nu zag Eva".
Bij ongeluk sloeg hij twee blaadjes om en had de geschiedenis van het bouwen van de ark te pakken.
Hij vervolgde dus: "En bepikte haar van buiten en van binnen met pik."
(Zaan)
Een dominee gaf altijd erg hooge gezangen op. Dan ging de voorzanger naar hem toe en zei:"Och dominee, kan u geen lager uitkiezen? Ik kan het niet beschreeuwen." Dat gebeurde dan altijd. Eens echter bij een plechtigheid verkoos dominee het niet te veranderen. Morrend zette de voorzanger in, geeft een schreeuw en roept dan verontwaardigd: "Daar heb je het...
Er liep een vrouw op het Wormerveerder dijkje. Een kat liep haar steeds miauwende achterna. De vrouw kreeg medelijden en nam het dier op, maar het werd hoe langer hoe zwaarder en eindelijk kon ze het niet langer houden, maar zette het neer. Toen werd de kat een oude vrouw en zei: "Dank je wel, dat je me zoo lang gedragen hebt." Dat was een kol.
Koog aan de Zaan
Het verhaal van het tooverservetje hoorde ik aan de Zaan aldus: Een molenaar had drie zoons. De oudste erfde na zijn dood de molen, de middelste het huis. De jongste slechts de ezel. Mismoedig trok hij de wijde wereld in. Eensklaps vertelde het ezel welke toovermacht hij bezat. De eigenaar had maar te zeggen: "Ezeltje ra, tafeltje sta" en keur van spijzen...
Twee dronken lui moeten allebei hun natuurlijke behoefte doen, doch hadden de kracht niet meer om recht op te zitten. Ze besloten rug aan rug te gaan zitten. Bij vergissing haalde de één evenwel zijn buurmans pantalon onder zijn achterste. Deze knoopte de beladen broek vast. Den volgenden dag vroeg de eene buurvrouw aan de ander: "Heeft jouw man zich ook...
Bij den zelfden heer Veldhuis te Koog aan de Zaan kwam een jood met appelen.
"Wat kosten ze?" vroeg hij
"In die mand een cent per stuk, en in den anderen twee cent."
"Een cent, twee cent, twee cent, een cent, een cent, twee cent (enzovoort)," zeide hij, telkens naar de manden wijzend, net zoo lang tot alles door elkaar lag.
Van menschen die de zwarte kunst verstonden. F. De heer V. op de Koog verstond de zwarte kunst. Toen Ds. W. bij hem ten eten was (hij was zooals dat vroeger vaak gebeurde op de grauwe erwten verzocht), zaten in een minimum van tijd diens broek, jas en vestjeszakken vol grauwe erwten. Een ander maal heeft hij, toen er een gast bij hem was, grauwe erwten in...
