Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
8 datasets found
Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Eys
De zeven schepenen van Eys Honderden jaren geleden waren er in de rijksheerlijkheid Eys bij Wittem, zeven schepenen, wijze en voorzichtige mannen. Wanneer zij onder de dorpslinde vegaderingen hielden, werden die altijd geopend met een afroeping van de namen der leden. De oude scholtis (voorzitter), kon echter nooit tot het getal zeven komen. Ofwel, hij...
Van een mevrouw Maas uit Meerssen weet ik, dat ze vertelde, hoe 't rond Simpelveld vroeger spookte. Als 'n boer daar na 'n bepaald uur langs de Ieser Ling (de Eyser Linde), 'n knots, die boven op de heuvel bij Eys stond en ik meen nóg staat, al dan niet met paard en wagen, wilde, kon hij er paard en wagen ook onder verwedden, dat hij niets langs de linde...
Hij was toen maar drie maanden oud. (Hij=zoon opt [Brouwers]) En toen....... was een vrouw,........ En hij was ziek. En toen was er een vrouw in Eijs en toen zei die tegen mijn man op een Zondag na de hoogmis: Kleermaker, ik heb de jongen van jou gezien, maar die heeft hetzelfde als die jongen van mij, die sterft je, die jongen. En toen kwam de man thuis...
Ja, dat was een smid. ....... Het was in Eijs............. Maar dat weet ik niet zeker......... Enne dan kwamen 't s-avonds de vrijgezellen, dat was ook een vrijgezel die smid, en dan kwamen die 's-avonds daar bij-elkaar en dan zaten die daar zich wat te vertellen. Ja, over de mensen van Eijs en zo dan, hè. Enne,.... als ze dan daar zaten te vertellen,...
Ja, lui, als jullie eens alles wisten....... 't Kan 55 jaar geleden zijn,....dus.....en wij hadden café,........ en toen kwam een zigeunerin en die zei je de waarheid, natuurlijk. Maar dan moest je hier (en hij wees naar 't midden van de hand) dan moest je daar in een "Grosche"= (D. munt) leggen, dan zei ze je de waarheid. En allemaal die daar..... die...
De oude K. sprak vroeger ook vaker over de "sjtoep-hond", natuurlijk. Ja, dat waren allemaal knechten die op zo 'n hofsteden woonden, hè. 'n Tien a twaalf knechten hadden die. Maar na twaalf uur 's-nachts natturlijk, was eentje er tussen uit. Ja, die ging op zoek naar buit, natuurlijk, hè.......die vrat een veulen of zo iets op. Als hij 's-nachts thuis...
Ja, toen mijn oma jong was, heeft als jong meisje iets meegemaakt. Toen diende ze op een plaats op een hofstede, maar die hofstede, dat kan ik niet meer, ..... dat .... die naam is mij ontgaan, maar wel weet ik dat ze over de Karstraat sprak. Dat was, toen had ze zich thuis iets te lang opgehouden……… De Karstraat dat is daar aan Eijs, bij het kasteel...

De Hollandse kies
Wie de zeve sjepes van Eijs op ene goojen aovend nao aofloup van 'n late vergadering langs te Eijserbeek trök nao hoes wandelde, zaog te sjoute inins te maon in te water spiegele en kòntent reep er tege de andere: "Jummich, zeet ins, wat ene sjoene Hollandse kies tao op et water drijf. Dee moote veer höbbe! Et zou toch jaomer zien, um dee veur de vèsse te laote."
"Jao," reepe de andere 'm nao, "dee moote veer höbbe."
"Jewel," zag te sjoute toen bedinkelik, "mer wie kriege veer 'm?"
En al de wijze veele aon 't naodinke.
"Wach," reep te sjoute nao 'n tiedsje, "iech weet et! Zeet ger dee boum heij stoon, dee zoe sjijf euver et water is gegreujd? Dao zulle veer us aon haange. Dich, smeed, dich bis te sterrekste, haw diech tiech vas aon de tek van de boum. Zoo, noe diech, snijder, aon zen bein, en noe, geer, jonges, alleh, den eine ònder den andere. Ziezoo, en noe kom iech et underste. Dat kieske zulle veer wel kriege."
Mer wie ze dao zoa hònge, en de sjoute in et water snapde, um de kies te pakke te kriege, woort er te smeed dee et hiel vrechsje had te drage, get zwoer, en er reep: "Wach effe, jonges, iech kin et zoe neet mie hawwe; iech moot miech ins in men han speije!"
En daomèt leet er de boum los, en... dao veele miech te zeve sjepes, klabaatsj, in et water, en ze zònke wie brikstein.
Dao ligge ze vandaog nog en wee mèt volle maon langs te Eijserbeek kump, zuut ze dao ròndplatsje door et water en snappe nao de maon, dee ze mer neet te pakke kinne kriege.
(Limburg, Eys; onbekend wanneer opgetekend; in 't Maastrichts overgezet door M.E. Franquinet, Eigen Volk I, blz.114-116)

Eys