Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
20 datasets found
Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Dongen
No. 308. Ridder Klebol, die op de Verbrande Hoef woonde, was een wreed en hebzuchtig man. Eens roofde hij de gouden vaten uit de Dongensche kerk en begroef ze in den slottuin. Maar de straf bleef niet uit, want hij is door luizen opgegeten en men heeft den burcht moeten afbranden, om al dat ongedierte kwijt te raken. ...(Toelichting in de tekst)... 4)
Ten westen van dit dorp bevinden zich hoge en brede duiden. Hiernaar noemde men de plaats Dunen, wat later verbasterd is tot Dongen. (Sinn. 1929: 55) Het dorp ontleent zijn naam aan het riviertje de Donge, ook Donge-Aa of Donc-Aa geheeten. (Sinn. 1929: 55)
No. 307. In de bosschen "de Duiventoren", op de grens van Dongen en Oosterhout, moet eens een burcht gestaan hebben. Daar woonde een roofridder, die zijn plundertochten uitstrekte over heel Brabant. Zijn hand rustte zwaar op de kleine dorpen rondom, want hij was een van die edelen, die 't Bertram de Born nazegden: Zie, 't is my zoet, wanneer ik dag aan...
Ook in het priesterkoor van de oude kerk te Dongen was een gat ontstaan, en de legende van Maria's vlucht verplaatste zich naar dit nabije dorp. 3)
Mensen die met de helm zijn geboren hebben een vooruitziende blik, zijn gelukkig en kogelvrij.
Dat is nou geen wiel, maar in Dongen in een vierkant water, daarin is een slot verzonken. Dat is het slot van de Duivetoren. Dat water is zo vierkant, omdat dat slot er vierkant in is verzonken. Daarvoor was er geen water. 't Kasteel was ineens weg. Als 't erg mistig was of zoiets, of als die geesten
Als de eksters in de boom schreeuwen: binnen drie dagen weer een dode.
Een kring om de zon Geeft nooit pardon Maar een kring om de maan die kan vergaan.
Als de haan kraaide en er stond een dode opgebaard dan was er binnen drie dagen weer een dode.
Als 't paard 's zondags niet gewerkt heeft en het krijgt 's zondags te veel krachtvoer, dan had het daar last van. Dat wordt de "maandagsstond" genoemd.
We hadden een kalfje dat groeide, dat groeide te hard, toen kreeg ie de wolf in z'n staart.
[Haam:] Werd vroeger boven in een wilgeboom gehangen, dan was 't veulen gewillig en het droeg z'n hoofd omhoog.
[Met de helm geboren:] Dat waren bevoorrechte mensen.
Er brandde naast mij een boerderij af. En de mensen geloofden vast dat de pastoor de wind kon laten draaien.
We hadden vroeger boeren die een weerkaart in huis hadden. Als je die in huis had dan sloeg de bliksem niet in. Wat ik er van weet, 't was een grote kaart met grote vurige lijnen. Die kaart was ruim een halve meter in 't vierkant groot. Hij kostte een rijksdaalder.
Dat heb ik m'n grootvader* wel eens horen vertellen. Als ge in het donker door de schuur liep en de katten klommen in de balken dan was er een boze geest in de schuur, daar konde van op aan. Dan gingen ze altijd een keer extra kijken naar de koeien en de paarden.
Tussen twaalf een één in 't karspoor, ik zal u vertellen, hier woonde een Van Campen. Dat was een bandiet. Die heeft zeven boerderijen in brand gestoken. Hij ging naar de boeren toe, ze moesten geld in 't karspoor leggen, anders zou die de boerderijen in brand steken. En de boeren deden dat ook. En ze konden hem niet snappen, want hij had een kar met een...
Dat is niet zo heel lang geleden. Dat was toen met de ruilverkaveling. In 't Eendennest onder Waspik daar stond een hutje en daar woonde een heks in. De kinderen werden er 's avonds mee geplaagd.
Ik heb vroeger met soldaten aan de grens gelegen in de buurt van Ulverhout. Daar hadden de boeren altijd verhalen over dwaallichten. Ik weet wel, wij moesten een uur over de hei lopen voor we bij de grens waren. Daar moesten we op wacht staan. Die boeren vroegen dan: "Bende niet bang voor de dwaallichtjes?" Die boeren vertelden dat zo. Die dwaallichtjes...
Er was een boerenknecht, die had een accoordje gesloten met de duivel. Dan moest hij naar 't veld om de hopen mest te verdelen. Maar 't was een ondeugende knecht, hij ging liever andere dingen doen dan werken. Maar dan kwam die boer en die zei: ,Je hebt te weinig gedaan". Dan zei die knecht: "Eén zo, allemaal zo!" En dan deed de duivel 't werk, die zorgde...