Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Daer leght een Boerschap in de Drenth, niet verde van Assen, alwaer veel van dese berghjes [van witte wijven] ghesien werden/ ghenaemt Witten, 't welck misschien van dese Witten zijnen naem ontfangen heeft: hoewel dese Verckens met recht hadden behoort genaemt te zijn gheweest de Swarten. Doch ten is den Duyvel gisteren of eergisteren niet eerst aen-...
No. 35. Te Strijp staat het Nythuis (Nieuwe Huis), een boerderij, die aan den dorpsweg ligt. De bewoners hoorden herhaaldelijk de staldeuren opentrekken en weer dichtgooien. Dan was er op het erf 'n herrie van belang. Eens is de boer, met zijn blauwe pinmuts op het hoofd om geen kou te vatten, gaan kijken; hij zag achter in de wei de witjes, hand in hand,...
De naakte heks Volgens Peter de Wit, een soort helderziende, gebeurde het op 'Jentjeshof', omstreeks 1876. De paarden hadden al een paar nachten vreselijk onrustig gedaan, telkens tussen 12 en 1 uur middernacht stampten ze en sloegen dat het hele huishouden er wakker en bang van werd. De boer en de knecht besloten in de kamer naast de paardestal te gaan...
Dese witte Wijven dan/ zijn gheweest rechte Oreaes, Nimphæ Montium, Bergh-duyvelen/ Veldt-duyvelen/ Duyvelsche Spokerijen/ die door het rechtvaerdigh Oordeel en toelatinge Godts/ in en omtrent dese Heydensche begraffenissen/ vreemde en inmenschelijcke aenslagen aengestelt/ en die Heydensche menschen met haer bedriegerijen jammerlijck betoovert en...
Der wienen ris twa man yn it doarp, dy woenen de koster bangmeitsje. De tsjerke stie op it tsjerkhôf. De beide mannen stienen boppe op elkoar tsjin 'e muorre oan op in joun, mei in wyt lekken oer har hinne. De koster moest dêr lâns om de klok to lieden. Doe't de koster oan har ta wie, bleau er stean, en sei: "Dit liket fremd. Ik ha wolris twa witen boppe...
Der wienen us twa man, dy soenen in trêdden-ien bang meitsje. Sy sloegen in wyt lekken om en gongen boven op elkoar stean tsjin in muorre oan. De trêdde moest dêr lâns komme.
Doe't dy der oankom bleau er stean en sei: "Twa witen ha 'k wol ris op elkoar sjoen, mar dêr ek noch in swarten boven op noch noait."
No name
277. In het koor van de Lievevrouwenkerk bevonden zich onder de witkalk middeleeuwse muurschilderingen. Door het vocht bladderde de witkalk telkens af en dan werden kleine stukjes schilderwerk zichtbaar. Daardoor ontstond bij de katholieken het verhaal dat de protestanten, ondanks herhaalde pogingen, geen kans zagen om een afbeelding van Maria onder te...
De St.-Jan, majestueus rijzend vanuit de tijd, een echte kathedraal, waarvan het Bossche mopje ging: "Witte gij de St.-Jan?" Als de argeloze 'ja' zei, volgde schaterlachend de pointe: "Dan hedde gij veul werrek."
(Jan Koesen: 'Toen de Keizer trouwde, juichte heel de Mert', in: De Gelderlander, 24 augustus 1995.)
