Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
7 datasets found
Dutch Keywords: wilgenboom Organizations: Meertens Institute
De boeren hingen de nageboorte van een paard in een boom. Anders ging het veulen zeker dood. Dit wordt nog gedaan. Soms werd er een bepaalde wilgeboom voor gebruikt.
Een man uit Best woonde vroeger in een op een hoeve in Acht. Daar beleefde hij eens een eigenaardige geschiedenis. Als het werkvolk ‘s avonds aan tafel zat om te eten was er altijd een knecht bij die halverwege de maaltijd op stond en spoorloos verdween. Iedereen vond dat zonderling en na enkele weken werd overeengekomen hem eens af te loeren en te zien...
Een tooverheks moèst iemand betooveren, maar als zij goedgehumeurd was, mocht ze ook een oude wilgenboom betooveren. Wanneer het bed vol kransjes zit, is er iemand in huis betooverd.
DE ZEVEN SCHEPENEN VAN EYS Honderden jaren geleden was Eys, bij Wittem in Limburg, maar een pietepeuterig dorpje, maar toch werd het bestuurd door zeven schepenen, die voor orde en rust moesten zorgen. Wanneer zij onder de dorpslinde vergaderden, werd eerst begonnen met het opsommen van de namen. De oudste schepen kon echter nooit tot het getal zeven...
Nog iets. As 't paard geveulend had, de haam boven in een wilgeboom hange. Dan liep 't veulen rechtop, met z'n kop omhoog.
Jan Man van Oosthuizen kon de koorts afnemen. Hij heeft eens Jb. Bakker van de Beets de koorts afgenomen. Hoe kon men niet zeggen, maar hij kreeg dit advies mee: "Kijk goed uit als je naar huis gaat, dan zul je wel wat zien." Bij het laatste huis gekomen zag hij een wilgenboom erg trillen. Die boom is na dien dag kwijnend heen gegaan. Dit is meer...
Ik bin mei in suster fan dy troud Der wie in keapmantsje, dy sûpte bot en hy swabbere nachts in bult om. Hy hie in frou, dat wie de goedens sels en dêr makke er misbrûk fan. Se bekibbe him wol ris, mar dat wie út goederbêst. Hy joech der ek neat om, mar hy bearde altyd, dat er sa'n kwea wiif hie. Op in kear kaam der in kunde by it minske en dy sei tsjin...