Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
292 datasets found
Dutch Keywords: weerwolf Organizations: Meertens Institute
Oudtijds, zegt men, aten de weerwolven menschenvleesch en zij konden daarvan nooit verzadigd worden.
Ik heb is een zomer an 't hooie geweest met een boeredaggelder en die vertelde me, z'n vader hè, die heette Piet de Rottekeutel, tenminste zo werd ie genoemd en die was de weerwolf wel is tegegekomme. Dat was een grote zwarte hond. Dat beurde halverwege de Eiterse Steeg. Die grote zwarte hond sprong uit de linkse sloot passeerde voor 'm en dook toen weer...
De lachende weerwolf Op de weg van Meerssen naar Rothem werd 's nachts langs de Geul dikwijls een weerwolf gezien. Hij kwam op de late voorbijgangers af, schudde zijn pels en maakte hen zo van het hoofd tot de voeten nat. Had hij dat gedaan, dan liep hij een meter of twintig ver weg, keerde zich dan om, boog beleefd voor degenen, die hij had natgemaakt,...
De weerwolf van den oversten Hof Op den Overste Hof te Schaesberg diende een knecht die des morgens nooit at. Werd hem dan gevraagd waarom, dan antwoordde hij steeds dat hij geen appetijt had. De mensen van de hoeve wisten niet wat zij ervan denken moesten. Zo werd de knecht dan ook stilaan ervan verdacht een weerwolf te zijn. Hoe dat te bewijzen? Er werd...
Een boer in Lopik had zeven zonen. Zes waren d'r getrouwd. Die boer zei: .,Nou zit ik hier met die zevende zoon". Hij ging naar de bruiloft van de zesde zoon. Met die zevende zoon. Toen ze terugkwamen lag de hond maar te janken in het berggat.* Hij lag maar te halen. Een week later hoorde die boer 's nachts het grint knerpen. Hij hoorde de takken kraken....
Een man uit Best woonde vroeger op een boerderij in Acht. Daar beleefde hij eens een wel zeer eigenaardige geschiedenis. Als het werkvolk ’s avonds aan tafel zat om te eten was er altijd een knecht bij, die halverwege de maaltijd van tafel opstond en dan verdween. Natuurlijk vond iedereen dat maar een zonderling gedoe en na enkele weken werd...
Ja en dat dan een spookgeschiedenis die zou z’n eigen afgespeeld zijn op de boerderij van Dilleman op de Noordiek. Dilleman, die woonde met zijn vrouw en zijn schoonmoeder en daar diende ook ene meisje van een jaar of vijftien, zestien. D’r voornaam die ben ik vergeten, ik geloof dat ze [Trinne] heette, maar d’r [van was amelijk]. [Rouwers] woonden...
Als een vader zeven zonen had dan was een van die zeven zonen een weerwolf. ‘T is wel zo dat, bij een elkele vorige uitzending het had over de heksen, om een heks zo te kunnen herkennen, en zo herkent men ook de weerwolven. En in hoofdzaak kent men dan de weerwolven, want die moesten weer een teken van de duivel hebben, natuurlijk, dat [eh],...
2.46. De weerwolf te Budel Er was op 't laatst der vorige eeuw te Budel een man, die weerwolf is geweest en als hij zoodanig, anderen onheilen of wat het ook wezen mocht, wilde berokkenen, dan droeg hij om het lichaam een Iederen riem; want zonder dezen had hij niet meer macht om kwaad te doen dan andere menschen, zoodat hij in dat geval geen weerwolf...
De Rozendaalsche weg begon op den Velpersteenweg aan het tegenwoordige West-Einde; men kan er zich nog zeer goed van overtuigen, dat de Rozendaalsche weg en het West-Einde in elkaar liepen, voordat de spoordam zulks had belet. Aan de linkerhand van den weg had men slechts een uitgestrekt stuk bouwland, waarop een paar boerderijen en een paar kleine...
No. 187. Op het laatst der achttiende eeuw werd op deze wijze te Budel een weerwolf bevrijd. Toen hij niet ver van Heerebeek in de hei stond te turven, vonden ze den leeren weerwolfsriem, in een heg bij zijn hoeve, en verbrandden dien. Plotseling kwam de weerwolf aangerend, en wilde met alle geweld in het vuur springen, maar met man en macht hielden ze...
Mens-hond D'r is hier ok 'n verhaol over 'n grote zwarte hond. Da was 'n mens, die kwam 's avons. Dan kon ie zich verandere in 'n hond. In inne kir valt ie dan zo aon, dan springt ie op oew schouwers.
De weerwolf (man-wolf) is een man, die door het aangorden van een weerwolfsriem of -huid, een wolf wordt. De bevolking van Europa had een doodsangst voor den wolf, die zich 's winters, als de honger hem neep, zelfs in de dorpen waagde. In de 18e eeuw hield men in Peelland nog klopjachten op wolven.
nl-verhalenbank-46939
Verhalen over weerwolven: “ Elke zevende zoon is een weerwolf.”
In Wintelre moet vroeger, wel meer dan honderd jaar geleden, vlak bij de kerk, een onderaardse gang geweest zijn die uitmondde in een kelder. En in die kelder moest een weerwolf zitten. Niemand had het dier ooit gezien. Misschien waren er wel, maar die waren nooit teruggekomen. Mogelijk, want soms werd er wel eens iemand vermist. Gevaarlijk dus, die...
Van alle bovennatuurlijke wezens was de weerwolf wel het onverdraaglijkst. Heksen, spoken en duivels konden wild te keer gaan, maar de weerwolf was een echt, zij het ongevaarlijk, plaagbeest. Heel wat wandelaars kregen wel eens met hem te doen. Als men over de hei of door de bossen wandelde, kon hij je onverwachts op je rug springen, met volle geweld, en...
[De weerwolf:] Dat was onder de kleine kindertjes bangmakerij.
No. 70. Nu mag je me geloven of niet, maar ik verzeker je dat er nog genoeg heksen en spoken zijn. Daar had je nu b.v. in de Moersche bosschen onder Zundert. Daar leefde een goeie veertig jaar geleden toch zoo'n eigenaardig beest. "Den Dier" noemden ze dat spook. En ik heb ons vader vaak hooren zeggen, dat er soms menschen waren, die 's avonds een...
De paardrijder staat tusschen mare en weerwolf in. Evenals de mare, die steeds een vrouw is, berijdt hij de paarden evenals de man-wolf wordt hij verlost, door het verbranden van het voorwerp, waarin zijn toovermacht schuilt (duimstok - weerwolfsriem).
Terwijl men boven de grond voortdurend belaagd werd door vuurmannen, auvermannekes (kabouters), weerwolven en ander gespuis, was het ònder de grond beslist niet veel veiliger. De mijnen met hun zwijgende duisternis, de schimmen veroorzaakt door het licht van de mijnlamp en hun vreemde en vaak angstaanjagende geluiden waren ook een welkome bron van...