Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
1,493 datasets found
Dutch Keywords: water
Ik ha wolris heard dat de mearminnen út 'e sé op it skip ta komme en dan achter it roer sitten gean to sjongen.
[JH komt met een lijst met bijnamen van de verschillende bewoners van Spaarndam. Dit wordt onderwerp van gesprek. Er komen naar aanleiding van de lijst met bijnamen een aantal anekdotes te sprake uit de jeugd van de heren.] [26.59] JH: ... [Gericht tot GB] Wat ik tegen jou zei van ouwe Toon de Rob, van die ouwe beroepsvisser hè. Ik was kind. Voor de...
Toon Hermsen het mien, toen ik nog zonne jong was, duk dit verteld: “Ik was soldoat ien Nimwege, ± 1870. Umda ’k verlof ha, liep ik soaves ’n keer van Nimwege over den diek nor Gendt. Ik had barren dors. En wou èrs wat drinke vroage. Mar ik zag nèrs lich. Ien Haldere zag ik ien ’n huus, da bé’j de kolk on den diek ston nog lich braande. ’t Was al loat....
Twee Poepen zagen de maan in het water schijnen. "Een kaasje," zei de een. "Dat moeten wij ja bewaren." De een hield de ander aan de beenen vast en liet hem zakken. Al dieper en dieper, totdat hij verdronk. (Zaan)
Mien grootvader, z'n zoon en ne knecht, die reje met de kar en 't paard naar de markt. Naar de markt in Zeeuws Vlaonderen. Enne toen zat daar een manneke laengs de kant in 't gras, die ne broek zat te lappe. Mien grootvader die zee: "Das iets da nie zuiver is!" Maar toen komme ze d'r vlakbij en nou zee da manneke: "Zet ik 't hier, is 't lap op lap en zet...
Op in kear gebeurde it, doe kaem Jehannes my tomjitte op it wetter, doe wied er oan 't silen. Mar hy hie 't seil rjocht forkeard op 'e kop stean en hy sylde mar raek. 't Wie op 'e Jodenhel. Ik sei: "Kinstû sà wol sile?" "Jawol", sei er. Nou, ik sei: "Dû hast it seil ommers rjocht forkeard der yn."
Wonderteekenen bij zijn marteldood Toen de trawanten van Dodon optrokken naar het verblijf van Lambertus, ten einde hem te vermoorden, zagen sommigen boven de woning, hoog in de lucht, midden tusschen hemel en aarde, het Kruis des Heeren, schitterender blinkend dan goud. De Heilige Paus Sergius I vernam te Rome door een bijzondere openbaring Gods den...
RK: Kent u ook verhalen van aardstralen [...] of van die boxjes die ze daar tegen in zetten? HK: Ken ik wel. Dat was, volgens mij in de zestig en zeventiger jaren, dat je die kastjes onder je bed kon kopen. Niet dat ik er zelf in geloofde, maar ik heb er wel eens van gelezen dat die verkocht werden. En in ken het gebruik van wichelroedelopers die dus...
Spokerijen. Pa zijn vader, die brocht den paster van Den Bos (Boschkapelle) naar 'uis mee 't gerai, en dan waren ze voorbij de Sint-Annapolder voor De Kraag (onder Zaamslag) en daar ging 'et pjaerd tot aan zijnen buik deur 't water, en 'at da' water weg was, begost het 'eel 'ard te waaien, en dan slogen 1) de bôômen voor 'et pjaerd. zwaaiden.
No. 289. De bewoners van Zevenbergen waren rijker dan de zee diep is. Alle klinken aan de deuren, alle grendels aan de vensters waren van goud; alle spijkers, al het keukengerei was van zilver. Hun rijkdom was niet te beschrijven, nog minder hun overmoed. Toen geschiedde het dat er iederen nacht een meermin kwam aangevlogen, die zich neerzette op de toren...
Het gebeurde vroeger veel, dat als er een nieuwe knecht of meid bij een boer kwam, dat deze zoodra ze maar even binnen de deur was met een bak, pan of nap, soms met een emmer met water [werd] natgegooid. Na die verfrissching was zij of hij als huisgenoot aangenomen. Als een kleinkind naar grootvader of grootmoeder genoemd is en er komt bij een anderen oom...
Het ijdele melkmeisje In Oost-Souburg op Walcheren woonde een arme melkboer die maar vier koeien bezat. Zijn dochter Keetje ging elke dag met de emmers aan het juk naar Middelburg om de melk uit te venten. Zij was een lust voor het oog, en iedereen zag haar liever komen dan gaan. Het bleef dan ook niet onopgemerkt, dat ze soms een uur later in de stad...
nl-verhalenbank-9532
M'n moeder kon op een dag de karn niet afkrijge. De karn was betoverd. Toen heb ze d'r heet water in gegooid en toen kwam die wel af.
JP: En, nou ineens, over het kanaal weet ik nog wel...was 't ook wel eens dat het stroomde dan. Dan was het water hoog geweest en dan waren wij van die kinderen. En dan was de Dollard was dan eb of zo en dan stroomde het kanaal. En dan zeiden we: 'Hoe ken dat nou, dat het kanaal zo hard stroomt?' 'Och,' zeiden ze, 'd'r zal wel een koe staan te drinken...
In de aanhef stelt de dichter lief Elsjen voor, zoals zij steewaart gaat met blinkende melkemmers aan het juk. Zij ziet er maar treurig uit, vanwege haar koperen oorijzer: 'Als had geen dansdeun ooit haar 't bloed Doen hupplen in het lijf!' Japik-buur, haar vrijer, verwaardigt zij nauwelijks met een groet. Oorzaak was de jaloezie: Grietjen-buur had op het...
Ik heb is een zomer an 't hooie geweest met een boeredaggelder en die vertelde me, z'n vader hè, die heette Piet de Rottekeutel, tenminste zo werd ie genoemd en die was de weerwolf wel is tegegekomme. Dat was een grote zwarte hond. Dat beurde halverwege de Eiterse Steeg. Die grote zwarte hond sprong uit de linkse sloot passeerde voor 'm en dook toen weer...
Je had in Harmele ok een boerderij met een laan. Daar was een water. Daar hoorde ze een klap. En dan ginge ze kijken en was d'r niks an de hand.
Toen jullie klaain wasse mogge jullie dan bij 't waoter komme ? Nee je moch nooit bij t waoter komme want anders kreeg ie op ie mieter. Wier ie ok niet bedraigd met iets ? Ja je wier ok bedraaigd, dan komt de bullebak. Dus de bullebak was een waotergeest zék maor zegge. Ja nou een grôôte vis dãt doch ie. Grôôte vis met zôôn grôôten bek daer je in kõn. Ja...
M'n grootje vertelde me, dat ze op een avond, bij die boer waar ze werkte in Lopik gingen melken en toen zagen ze allemaal lichtjes boven het water van de wetering. Dat waren dwaallichtjes. Ze vielen neer op de schouwen ze dansten boven het water. M'n grootje maakte gauw een kruisje, toen waren ze weer weg.