Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Een catholyck na Delf van Den Haeg vaerende, hadt het geweldich druck met op het Haegse wapen te schempen, dat het uytgeschildert stont boven de 10 geboden, en daer immediatelijck ondergeschreven: 'Ick ben de Heere uwe etc.' 'Ergo de oyevaer Onsen Heer en de menschen palingen etc. ' 'Hoe leyt de vent hier en bruyt', seyde Jan van Ooijen, 'met het Haegse...
Een Venetiaen verachte des keysers wapen en vraegde spottelijck aen een Duytsch in wat lant dat het doch was daer de arenden twee hoofden hadden. 'In 'tselfde lant', antwoorde de Duytsch, 'daer de leuwen vleugels hebben.'
Een edelman merckende dat een dief besich was met de knoopen van sijn mantel te snijden, trock sijn mes en sneet den dief een oor af. 'Wat doe ick u?', seyde de dief. 'Gij snijt mijn knopen af', seyde de edelman. 'Daer sijn de knoopen', seyde de dief. 'En daer is u oor weder', seyde d'edelman.
Als seker graef aen een ambassadeur sijn ammonitiehuys (vol wapenen) toonde, vraegde of sijn heer oock sooveel wapenen wel hadde: 'Neen', seyde hij, 'maer mijn heer heeft twee of driehonder luyten die hem eens geschoncken sijn, maer doen hij die gebruycken wilde, con hij sooveel luytenisten niet krijgen.'
Den Haag
Alsser een deel praetjonckers dapper opsneden van haer oorlogsdaden, stond daer een snaeck bij, die sey: 'Uw dingen zijn maer kinderwerck bij hetgeene mij lest wedervaren is. In een van de beste steden van Vranckrijck zijnde, was ik curieus om de fortificatie te gaen besien. Ik was naeuwelijcx op de wallen, of een swaere donderbuy deede mij tot een...
Den Haag
Een soldaet sag er 5 á 6 aen sijn sijde sterven, die met vergiftigde pijlen van de wilden in West-Indiën geschooten waeren. R. 'De duyvel capiteyn, betaelt se met deselve munt en smeert u geschutschkogels oock met fenijn.'
Een Mennist, schipper zijnde op een klyn scheepjen, quam een Engelsch kitsje tegen dat oock maer 12 mannen op hadt. Daermede in woorden raeckende, goyde de Engelsman (bij gebrek van een ander geweer) dapper met branthout. De Mennist, oock niet luy zijnde, smeet braef wederom. Als iemant vraegde of hij dat volgens sijn religie wel vermogt te doen, seyde...
Tot Leuven mach een candidatus soo een wapen voeren als hij wil. Een backerssoon, genaemt Samuel, candidatus sijnde, badt aen een schilder dat hij hem een wapen na sijn goetduncken soude schilderen. ' 't Is wel', seyde de schilder en schilderde een ham, een mostertpot, een kanne bier en een toebacxpijp en sette daeronder: 'Samuel, willende segge same wel.'
Den Haag
VAN OUD-BOVETJE Er was eens een Oud-Bovetje, die een heleboel kinderen had. Een heette Jopie, de tweede Japie, en een derde Saartje en dan waren er nog een Jantje, een Pietje, een Ahasverusje, een Colombijntje, een Betje, een Zwaantje en nog meer van dat kleine spul. Oud-Bovetje was erg bang dat zijn kindertjes door de wolf zouden worden opgegeten en...
Een dief, die drie brantmercken op sijn rugge hadt, wiert gecondemneert om te hangen. 'Maer', seyde hij, 'mijnheeren, hangen? Denckt eens wat een schande het sal sijn andere eerlijcke lieden en heeren haer wapens aen de galg te handen.'
Een Italiaensch heer hadde (omdat hij van slechten afcomst was) het wapen van Ursini, 't welck een beer was, het wapen van Columbo, 'twelck twee duyfkens waeren en het wapen van de Aquili, 'twelck een arent was, met een ketting aeneen geschakelt. Een poëet, dese dieverij siende, maeckte dit versjen: 'Redde aquilas Aquilis, columellas redde Columbis,...
Den Haag
Hertoch Carel van Bourgondiën, genaemt de Stoute, voerde in sijn vaendels twee kruyshouten, een viersteen en een vierijser. Op seeckere winter dat het heel kout was, soo wiert hij van Renatus, hertoch van Lotheringen, verslagen en bleef oock selfs doot. 'O ongeluckich vorst', seyde Renatus, 'die de heele weerelt meende met u vierslag aen te steecken en u...
Een boer hadde tot Swammerdam een glas met het wapen van de heer Hans Wolphert van Bredenrode daerin gegeven, die daer een reys pleysterende sijn waepen haest gewaer wiert. R. 'Wie duyvel derft hier mijn waepen gebruycken?' R. ' 't Is een boer hierbij, die geen wapen en had, mijnheer, en die een glas belooft hadde te geven. Hij had sulken sin in dat...
Seker heer, die in 't eerst seer beleeft was, wierdt, soo haest hij Monsignor was geworden, seer wreedt en hovaerdig. Yemandt schreef derhalven aen sijn deur recht onder sijn wapen, dat drie bossen druyven waeren: 'Expectavit ut faceret uvas et fecit labruscas.' Desen beer liet op deselve plaets aenplacken, die den autheur bekent maeckte, soude genieten...
Dry laquais van den heer van Beverwaert, door de eersugt ingenoomen, spanden t' samen, seggende dat het beeter was dat ider haer fortuyn socht en sach hoever ider sich sou avanceeren als een heer te dienen, waervan sij, hoewel goedaerdig genoeg, geen avancement als dat van laquay te verwachten hadden. Sij dan ontsloegen sich van sijn dienst en trocken...
Eén stack een hont, die hem wilde bijten, met een halve pieck in sijn hals, dat hij stierf. De meester van den hont ontboot hem voor den rechter en seyde, waerom dat hij den pieck niet omgekeert hadde en hem met het plomp af[ge]weert. 'Waerom', seyde hij, 'quam den hont met sijn muyl en niet met sijn aers na mij toe?'
Nu zit ik alweer een tijdje thuis maar hiervoor heb ik gewerkt als beveiligingsbeambte en zo ben ik ook een aantal onverklaarbare dingen tegengekomen Mijn 1e vaste locatie waar ik werkte was het al raak, een groot concertgebouw in een stad in de Randstad. Als ik daar nachtdienst had, meed ik liever de kleedkamers, daar hing niet zo'n beste vibe. Ook...
Den Haag
Iemand een ander in duel eysschende, nam het aen en beloofde ter bestemder tijt en plaets te komen, maer alsoo hij keur van wapenen hadde, koos hij een piek. Dat den anderen soo dol maeckte, want hij was soo stick siende dat hij geen halve pieck ver sien konde.
'Het is onmogelijck, buyrman, langer met mijn wijf huys te houden soo als sij aen gaet.' R. 'Ick souw haer dat wel verleeren.' R. 'Sij is te duyvels wel gewapent.' R. 'Ick soude mij meester maken van haer geweer.' R. 'Gij kunt niet, sij draegt het in haer mondt.' R. 'Dan soud' ick haer op de schee kloppen.'
Seecker edelman sach dat een ander sijn wapen ('twelck een ossenhooft was) voerde. Hij riep hem in duel, d'ander comparerende, vraegde: 'Wat is u wapen?' 'Een ossekop', seyde hij. 'Wel, waerom willen wij dan vechten', seyde d'ander, 'want het mijne is een koeyekop.'
