Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
21 datasets found
Dutch Keywords: vlees Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Den Haag
Een vader vergat over tafel sijn kint te besorgen. 't Kint, lang gewagt hebbende, eyschte sout. De vader vraegde: 'Wat sult gij met 't sout doen?' 't Kint seyde: ' 't Vleesch daermede eeten dat gij mij geven sult.'
Keyser Verspasianus hadt een bang wesen en sach er altijt uyt of hij druckte. Iemant eens aen sijn tafel sittende, gaf al de heeren daer present een steeck, den keyser om sijn majesteyt overslaende. De keyser seyde: 'Gij vergeet mij, wanneer sal ick een beurt krijgen?' 'Soo ras, heer keyser', antwoorde hij, 'als gij gekackt hebt.'
Een pedant, die ontrent een maendt in Vrankrijck hadde geweest, quam ergens te gast daer 't vleesch een kleyn smaekje hadde, wilde dit quansuys met een aerdigen term seggen, seyde hij: 'Dat vleesch is gearriveert.'
Joncker Jacob van den Ende, tot Molenijser te Schevering zijnde, kreeg een stuck gesprengt voor sich, dat soo schrickelijck sout was, dat hij het onetelijck vondt, des hij er maer een kleyn snippertje af snee ende de rest ongeschonden af gaf. Als Molenijser hem in 't weggaen drie schellingen voor sijn maeltijdt rekende behalven de wijn, seijde hij: 'Ick...
Een hont met een kint in de keucken sijnde, alwaer een ribbenstuck overhong, de hont siende 't stuck een weynich uyt 't water kijcken en daerna happende, verbrande sich en liet grimmende sijn tanden sien, waerop 't onnosel kint dese woorden uytschoot: 'Ja, soo gij dief als gij sijt, ick sal het mijn moederken seggen dat gij 't vleesch uytte pot wilt...
De heer Cornelis van Teresteijn, burgemeester van Dort, hadde een Ariaen Roele, dat een vleyshouwer en een visverkooper was en al moy goet hadde, gaern uytgetrouwt aen May Faes, een groenwijf, die er mee al vrij dick in sat, soo van lichaem als van geldt. Hij ging er na toe, maer kreeg slechten troost. Arie quam om bescheyt bij Teresteijn. R. 'Sij sprack:...
Een edelman op de camer van een juffrou sijnde, presenteerde haer 1000 kroonen om bij haer te slaepen. Sij daertoe niet willende verstaen, presenteerde hij haer een groote somme gelts, doch sij daer niet na luysterende, nam hij de waterpot daer van haer water in was, seggende: 'Siet daer, mejuffer, ick heb voor mij genomen, dewijl het vleesch soo dier is,...
Als eenige kinderen hartig gegeten hadden ende noch meer vlees eyschten, seyden de ouders: 'Nu niet meer, eet wat kaes toe om de maeg te sluyten.' Dat gedaen sijnde liepen sij in de thuyn speelen. Een van de dochtertjes klom op de leer ende haer broertje sach van onderen op, die daedelijck na sijn vader toeliep en seyde: 'Vader, susje moet geen kaes...
"Er was een vrouw die de hamlap of biefstuk voor het bakken door midden sneed. Had ze zo van haar moeder geleerd. Waarom? Geen idee, de smaak werd er beter van. Haar moeder wist ook niet waarom ze dat deed, zij had het weer van haar moeder geleerd. Smaak beter?! Oma tenslotte op de vraag waarom de hamlap doormidden moet: `Omdat mijn vleespan vroeger te...
Wat moeyte dat Krijn dede, hij kon sijn kinderen geen kaes leeren eeten. Eyndelijck bedagt hij, dat hij se tot sijn buyrman Thomas de vleyshouwer soude brengen, als hij schaepen soude slagten. Hij ging heen en nam 3 à 4 stucken kaes mede. Als hij dan sag datter het schaep aen moest, soo hieldt hij het een stuck kaes voor de mondt, seggende: 'Schaepje, eet...
De heer Huybert Roseboom, requestmeester van Sijn Hoogheyt, domine Hendrick de Roij en doctor Petrus August Romf, aten in het leger voor Naerden met malkander. Sij kregen anders niet als een koude kapoen met haer driën. De Roij: 'Is dat nu niet wel, men souw er een bruyloft om versuymen: natura paucis contenta. Siet eens hoe vriendelijck dattet er uytsiet...
Een Engelse vrouw quam in de hal en sey: 'Ey vrouwtje, cutt mij dat stuck vleysch.' R. 'Foey vrouwtje, hoe spreeckt gij soo ongeschickt?' R. 'Hoe souw ick dan seggen?' R. 'Wel, snijt me dat stuck.' R. 'Wel, is ons Englisch "cutt" niet soo goet als jouw Hollansch "snij"?'
Een vrouw konde 't haren man noyt van pas maecken, want als sij gebraden hadt, wilde hij gesoden hebben en als sij gesooden hadt, gebraden. Op seeckeren tijt als hij seer preutelde eer hij de spijse gesien hadde, soo seyde [sij]. ('t vleesch aengebrandt sijnde): 'Liefste ontstelt u niet, want gij sult vandaeg uyt eenen pot gesoden en gebraden eeten.'
In een groot onweer op zee, terwijl elckeen badt, liep een seecker man na het eeten en at schrickelijck veel gesoute vleesch. Als hij daerover seer berispt wiert, soo seyde hij: 'Dat doen ick omdat er een dronck op smaken soude, want ick sal lichtelijck sooveel vandaegh moeten drincken,als ick van mijn leven gedaen hebbe.'
Doe Maerten Tijssen Anckerhelm in Sweden op een maeltijt sat, seyde één in 't Sweets: 'Scheer me kuth.' Maer één siende (die wat Hollands kende) dat Anckerhelm root wiert, seyde: 'Mijnheer, het is van vleesch dat hij spreeckt.' R. 'Wel, wat droes, het is tot onsent oock geen visch.'
Een vleeschhouwer, hebbende een schoone vrouw die wat gerieflijck was, seyde: 'Het schoonste vleesch is het alderquatste voor de vliegen te bewaeren, daerom is 't geen wonder dat er de worm soo ras in is.'
Een gierige paep hadde lang belooft sijn gemest varcken te slachten, maer altoos bang sijnde voor dat wegsenden van de beulingen, ging met de koster te rade. R. 'Slacht het bij nacht en segt dat het varcken gestoolen is.' Hij dede soo, maer de koster om de paep niet leugenachtig te maecken, stal het varcken suyver weg. De paep quam 's ochtens vroeg al bij...
Uit de hand gelopen studentengrap of ontgroening: kruipen door verrot vlees. Mensen die wonden hadden liepen een infectie op. Dit is bij Laurentius (Leiden) gebeurd. Het vlees is nu vervangen door groenteafval. (Natasja en Chris te Den Haag, 7-11-1995; notulist Annemieke van der Velden)
Een arme vrouw, haer soontje dapper slaende omdat hij soolang uytgebleven hadt, so seyde hij, soo sagh dat hij gesien hadt dat sij er niet vroeger soude vandaen gekomen. De vrouw vraegde wat hij dan gesien hadt, waerop hij antwoorde: 'Ick sagh een hont in een wiel die gebraên vleesch spon.'
Jurriaen was besigh om een osse te kopen. Claes, sijn knegt, was er bij. Hij sogt er één uyt, na sijn sin de beste, en beval Claes, dat hij het beest oock eens soude betasten. Claes was terstont met de vuysten bij de kniën en schoncken. R. 'Wat koeckoeck begin je? Sul je daer voelen, Babock?' R. 'Ja heer, ik voel het beest daer ik het eten moet.'