Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
236 datasets found
Dutch Keywords: vis Organizations: Meertens Institute
De doomny út 'e Koaten stie op in snein op 'e preekstoel. Wylst seach er in fisker, dy't oan 't fiskjen wie. Doomny mocht sels o sa graech fiskje, dat syn gedachten wienen hyltyd by de angel fan 'e fisker, en sa nou en dan seach er dy kant út. De fisker krige byt en helle op. Doomny wie sa bot fordjippe yn 'e fiskerij, dat hy rôp: "Waarachtig een karper!"
Dat zilvere dingetje, dat je in een vis vindt, dat is het zieltje van de vis.
DUIVELS IN DE KERSTNACHT Het was een koude, donkere kerstnacht, dat het boerenvolk met een klok op weg was van Sevenum naar Deurne. Ze trokken de klok op een kar over de Peelwegen, juist toen de heksen daar hun heksensabbat vierden. Plotseling brak een wiel van de kar en de kar viel met klok en al in een diepe kuil. Die kuil was even tevoren door de...
’t Geet over ’n droom, die ’n vörbeduisel was. Ik was op ’n zaterdagoavend op de gewone tied, ongevèr elf uur, nor bed gegoan. Ik wier um zowat één uur wakker. Vör die tied had ik gedromd van een grote vis, die nor mien toe kwam zwemme. Ik het toe de lamp ongestoke en ’n poos gewach en zie toe wer ien sloap gevalle. Ik dromde wer over de vis. Hé’j kwam...
Toen jullie klaain wasse mogge jullie dan bij 't waoter komme ? Nee je moch nooit bij t waoter komme want anders kreeg ie op ie mieter. Wier ie ok niet bedraigd met iets ? Ja je wier ok bedraaigd, dan komt de bullebak. Dus de bullebak was een waotergeest zék maor zegge. Ja nou een grôôte vis dãt doch ie. Grôôte vis met zôôn grôôten bek daer je in kõn. Ja...
Een koninkje onder de vissen, dat vang je meestal bij een grote school. 't Is helemaal glad. 't Ziet zowat bruin. As wij zo'n beessie vange, dan late we 't weer zwemme. Waarom weet ik eigenlijk niet. Zo'n vissie is dun van vel.
Van een vos, die den beer visschen leerde, kent u zeker? De beer hengelde met zijn staart. De staart vroor in het ijs, knapte af en daarom heeft de beer zoo een korte staart.
Potjeslatijn inzake joekels van vissen aan de lijn, waarover men keuvelt als een kleiduif met heimwee. Aan de Merwekade werd/wordt volgens sommige van deze verbale blufpokeraars, met de werphengel hele vette paling gevangen, zó dik als kinderarrempies, waaran temet de hele buurt een maaltjie heb. De een flikt ém dit met kaas, de ander met wurreme, en een...
Polder Boerenverdriet/ Moordplaat -Brabantse Biesbosch, Werkendam Het verhaal gaat dat een boer twee zoons had die niet best met elkaar konden opschieten. Dat deed de boer veel verdriet. Ze woonden (hoe kan het anders) in de Polder Boerenverdriet. Op een dag liep de ruzie tussen de twee zoons zo hoog op dat de een de ander met een hooivork in de rug stak....
Overstroomingen. De eerste overstrooming, waarvan gewag wordt gemaakt in historische tijden, is die van 860. Het grootste gedeelte van het Sticht liep toen onder en de loop van den Rijn werd verlegd. Men zegt dat de golven, die over de duinen sloegen, tot aan de sterren reikten. Bij den Allerheiligenvloed van 1170, waarbij 't meer Flevo zooveel grooter...
Het ontstaan van de scheldnaam 'Roggestekers' voor de Weertenaren Lang geleden kwam er eens een kar met vis door Weert gereden. Hoe het kwam, kan niemand vertellen, maar er is toen een rog van de wagen gevallen en die lag toen midden op de weg. Niemand had ooit zo'n afschuwelijk beest gezien. En niemand durfde er kortbij te komen. Iedereen was er bang...
Snoekenvet werd gebruikt tegen wonden.
WW: Dat huis waar die Henk Kremer [zie onder Verteller in de Volksverhalenbank ldaar] nu woont, daar woonde voor die tijd een keuterboertje, jammer dat die dood is...dat was de man voor u. Sint Annen [...] had een prachtig dorpscafé [...] die kwam dan, dan een paar...twee of drie jenevertjes drinken en dan ging-ie weer weg hoor, maar daar had-ie toch...
Je vong vroeger wel is een vissie zonder schubbe. Geen schub d'r op. "Kijk, daar heb ie de grote baas!" zeje ze dan. Ik heb ok wel is een witte zeelt gevonge.
Van een jongen en een heer. Er was eens een arme jongen die diende bij den boer voor zwijnenhoeder. Op zekeren dag, toen hij het toezicht had op eenige biggen, kwam de heer van het nabijgelegen slot daar voorbij en vroeg hem: Van wie zijn die biggen, jongen? «Van de zeug,» zeî de knaap. «Het komt mij voor, dat je geen onnoozele bloed zijt,» zeî de heer,...
nl-verhalenbank-51045
Van den paep van CALENBERCH. Die paep van CALENBERCH in OOSTENRIJCK, hadde eens eenen uutnemenden schoenen, grooten vische dye hy den hertooch schencken woude. Ende doen hy voor der poorten quam, en woude hem die poortier niet inlaten, hy en moesten hem geloven dat hi den drinckpenninc half hebben soude. Dwelc den paep verdrot, dat dese poortier so...
Bij kinderen die kwaaie ogen hadden, hielden ze een levende zeelt in de nek.
'Jij weet Neef Kaaiman', zei Anansi op een dag, 'dat ik eigenlijk al lang naar de stad moet, naar mijn eigen kindertjes. Ik moet nog zes rivieren oversteken. Weet jij hier in de buurt een boot te leen?' 'Tja,' aarzelde Kaaiman, 'als ik niet hier voor mijn eieren moest zorgen, dan kon ik je natuurlijk wegbrengen ...' 'Nee, nee nee, dat hoef je echt niet!'...
nl-verhalenbank-46256
Het verhaal van Banansie en Makuba en hun 12 kinderen Banansie is een zwarte spin in Suriname. Op een ochtend vroeg Banansie zijn vrouw: "Wat gaan wij vandaag eten?" Dit vroeg hij aan Makuba. "Ik weet het ook niet, want gistermorgen was het restje uit de pot." Banansie liep heen en weer met zijn handen op zijn hoofd. Toen kreeg hij een idee. Hij gaat naar...
Mannetje Tinderlanteen en de frou Isebel wennen ûnder in pispot. It mantsje giet to fiskjen en hy fangt in prachtich moai gouden fiskje, en dat fiskje sjocht him sa oan en smeekt him, dat it wol sa graech wer yn 't wetter, dat hy krijt meilijen en smyt it der wer yn. It fiskje komt wer boven en seit: "As dank meije jo trije winsken dwaen." Mannetje...