Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
'Foey, schaemt u, ghij luyaert', seyde Robbert tegen sijn soon, 'ghij verslaept uw geluck. Hier is eens een boer geweest in het dorp die des ochtens vroeg in het ploegen een beurs met vijfhondert guldens aen gelt vond.' R. 'Ik geloof 't wel, vader, maer die de beurs verloren hadt, was noch vroeger op.'
Richard, coning van Engelant, kreeg in een bataille den bisschop van Beauvais in sijn volle harnas gevangen. Hij liet het hem oock noyt uyttrecken. Als nu dat den gemelten bisschop geweldich verveelde, quam er schrijven van den paus Celestinus aen den coninck met versoeck dat het harnas af mochte raecken, 'twelck geschiet sijnde, wiert het gesonden aen...
Een vent, sijn geselschap wel waerd, hadt den ganschen dag sijn Schut wesen soecken. 's Avonds vermoeyt zijnde en desperaet van honger, quam hij in 't selschip, daer hij sich beklaegde over het verlies van sijn hondt. R. 'Ey, kom, weg is weg, speelt met ons een verkeertje.' R. 'lck kan niet, sij wachten mij te huys met eten.' R. 'Blijft noch een uyrtje...
Den Haag
Den apotheker d' Assigny vertelde hoe hij, met sijn bruyt verlooft sijnde, buyten in geselschap op een wooning met haer was, daer sij malkanderen oock uyr sette om 's nachts bijeen te komen, 'twelck misluckte. R. 'Hoe quam dat bij?' R. 'Die andre prijen dit merckende, speelden mij hondert parten en namen de bruyt met haer achten en leyden se op een...
Een jonge juffer, aen één gehuwt sijnde die somtijts een gansche dach sonder spreecken doorbragt, ontstack bij die gelegentheyt een kaers, doorneuselende alle hoecken van 't huys. De man, dit een wijl aengesien hebbende, vraegde haer wat sij sogt, waerop sij antwoorde: 'Liefste, u tong. Des verheug ick mij dat ick se (hoewel met groote moeyte) weder...
Een jongeman van Vlaerdingen, iets willende vertellen van 'tgeen hij in Vranckrijck vreemts of kluchtichs gesien hadt, seyde: 'Doen ick in Vranckrijck was, was er een geck.' Een ander viel hem terstont in 't woort (eer hij half uyt vertelt hadt) en seyde: 'Dat is waer.' Hij dit merckende, seyde: 'Dat kont gij op mij niet appliceeren. Te Vlaerdingen sijn...
Den Haag
Govert, een schrickelijck slampamper en quaedspreecker van ydereen, wierdt hartig sieck. R. 'Hoe gaet het al buyrman?' R. 'Och, seer slecht, ick ben mijn memorie en apetijt quyt.' R. 'Swijgt stil en laet se niet uytklincken, want die se allebey, of een van tweën gevonden heeft, is een bedurven man.'
Iemant seyde: 'Ick heb mijn verstant en memorie verlooren in dese sieckte en meen se niet uyt te laeten roepen, want die se gevonden heeft, is er lelijck mee gebruyt.'
Den Haag
Ick vond in Den Haegh bij 't Halstraetje een verroeste duyt; het was juyst op eens sondagh tegens de middag dat ik, geen arm mensch sag om se te geven. Daer sat bij geval één met knap-koeck te koop. R. 'Ey vroutje, wil je dit duyt eens aen een arm mensch, als er een verbij komt, geven?' R. Jae, gaerne mijnheer.' R. 'Wel sie, daer is dan een stuyver voor u...
Iemant aen een juffrou vraegende of sij niet wist waer Vogel woonde, soo antwoorde sij: 'Neen.' Hij daerna weder voorbij het huys comende, soo vraegde sij hem of hij terecht geraeckt was, waerop hij 'ja' antwoorde. Sij daerover verwondert sijnde, soo seyde hij: 'Ick most bij Vinck sijn. Ick wist wel dat het een vogel was.' Waerop sij antwoorde: 'Dat...
Een kael edelman, bij nacht dieven in sijn huys hoorende riep: 'Wat droes komt gij hier bij nacht soecken, daer ick doch bij daeg niet vinden kan.'
Een vent met sijn bruydt de gang uytgaende, soo viel de kaers uyt de blaecker. Sij wroeten allebeyde daernae. Hij sich houdende of hij se gevonden hadt, gaf haer in plaets van de kaers wat anders in de hant, 'twelck sij soo quaelijck nam, dat niet alleen het huywelijck afraeckte, maer oock dat sij hem daerboven aan de heeren beklaegde, aen welcke sij...
Den Haag
Een vent, die doodkranck lag, wierdt elck oogenblick van een bagijn aengeport om het heylig avondmael te ontfangen, maer hij wilde daer gansch niet toe verstaen, omdat hij dan waende eerder te sullen moeten sterven, jae, wierd er soo grijnig over, dat hij seyde: 'Soo gij mij daer meer van spreeckt, soo sal ick yewers anders mij laeten brengen daer mij...
Op sommige plaetsen in Duytslant noemt men de burgemeesters: 'Haere Wijsheyt'. Een boer dan seecker burgemeester (die de gaeuwste niet en was) lang gesogt hebbende, vont hem niet voor 's avonts. 'Och', seyde hij, 'ick hebbe Uw Wijsheyt den ganschen dach gesogt, maer heb se niet konnen vinden.'
Een gaeuwdief, op de Frankfoorder Mis, hadde in een stuckje leer wat loot en andere vuyligheyt gedaen, daernae het netjes toegebonden en bezegelt. Soo op de marckt koomende en onder den drang der joden zijnde raepte hij dit van de straet op daer hij het eerst gesmeten hadde. R. 'Wie heeft dit verlooren?' R. 'Ick, ick, ick, geeft maer hier.' R. 'Siet. daer...
Den Haag
Een schuldenaer van een Fransche cramer hadt langen tijt het Halstraetjen gemeyt, doch de Fransche cramer hem elders vindende, seyde na veel propoosten: 'Mijnheer, gij weet immers wel dat er noch soo wat staet.' ' 't Can sijn', seyde hij, 'maer staet er noch wat, het staet mij niet in de weegh. Staet het u in de weech, gij cunt het wech doen.'
Den Haag
Een vent droomde dat hij een grooten schat in een acker vondt. Sij was te swaer om voor hem alleen te draegen. Hij resolveerde dan een houdtje daer bij te steecken maer, dagt hij, dat mogt andere oock aenleyding geven om daer te soecken, of het mogt verwaeyen, of bijgeval uytgetrocken werden. Het is best een goeden dreck daer neer te leggen, dat gaet...
HIER IS EEN KIND VERMOORD Op de Korte Vijverberg in Den Haag, aan de Vijverzijde, ligt in het plaveisel een viertal stenen: S(uyd), W(est), O(ost) en een kompasnaald die naar het noorden wijst. Volgens de verhalen van oude Hagenaars ligt onder deze stenen een kind, dat aan de Vijver werd vermoord en dat op die plek met uitgestrekte armen werd begraven....
Den apotheker Gideon d' Assigny vertelde mij hoe hij met sijn bruydt al verlooft zijnde, buyten in geselschap op een wooning met haer was, daer sij malkanderen oock uyr sette om 's nachts bijeen te koomen, 'twelck misluckte. R. 'Hoe quam dat bij?' R. 'Die anderen prijen, dit merckende, speelde mij hondert parten en namen de bruydt met haer achten en...
