Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
99 datasets found
Dutch Keywords: verwonden
Dan wou ik nog even een kort verhaaltje vertellen in aansluiting op die die uh verloren pink [ja]. Ik heb hier namelijk nog een verhaal uit het plaatsje Breugel, daar reed een voerman - zich van geen kwaad bewust - over een brug. Opeens zag de voerman zich omringt door een leger zwarte katten. In angst trok hij zijn mes en wierp dit naar de beesten. Daar...
Vroeger waren hier grote schure bé’j de boerderé’jje. Want d’r wier nog veul zoad verbouwd. Da mos ’swinters gedors worre. Me twee, drie of vier vlègels. Op ’n keer waren ze bé’j ’n boer me vier man on de geng. Den onderboas mos zörge da alles goed gieng. Ze waren al inkele dagen on ’t wèrk. En d’r zat ielke mèr dezelfde kat op dezelfde plek opte...
Lodewijck, hertoch van Beijeren, begeerde vier wackere kaerels te hebben tot sijn lijftrauwanten. Als men nu vier venten vol schrammen en littekenen bracht, soo seyde hij: 'Ick geloove wel dat dit brave vogels sijn, maer die haer dese littekens gegeven hebben geloove ick dat noch braver sijn en die wenschtte ick liever in dienst te hebben als dese.'
Zwaan Kleef Aan Er was eens een beeldschone prinses die niet kon lachen. Haar mondhoeken hingen altijd omlaag en nooit klonk er eens een vrolijk giecheltje of een heldere schaterlach uit haar mond. De koning probeerde van alles om zijn dochter aan het lachen te krijgen. Eerst ging hij zelf een paar keer op zijn kop staan. Toen dat niet hielp liet hij...
Ja jong, dr gebeurden vrouger meer gekke dingen, hoast nait te leuven. Doar hadden wie zo 'n Derk Gap, dei bekend ston dat e heksn kon. Wilm Snieders har vreselk last van de i keerl. Wilm was lutje knecht bie d boer en sluip mit grode knecht in de snikke (slaaphokje op de deel, F.W.). s Nachts kwam Derk en gung Wilm op de haals zitn, den kreeg d jong...
Iemant sey, dat hij in den oorlogh een van 's vijants leger ontmoete, dewelcke hem met de pieck recht in de mont stack, dewelcke hij voor stucken beet, en spoude hem 't eyser recht in 't hert dat het achter uytvloogh.
Een philosooph, die een moetwillegen boef bestrafde, wiert van hem met een steen een gat in 't hooft gegoyt daerover hem de luyden rieden, dat hij terstont bij den borgemeester sou gaen. 'Neen, bij de barbier is 't noodiger', seyde hij.
En ook hiervan wil ik graag een voorbeeldje vertellen, dat zich afgespeeld heeft in Steensel, dat is een klein plaatsje bij Eindhoven [ja]. Daar stond vroeger een eeuwenoude lindeboom op een afstand van ongeveer honderd meter van een oude molen in het gehucht Schadewijk. Bij deze lindeboom hielden vroeger de heksen, in gedaanten van zwarte katten,...
Als iemand zich heeft verwond aan een roestige spijker moet hij de spijker uit het hout trekken, hem in een rauw stuk spek steken, daar laten zitten en de wond ontsteekt niet en is in een wip beter.
Ik heb n jonge man kend, die op n avend over de hei luup en iniens deur ien bie t bien greepn wier. Die kneep hum stief in de kuutn. Ik heb de vingers in vlees staan zien. Dat bien wur hielemaal dik en daarbie begun ie krom te trekn. De hakke zat in t leste biena veur de kont. Ze binnen toen naar de pestoor gaan en diehef et bien bezet. En langzoamerhand...
Een koningsdochter was op de jacht. Zij verdwaalt. Komt een buffel tegen. Zij valt in zwijm. Daar komt een sterke kerel aan. Hij schiet en verwondt den buffel. Onderwijl wordt zij weggedragen. Onderwijl vecht de kerel met den buffel. Zijn hond wil hem helpen. Dien jaagt hij weg. De buffel schramt hem in den rug. Op 't laatst doodt hij hem. Hij neemt hem...
Heksen: Mijn schoonvader woonde vroeger in Kessel op de boerderij de Heikamp. De paardenknecht trof op een zekere keer de paarden ’s morgens kletsnat bezweet, zenuwachtig, en met gevlochten manen en staart aan. Dit herhaalde zich meermalen, en ook op Jentjeshof in Kessel kwam hetzelfde te gelijkertijd voor. Men vermoedde, dat er ’s nachts een heks in de...
Toovenaars. Op de Rouaansche kade te Middelburg stond een meid de stoep te schuren. Toen ze een emmer water uitgooide, werd een matroos die juist voorbijkwam, flink bespat. De meid lachte, maar de matroos zei: "Ik zal je wel krijgen." Toen de meid 's avonds naar bed ging en zich had uitgekleed, kreeg ze onverwachts een klap van een onzichtbare hand. Dat...
2.89. Een teut uit Bergeik in Duitschland vermoord Ruim eene eeuw geleden, verbleef een zeker Teut, Ooms geheeten, in Duitschland. Toen hij eens met eenen zijner knechten om handelszaken op reis ging en in een groot bosch kwam, dat zij moesten doortrekken, schoot die knecht hem van achteren een kogel door het lichaam. Ooms stortte ter aarde, waarna de...
HEt stont dair tot eenre stont Een ezel waren end een hond Onthouden myt enen riken man Die den hont seer lieff gewan Wan hi speelde dair tegen Die hont spranc op ende queecte sinen staert Ende lecte sijn heer omtrent sinen baert Dit sach die ezel boudewijn Die zeer deerde in therte sijn Ende sprac hoe macht wesen Wat ist dat mijn heer aen desen Vuylen...
Mij werd verteld dat het roodborstje een roode borst heeft, omdat het aan den doornenkroon van Jezus pikte en zich daarbij verwondde. (Uitdam)
Een die een wackren douw met een opsteecker in sijn wambays gekregen hadde, begon wat na aen de doot te komen, soodat de vrienden hem begosten te vermanen, voornaementlijck daerop dringende dat hij de fout sijn evennaesten, schoon hij sijn vijant was geweest en d' oorsaeck van sijn doot was, van harten vergeven moest etc. Maer hij hadt er geen ooren na,...
Er was es n maal muller, waar de knechtn dood gungen. Zeuvn had ie had; boovn in de meuln sturvn ze. In t leste kon ie dr gienend meer kriegn. Tot er n jongkeerl kwam, die et aandurfde. Ie zee teegn de muller: “Ik blief de hiele nacht boovn in de meuln; maar ie maggen morgn niet veur zeuvn uur bie mie komen.” Dat gung aan. De nei-e knecht blift s nachts...
Omtrent Grietje Holleman nog het volgende. De kol zit vaak in een kaars. Voor jaren was zij ook aan het kollen en had zitplaats genomen in een kaars. Om de kol te verwonden gaf men een snee in de kaars en den volgenden dag bleek dat G. Holleman een snee over den neus had. Zoo is men te weten gekomen dat zij kollen kon.
Eenige jongens te Wirdum, op zekeren avond ijverig spelende, werden daarin verstoord door de verschijning eener groote zwarte kat. Deze was eene heks, die moest er aan gelooven. Zij werd vervolgd met steenen en knuppels, en aan een harer achterpooten zoo goed door een steen getroffen, dat zij na tweemaal over den rug te zijn gerold, zich angstig verschool...