Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
212 datasets found
Dutch Keywords: teken Organizations: Meertens Institute
Wonderteekenen bij zijn marteldood Toen de trawanten van Dodon optrokken naar het verblijf van Lambertus, ten einde hem te vermoorden, zagen sommigen boven de woning, hoog in de lucht, midden tusschen hemel en aarde, het Kruis des Heeren, schitterender blinkend dan goud. De Heilige Paus Sergius I vernam te Rome door een bijzondere openbaring Gods den...
Een krans van vere in het kusse, dat had je wel as een kind ziek was geworde. De vere ware roze geworde. Dan was 't kind betoverd.
De bloudvlekken van Loppersom In 't Rechthoes van Lòppersom was 't weer es zo wied. De Rijer zat ter te recht in de haarbaarg De Roos net tegenover de òlle pasterij. Vot ter bie was 't Lòpster Koakhaim, doar de giezelpoal op ston, en doar nou wel gaauw weer es 't schevòt of de gaalg opricht wòrden zol. Van der ston 'n jongkerel veur de òlle redger, dij 'n...
Nu wert gevraeght/ of men niet eenigh bewijs soude konnen uytvinden/ uyt wat Landt of Landen dat onse hierlandtsche Reusen zijn van daen gekomen? Sal daer op dienen tot bericht/ dat 'et wel soude konnen waer zijn dat eenighe Reusen, van Josua verjaeght uyt den Lande van Canaan/ herwaerts souden ghevlucht zijn/ om in dese quartieren veyligh te leven: maer...
M'n vader heb ik wel is hore spreke, ze hadde een geel licht gezien. Dat was een teken van gevaar. Ik dacht eigenlijk dat 't iets met de veepest te make had, maar dat weet ik niet zeker meer. Maar een teke van gevaar was 't in alle geval.
De stelling van Maarten 't Hart: De mensen geloven alles, die poema bestaat niet Al weken is het land in de ban van de poema die de Veluwe onveilig zou maken. Allemaal onzin, zegt Maarten 't Hart tegen Elsbeth Etty. Vijftig man politie zitten op de Ginkelse hei bij Ede achter een levensgevaarlijke poema aan. Als de Stichting Pantera het dier niet op tijd...
nl-verhalenbank-41049
Ze hemme vroeger duk verteld, da ome Jan, ’n bruur van mien schonvoader, mitten helm gebore was. Zo iemes kan van alles van teveure zien.
No. 268. Goyard van Engeland, schepen van 's-Hertogenbosch, die in 1602 stierf, was eens met zijn knecht op zijn landgoed te Nuland. Daar zagen zij, dichtbij hen, een monnik in het habijt der capucijnen; hij knielde met gevouwen handen, als in gebed verzonken. Toen ze hem naderden, was hij plotseling verdwenen. Den volgendendag verscheen de monnik wederom...
Padden: Het geknor van padden gold altijd als een zeker teken van regen. Een pad is een griezelig dier, en men had aan deze gluiperds een grondige hekel. Men beweerde, dat ze vuur spuwden, als men ze te dicht benaderde.
Een van de edellieden van de mareschal de Gramond tot Franckfort sijnde, seyde tegen een Duytsch: 'Wel, wat heeft de keyser een schrickelijcke groote mondt.' R. 'Dat's een teecken dat hij van 't huys van Oostenrijck is. Maer wat voor een teecken heeft uw koning om te betoonen dat hij van de rechte linie van Bourbon is?'
Exempel. Het was een goet man ende een vrouwe, die hadden een langhe wijl die een mitten anderen wel ghelevet. Ende die viant leyde hem mennighe stricke te becoren, mer het en halp hem niet, want si biechten ende beedden ende gaven haer aelmissen ende diende gode vlitelic. Ten lesten becoerdense die viant mit onbescheydenre bedroefnisse, ende en wisten...
Als een zwaluw zijn nest aan een huis timmert, blijft dit bewaard voor blikseminslag. Als men een mes op tafel werpt, valt het meestal opzij; valt het echter met het scherpe naar boven, dan komen er ongelukken; valt het integendeel met de rug naar boven, dan komt er een bruiloft. Wanneer de koffieboonen in den trom springen, komt er spoedig wind. Als de...
Van die godlike soeticheit die een prior bi haer voelde; van die prophecie haerre doot. Ca. XXXVI DEse heileghe maghet wist haer doot te voren langhen tijt, alst menich mensche aen haren woerden wel hadden vernomen. Want in dat selve jaer van XXXIII des saterdaechs voer Quinquagesima, op Sinte Peeters avont, quam tot haer een prioor om somighe saken die...
In de geboorteplaats van mijn vrouw werd een klavertje vier als teken van geluk altijd in het kerkboek bewaard.
[42.41] SS: Nou dit is eh van Jan van Scorel. Men zegt ook weleens Scor-è-l, maar het is Scorel. Zijn pa was pastoor in Schoorl, in Noord-Holland. […] En uhm dit schilderij is in opdracht van eh René van Châlon gemaakt, en René van Châlon is de man met dat ringbaardje die hier naar zijn pa kijkt met die gele kraag, dat is Hendrik III. [verteller wijst de...
In de Purmer woonde een rijke boer. Deze had een zoon, die niet wilde oppassen en reeds een boereplaats door zijn keelgat gejaagd had. De oude man besloot zich arm te houden en stopte al zijn geld in den balk in de woonkamer, en maakte op de plaats waar het deksel was een kram. Toen hij zijn eindje voelde naderen, spiegelde hij zijn zoon het schrille van...
Een van de edellieden van Mareschal de Gramond tot Franckfurt sijnde op de waeldag, seyde tegen een Duytsch: 'Wel, wat heeft de keyser een schrickelijcke groote mondt!' 'Dat is een teecken', seyde de Duyts, 'dat hij van 't huys van Oostenrijck is. Maer wat voor een teecken heeft uw coning om te betonen dat hij van de rechte linie van Bourbon is?'
In Utrecht was een man, die in de kourant adverteerde, dat hij van iedereen de gedachten kon raden. Nu was een prof. uit Leiden, die dat las en dacht: "Dat moet ik toch eens beproeven of het waar is." Hij schreef dus de gedachtenlezer, dat hij komen zou, en toen die den brief kreeg, dacht hij: "Dat is een kwade zaak, zoo'n geleerde, daar kon ik wel eens...
Der wienen ris trije poepen yn 'e ûngetiid. Se wienen om hea út. Doe fornommen se dat se de byntstok forgetten hienen. Der wie ien lange keardel by, dy sei: ik sil wol boven op it foer lizzen gean, dan bin ik de bynstok. Hy gong plat op it hea lizzen, doe leinen se him foar in tou om 'e nekke en achter om 'e fuotten. As er it binaud krige moest er mar...
Als er een uil roept is er een sterfgeval op komst.