Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
147 datasets found
Dutch Keywords: spreuk Organizations: Meertens Institute
Iemant siende een degen van een blode persoon leggen, schreef daerop: 'Gij en sult niet doden' (verstaende daerdoor dat het noyt daertoe komen soude, want de meester soude wel doorgaen eer het sooverre quam.'
Dit kan van geslacht op geslacht overgaan. In onze familie is dat misschien wel 200 jaar lang gebeurd. Mijn grootvader, Steven Geveling, heeft het overgegeven aan mijn vader, Willem Geveling, en die weer aan mij. Mijn vader had zes zonen en één dochter. Hij zei, dat slechts één het bespreken kon overnemen. De anderen mochten de woorden wel eens horen of...
[42.51] GB: En b...bevoorbeeld a...als je hier d...bij de Kolksluis neemt. Daar heb je eh waar eh s...s...zijn zoon [Doelend op de zoon van palingroker van Ballen] eh Ton dan woonde eh heb je dus ee...een tekst op 't huis, 't heet ehm 'Al te zot kan niet bezinnen, al te...' ehm hoe heet 't ook alweer... 'Al te...te zot kan niet bez... al...al...al...' nee...
Als een jonge hengst gecastreerd werd, riep de man die dat gedaan had: "Geluk met de ruun." Deed hij dat niet, dan hoefde hij een volgend jaar niet meer te komen.
Ik zel joe t pepier zain loatn, wat of er opzegd wur. (Zie bijlage: F.W.) Opmerkingen over het verschijnsel LATEN STAAN. De macht om iemand te laten staan komt voor in de grensstreken; tot dusver wist men er van te vertellen in Sellingerbeetse, Mussel, Ter Apel, Barnflair, Munnekemoer, Weiteveen, dus zo van Sellingen tot Schoonebeek. Slechts rooms-...
Blinde Joochem stond op de kermis met dobbelstenen. Hij riep: Onder de negen en boven de twaalf, kermis vieren voor de kinderen 's avonds na vier uur.
Mien moeder kon bezetn. Veural brannen. Vake kwam er iene bie heur met brand wonnen. Ze zee wat op en metien was de pien weg. De wond bleef nog wel zitn, maar die verschrikkelijke pien vuuln ze niet meer. Ze had dat leerd van mien opa; wie hebben et niet overnomen. Dat kan anders wel. Wat ze zee? Dat is n slim geheim. Vroag et die mensen maar nooit, want...
As Jan yn 'e haeijing woe gong er freeds nei Ljouwert ta of tiisdeis nei Snits. Dêr wienen dan de boeren dy't de mieren útsochten. Sa wie Jan dan ris wer op in tiisdei yn Snits. Doe wie dêr in boer, dy koed er wol. Dêr hied er alris foar ûngetide. Gjin bêste broeder, sei Jan, en in hiel min wiif, in greate stjonkert. Griet hiet se. Doe't dy boer Jan...
Ik hie in kammeraetske, dat wie Minke. Op in kear wie ik by Minke en dy yn 'e hûs, doe sei Minke: "Wolst ek ris hwat sjen?" Doe krigen har bruorren in toverboek. Dêr bigongen se yn to lêzen en doe kamen der allegear swarte roeken ta de hurddobbe út. De hiele keamer rekke fol. Sy fladderen dêr mar om. Ik waerd deabinaud. Doe lêsden se itselde achterút en...
Ziekten. Sommige menschen zijn bereid de kiespijn te koopen. De patiënt geeft hen eenig geld, en daarvoor doet de kooper goede werken (bidden, een bedevaart). De hik wordt eveneens overgedragen, met deze spreuk, die men driemaal, in één adem, moet opzeggen: Ik, sprik, sprouw, Ik geef den 'ik aan ou, Ik geef den 'ik aan alleman, Die 't den 'ik verdagen...
Ik was een heks De jonge Kimberly zit met levensvragen en de innerlijke pijn van een ouderlijke scheiding. Ze ziet geesten, ontwikkelt paranormale gaven en vindt antwoorden in de hekserij (wicca). Ze beoefent wicca-rituelen en sluit een verbond met de godin. Haar docente godsdienst wijst haar op een andere weg. Kimberly maakt een geestelijke strijd door....
Een droncke notaris, genaemt Jan, hadde tot devys boven sijn deur laeten setten: 'Oia Desuper.' Een boer, daer aen komende kloppen, seyde tegen sijn kameraet: 'Schaemt sich die vent niet sulcke eygen schande boven sijn deur te setten? R. 'Wat staet er dan?' R. 'Ken je dat niet lesen, daer staet: 'O, Jan de Suyper.'
Een droncke notaris, genaemt Jan, hadt boven de deur van sijn cantoor laten schrijven dese woorden: 'Omnia de super.' 't Was geschreven aldus: 'Oia de super.' Soo daer nu een boer bij hem quam, vraegde de notaris (alsoo de boer gedurich na de deur sagh) of hij Latijn cost, waerop de boer 'neen' seyde, maer dat hij wel cost leesen. De notaris vraegde:...
De nachtmerrie wordt verondersteld door een tooverheks bewerkstelligd te worden. Bij de paarden des avonds als alles ter ruste is, komt zoo'n heks de paarden op alle manieren plagen, zoodat zij een vervaarlijk leven maken en de manen van deze dieren heel en al verwarren en wanneer men licht on[t]steekt en gaat kijken, ziet men niets. Het beste middel...
Voor bloeding, verstuiking, verbranding, roos en stuipen waren genezers, die door bidden en kruisen maken konden helpen. 't Hing samen met de Vlucht van Egijpte. Onderweg heeft toen de ezel z'n poot gebroken. Biddend heeft St Jozef dat genezen en de huidige genees-formules herinneren aan dat gebed.
DE DUIVEL ALS DIER Heel lang geleden trok een voerman met zijn gerei en een vriend over de Kempische heide. Toen ze voorbij een kruisbeeld kwamen, zette de vriend zijn pet af en zei: ‘Geloofd zij Jezus Christus.’ De voerman die aan God nog gebod geloofde, lachte zijn vriend uit en zei: ‘Je kunt nog beter je pet afnemen voor een hond, dan voor een stuk...
DE HEKSENMOEDER EN HAAR DOCHTER Er was eens een jongeman die danig verliefd was op een knappe boerendochter. De liefde was wederkerig, al stelde het meisje één voorwaarde: de jongen mocht alle dagen komen, behalve op vrijdagavond. De jongen hield zich daaraan, maar op den duur begon hij toch verschrikkelijk nieuwsgierig te worden. En ja hoor! Op een...
De Rode Schoentjes Er was eens, lang geleden, een meisje dat Karen heette. Ze had geen vader of moeder meer en zwierf helemaal alleen over straat. Met bedelen probeerde ze wat geld te verdienen. Zo kon ze elke dag een beetje brood kopen. Karen liep op blote voeten die bijna altijd pijn deden, want geld om schoenen te kopen had ze niet. Gelukkig had de...
Een juffrouw, die in 't plonderen van een stadt uyt een klooster gerooft wierde en met geen bidden noch smeken haer eere salveeren koste, seyde eyndelijck tegen den soldaet, bij aldien dat hij haer verschoonen wilde, dat sij hem soude leeren een konst, daerdoor dat hij noyt in den oorlogh soude gequest worden, maer steeck- en schootvrij sijn. Alhoewel den...
Mien staifvoader en mien moeke konden de mensen stil stoan loatn. As ze dochden, dat er s nachts wel es aine komen kon om wat te steeln, den luipen ze er s aovends om tou. Zai zeden door n hail ende bie op. As dr den wel kwam, den wur zo’n persoon stokstief en bleef op stee stoan. De volgnde dag mos zo aine weer verlöst worn; ook door was weer n spreuk...