Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Anneke [doorgehaald] sij vroeg mij om raedt. R. 'Gaet weer nae uw ouders, legt het hoofdt in de schoot, en draegt u na desen eerlijck.' R. 'Och, sij sullen mij soo slaen en uytmaecken!' R. 'Sij sullen niet, als ghij Peet Lijsbeth tot voorspraeck neemt etc.' Eyndelijck sij resolveerde, maer daer was geen geldt. R. 'Als ick nu al een ducaton of twee gaf,...
R. 'Je bent wel een eerlijck man, Jorephaes, maer die 43 stuijvers hebt je mij met valsche steenen afgenomen.' R. 'Dat lieg je.' R. 'Dat 's waer, maer niet verder als het eerste lidt van mijn reden aengaet.'
Den Haag
Mijn vader vertelde het volgende over mijn grootvader. Drie mannen hadden grote ruzie. Ze stonden met de messen tegenover elkaar. Grootvader werd er bij geroepen. Hij besprak ze met het volgende gebed: God de Vader is met u, God de Zoon is met mij, God de Heilige Geest is tussen ons beiden En die zal ons scheiden. Toen lieten de mannen de messen uit hun...
AW: Je hebt ook-eh spookverhalen hier, hè. Eh, spookverhalen (vooral) over IJzendijke hier, je hebt daar ook nog een-een stadje dat heet 't Spookhuus. RK: Een stadje? AW: Een stadje - 'n-'n huis dat heet 't Spookhuus. RK: Oké. AW: Eh, in 't Rozemarijn eh straatje. RK: Hmhm. AW: En...eh - één van de (spookverhalen) gaat bijvoorbeeld dat 'r 'n-'n spookcafé...
HET BEROEP VOOR GODS OORDEEL, Bij het overlijden van de vorstin-abdis..........van Thorn, in het jaar zestienhonderd en............, waren twee bloedzusters, de gravinnen Margaretha en Maria á Marca tegelijkertijd kanonnikessen en dus bij de nieuwe keuze beiden verkiesbaar. De stemming bracht echter een verrassenden uitslag, want er waren een aantal...
nl-verhalenbank-42665
Gerrit dreygde sijn wijf, seggende: 'Ik sal nu niet meer kijven, maer soo ghij het meer doet, soo sal ick u niet meer als een dragt geven, maer die sal goed zijn.' R. 'Dat hoope ick oock, eendragt mag geen quaedt.' Hij wierde soo boos dat hij prompt sijne beloften naequam. Maer sij, oock niet sot, goyde hem tang, rooster, stoelen etc. nae sijn kop. R....
Den Haag
DE KLOKKEN VAN VIJVEREN. In héél oude tijden lag er in het zoogenaamde Vijverbroek, tusschen Thorn en Kessenich, aan de Maas een stad, Vijveren. geheeten. Die stad verzonk op zekeren nacht, om den hoogmoed en de losbandigheid van haar inwoners, met kerken, torens en klokken en al in een waterkolk. Bij héél laag water werden in vroeger tijden nog de...
Mattheus Tengnagel raeckte met een van sijn mackers, die soo kael als hij self was, in de kroeg. Men was er vrolijck, maer eyndelijck moest er gelt zijn. R. 'Ey, maet, betael ens voor tweën.' R. 'Doet ghij het eens, ik heb waeragtig geen kleyn gelt etc.' Op het lest moest er het hooge woort ten wederzijden uyt, dat sij allebeyde beroyt waeren. R. 'Wat...
Raymond den Boestert: Nou, volgens mij had ik geen uh huishoudelijke mededelingen meer. Dan stel ik voor om de eerste verteller van de avond te gaan aankondigen: Kees Geelhoed, waar ben je? Ah verstopt, kom er maar bij, Kees. Ik bedenk me trouwens dat ik mezelf helemaal niet voorgesteld heb. Mijn naam is Raymond den Boestert en dit is Kees.[Applaus]R:...
Utrecht
De barbier Blondel bij Dirck Senten vroolijck zijnde, wiert er een spulletje gespeelt dat men blindelings na een 0 met krijt aen de muyr getrocken, loopen en steecken moest, wie daer het digste bij quam. Het blind gemaeckt te worden viel Blondel te beurt. Met als hij de neusdoeck voor de ogen hadde, ging er één ontrent het 0-tje staen, soo wijt gaepende...
Een man die geerne dronck en gemeenlijck 's nachts ten 2 of 3 uyren eerst thuys quam, raeckte daerover met sijn vrouw in groote oneenicheyt, die seer tegen hem keef ende seyde dat het sonde en schande was dat hij 's nagts soo laet thuys quam. Wilde hij gaen drincken, dat mocht hij doen, hij souw ten minsten maecken ten 10 of 11 uyren thuys sijn, 'twelck...
'Gij sult swijgen', seyde Harmen tegen sijn wijf. R. 'Waerom, hangebast?' R. 'Ick seg dat gij mij sult gehoorsamen, omdat een man het hooft van sijn vrouw is.' Griet vloog hem in 't hayr roepende: 'Wie duyvel souw mij dan beletten mijn hooft te klouwen!'
Den Haag
Eén die een brantmerck hadde, keef met één die manck was en seyde: 'Wagt u voor diegeen die van Godt geteeckent sijn.' 'Ja, maer', seyde d'ander, 'wagt u noch veel meer voor diegeene die van de beul geteeckent sijn.'
Den Haag
Een ervan gaat over Pietje M., een herbergier uit Breskens, die een rol speelde in de schermutselingen met de bezetting van het fort Frederik Hendrik. De verhouding tussen de burgerij en het garnizoen was zo omstreeks 1860 niet best. Knokpartijtjes waren verre van zeldzaam. De borrel, dikwijls de oorzaak van de heibel, stond in hoog aanzien bij beide...
Cadzand
Polder Boerenverdriet/ Moordplaat -Brabantse Biesbosch, Werkendam Het verhaal gaat dat een boer twee zoons had die niet best met elkaar konden opschieten. Dat deed de boer veel verdriet. Ze woonden (hoe kan het anders) in de Polder Boerenverdriet. Op een dag liep de ruzie tussen de twee zoons zo hoog op dat de een de ander met een hooivork in de rug stak....
Werkendam
Doctor Joannes Fridericus Sweitzer sag een vent die sijn hoedt afgewayt was, met langsaeme treden daernae toe gaen, of het hem niet aen en ging. Terstond wierp hij sijn eygen hoedt in ons huys, en liep na de afgewaeyde. De luyaert, dit siende, trock mede aen het loopen, maer schoot te kort. Doe rees ereen hevig dispuyt over den hoedt. De omstanders...
Monsieur Valander kreeg op een wagen met iemant soo hooge woorden, dat se beyde van de wagen aftraden en Valander seyde: 'Wat seg je nu?' 'Ick seg', seyde d'ander, 'dat ghij een schelm sijt.' 'En ick seg', seyde Valander, 'dat ghij een eerlijck man sijt en dat wij beyde geloogen hebben.'
Iemant gevraecht sijnde wat onderscheyt dat er was tusschen een makelaer en een procureur, seyde: 'D'een wint sijn gelt uyt accort, d'ander uyt tweedragt.'
Het verwende kind Daar was eens een erg verwend kind. Vader en moeder konden het niets meer weigeren, want dan schreeuwde het zo luid en zo lang, tot zij elkaar maar weer met de ogen beduidden: geef het zijn zin maar. Dat werd stilaan zo erg dat het kind op zekere avond een ster vroeg. Of vader al boos werd en moeder bedroefd, het hielp niet; het kind...
No name
Een boer bezocht geregeld iedere verkooping. Als hij dan weg was, kwam de burgemeester zijn vrouwtje troosten. Op een avond gebeurde dat weer. Het was zeer slecht weer, doch onze boer, Gerritbaas, had zich niet laten weerhouden. Een soldaat was ook op pad. Hij besloot bij Gerritbaas te overnachten. Daar hij bij hem bekend was, gluurde hij eens naar binnen...
