Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Philippus de Croy, hertog van Aerschot, en Chappinus Vitellius, waeren altoos van malkanderen machtig jaeloers, ende picqueerden malkanderen waer sij konden. Op sekeren tijt, met eenige grooten ter maaltijt sijnde, viel er discours dat yder soude wenschen. Den eenen wenschte coning van Spanjen, de 2e paud, de 3e braefste overste te zijn etc. De beurt aen...
In man en in frou, dy wennen yn in soarte fan hutte yn 'e wâl. Se hienen it och sa earmoedich. De man mocht graech fiskje. Hy sei tsjin 't wiif: "Ik gean der mei de angel op út." "Och, hwat silstû to fiskjen dwaen", sei se. "As ik hwat fang, dan nim ik it mei," sei er, "men kin noait ris wite." Hy fangt in fisk, en dy docht er fan 'e heak. "Sjesa," seit...
Een braef man, met sijn duyvel van een wijf, op een gastmael zijnde, daer men sprack van de humeuren van de vrouwen, sloeg hij het aengaende de sijne in de beste ploy, seggende dat hij G[odt] niet genoeg kon dancken van soo zedigen en goedaerdigen vrouwtje te besitten. Maer een schotel vis met boter, daer hij wat van op haer rock storte, ontwervelde haer...
Den Haag
Zendeling Een zendeling loopt in het oerwo[u]d. Komt er een panter aan en de zendeling begint te bidden: alst u blieft maak deze panter christen. De panter gaat ineens weg. Komt er een tijger en gaat de zendeling weer bidden maak deze tijger christen. Ineens gaat ook de tijger weg. Dan komt er een leeuw aan. Bid de zendeling weer maak maak de leeuw...
Seecker man, discoureerende van de kerck in 't Paddemoes seyde: 'Na de stant der kercke sijn de ornamenten heel wel geordonneert, want de kerck staet in 't Paddemoes en d'ornamenten sijn clooten en roosen.'
Een gierigaert te gast genoodicht sijnde, seyde tegens sijn knecht: 'Jongen, gij moet nu voor twee daegen eeten, voor vandaeg en morgen.' 'Voor vandaeg en gisteren', antwoorde de knecht.
Den Haag
't Is gebeurt dat eenige jonge lieden op het heerelogement tot Amsterdam met malkander vrolijck waeren, en willende scheyden, bevonden dat de weert 'X' voor 'V' geschreven, en veel meer gereeckent hadt als sij verteert, dies resolveerende om hem wederom een pots te spelen. Sij hueren kleeren en verkleeden haer altemael als Persianen en gaen met haer 2 a 3...
[01:03:24] RK: En oudere verhalen dan? Zoals eh... ook hij vertelde van de spokerij of de duivel. AvU: Ja, dat verhaal van de duivel is een, is een pad zeg maar dat dat is er ook in diverse varianten, eh... vroeger werd er aan boord wel eh... eh.. kokkerellen noemden ze dat, eh... dan werd er eh... botje bij botje gedaan en dan ging men naar de slager, en...
Urk
Een klopje op reys sijnde met een predicant en in de herberge met malcanderen etende, seyde: 'Dominé, ick breng het u.' 'Ick ben geen dominé', antwoorde hij. 'Wat sijt gij dan?', vraegde sij.' 'Ick ben', seyde hij, 'het hooft van mijne schaepen.' 'Wel, ick breng het u dan eens, schaepshooft', seyde sij.
No. 306. Er was eens een koning in "Deenmerke"; hij had een dochter zo schoon, ...Dat si met allen rechte crone Mocht hebben ghedraghen in 't Roemsche Rike. Want men vant nieumer haer gelike Van doechden ende van hoofscher seden, Noech soe volmaect van aller leden. Ook bezat hij den grootsten schat, die toen iemand ter wereld bezat. Dit vernam de edele...
Een snaeck in een herberg etende, daer 7 eyeren voor haer 5 wierden geschaft, vatte er een van, dat hij een kleyn klopje gaf en daeraen ruyckende stillekens en ongemerckt quansuys weer neerleyde. Met het 2e dede hij insgelijckx, het derde at hij op. De andere mede meenende niet geck te sijn, raeckten de afgekeurde eyeren oock niet aen, maer men hadt soo...
Josephus Scaliger, gelesen hebbende in Plato dat de siel alleenich de mensch was en dat het lichaem niet meer als een huys was daer de mensch inwoonde, placht te seggen als hij soude eeten: 'Komt, laet ons de muyren van Platoos huys wat calefateren.'
It wie yn 'e ûngetiid. De boer hie it tige drok mei syn arbeiders. Se skeaten tiid tokoart. De boer wie gleonhastich. Hy die 't him middeis amper oan tiid to iten. Hy lei altyd al gau de leppel del en dan moesten de arbeiders it út fatsoen èk wol dwaen. Mar dit sinnige har net fansels. Se krigen op dy menier to min iten. En dêrom nommen se op in dei it...
Een vrouw konde 't haren man noyt van pas maecken, want als sij gebraden hadt, wilde hij gesoden hebben en als sij gesooden hadt, gebraden. Op seeckeren tijt als hij seer preutelde eer hij de spijse gesien hadde, soo seyde [sij]. ('t vleesch aengebrandt sijnde): 'Liefste ontstelt u niet, want gij sult vandaeg uyt eenen pot gesoden en gebraden eeten.'
Seecker vorst wiert dapper van de predicant in een predicatie aengetast. De vorst liet hem te gast nodigen ende seyde over maeltijt: 'Heer pastoor, gij hebt mij dapper op mijn wambays geschooten.' 'Ey, dat spijt mij', seyde de predicant, 'dat ick soo gemist hebbe, want ick hebbe het op het hart gemickt.'
Daer stondt een gans op taefel daer Hendrick, terwijl Jan andere spijse at, yedereen van voordeelde, uytgenomen Jan. Soo seyde Jan: 'Daer speelt de droes mee, hoe sal het hier met mij wesen.' 'De omnibus aliquid et de toto nihil.'
Van menschen die de zwarte kunst verstonden. F. De heer V. op de Koog verstond de zwarte kunst. Toen Ds. W. bij hem ten eten was (hij was zooals dat vroeger vaak gebeurde op de grauwe erwten verzocht), zaten in een minimum van tijd diens broek, jas en vestjeszakken vol grauwe erwten. Een ander maal heeft hij, toen er een gast bij hem was, grauwe erwten in...
Heksen In ons dorp had een vrouw totaal geen eetlust meer, heel lang geleden. Zij was, ten onrechte, in de waan dat iedere maaltijd 'behekst' was. Een slimme buurman werd in de arm genomen. Hij wilde dit geval aan de paters in Baexem gaan voorleggen. De man ging echter niet naar Baexem om raad, maar hij ging in de voormiddag gewoon naar zijn werk. Tegen...
Stramproy
EEN GIFT VAN KONING SANDERBOUT. Te Born leefde op het kasteel te Grasbroek een koning, Sanderbout van Lotharingen, die veel oorlogen voerde. ?Op zekeren nacht droomde hij, dat God hem beval, aan de menschen, die hij door zijn oorlogen in grooten nood had gebracht, een gift te geven, die hen eenigszins het doorstane leed vergoedde. Hij verhaalde zijn droom...
MIJNHEER DE MAAN Er was eens een soldaat die de dienst verliet. En hij wandelde zo ver, zo ver, dat hij huis noch heg meer zag, en toen de avond viel, kwam hij aan een grot. Daar stond een oud vrouwtje aan de deur en hij vroeg: "Vrouwtje, zou ik hier vannacht niet kunnen slapen?" "Wel ja, m'n vriend, kom maar binnen." 't Was winter en koud en de soldaat...
