Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Als men van de conversatie van predicanten sprack, soo seyde iemant: 'Die se regt wil gebruycken moet se maer half kennen.' Hij meende op de stoel.
Piters Willemke lei nachts foar dea op bêd. Dan siet der gjin leven yn, dan wie de geest der út. Dan wie 't krekt in pânse, seinen se. Dan wie Willemke der op út te tsjoenen. Soms wie 't in kat, mar hja koe har ek yn in sinters boltsje foroarje. As der guon kamen, wylst Willemke foar dea op bêd lei, en dy seinen: Dit liket net bêst, hja liket wol dea, dan...
Toovenaars.
Een heer uit Middelburg kende enkele menschen die beweerden, en van wie beweerd werd, dat ze de zwarte kunst kenden. Hij heeft ze wel eens gevraagd, hem dien kunst te leeren. Ofschoon ze arm waren, en hij hen een flinke som bood, hebben ze 't niet willen doen.
Een predicant vermaende een dief die hangen most seer iverich dat hij bidden soude, maer hij conde hem daertoe niet brengen. Ten lesten seyde hij: 'Bidt tenminsten een Vader Onse.' Den dief echter niet biddende, vraegde hem: 'Wel, kont gij het Vader Onse niet?' Hij antwoorde: 'Neen'. 'Wel, dat is quaet', seyde de predicant. 'Daerom heb ick het niet willen...
Heks verandert appels in padden We gingen vroeger eens met vijf man de boomgaard in van Alda Henkens om daar aan de appelen te gaan. Ik moest dan altijd op wacht gaan staan omdat ik Alda het beste kenden en ze mij nogal goed kon verdragen. Toen de anderen hun zakken al vol appelen hadden gevuld, gingen we weg. Maar toen we de appelen wilden delen, zaten...
De reus
In Dieteren leefde vroeger een reus (oude mensen hebben hem gekend), die zelf zijn mestkar naar het veld trok. Hij was hier achtergebleven na de Franse revolutie.
Kat spreekt Vroeger woonde hier in de buurt een schoenmaker die nogal veel te doen had. Er kwam ook eens een reiziger met leer die wel niet goed de weg kende en die toen binnensmonds mompelde: 'Ik wou dat ik wist waar die schoenmaker woonde.' Een kat die langs de weg zat, zei plots: 'Dat kan ik je wel zeggen.' Je kan wel begrijpen dat die man verschrok en...
Worsteling met de Duisternis Hieronder vertelt Bally Brashuis Ik ben in Suriname geboren en daar christelijk opgevoed. Ik ging naar de zondagsschool en we namen deel aan alle kerkelijke activiteiten. We hadden het niet zo goed. Mijn moeder werkte hard om voor ons- mijn twee zusters, mijn broer en mij - te zorgen. Ze was een gelovige vrouw. We waren arm,...
De schoenmaker van Parijs Zeven weken en drie dagen Raad eens wie daarnaar kwam vragen? Een schoenmaker van Parijs, Die kwam vragen om logijs. "Zijt gij van Parijs gekomen? Vriend, gij zijt mij welkom hier. Hebt gij mijn man daar ook vernomen? Want die is nog niet weêr hier." "Ja, die ken ik wel terdegen," Sprak die fijn geslepen knecht, "wij hebben in...
Een visschersvrouw is gedurende 's mans afwezigheid ontrouw: voor het eerst en voor het laatst ook. Het geschiedt uit nood, voor 't geld. De man komt thuis en wordt goed onthaald, maar hij weet wat er is geschied en kent het bedrag, dat voor zijn schande is betaald. Hij doet de vrouw geen verwijten, maar legt toekennende, als hij aan tafel gaat, zonder...
[Foto's van Charlie da Silva: "Mabel, ken je me nog? Ik jou wel..."]
(Per email ontvangen op 15 oktober 2003 vanuit Amsterdam)
Een bastaert, die sijn vader niet kende, goyde hem met steenen, waerover iemant tot hem seyde: 'Siet wel toe wat gij doet, want gij sout lichtelijck sonder eens te weeten u vader connen raken.'
De vervloekte klokken van Breda. Het waren twee jonge menschen, Maria van Gavre en Jonker Walther van den Ulvenhout, en ze leerden elkaar kennen in de Meie des levens. Wee hen! Want toen hij voor zijn vader trad, om hem eerlijk te zeggen: "ik min Maria van Gavre," weerde de grijsaard hem af. "Ik mag het u niet toestaan!" "Waarom niet, vader?!" De oude man...
3.137. Lang geleden werd op het eenige vette plekje van Bakel n.l. in den tuin van den pastoor een mol gevangen. Niemand echter in heel Bakel had ooit zulk een dier gezien en het bericht zijner verschijning verwekte algemeene schrik en ontzetting. In allerijl werd de Gemeenteraad bijeengeroepen en aan de inmiddels saamgekomen leden het ondier vertoond. Op...
Die .LXXIIII. cluchte. Daer was een man die syn huysvrouwe liefde betoonde met woorden ende wercken, ende hy hadde haer also lief, dat hy se syn vruecht noemde. Als hi uut den raet oft van elwaerts quam, so en seyde hi niet anders dan: 'Waer is mijn vruecht?' Het geviel op eenen tijt dat die man eenen tijt lanck van haer ghetrocken was ende die vrouwe...
3.13. Er was eens een man die graag iemand foppen wilde. Op een zekeren keer kwam hij bij een rijk heer die hij ook weer graag wat geld aftruifelen wilde maar heel gemakelijk ging dat niet op het laatste vroeg hij hem of hij ook goude beestjes kenden de heer antwoorde daarop neen dan zal ik es u wel eens wat brengen sprak de deugniet den volgenden morgen...
De Witte Wieven of de Olde Witten, zoals ze ook wel genoemd werden, zijn de witte vrouwen, die rondspookten bij de graven van de voorouders, overal in het Drentse land. Hoe het geloof aan deze vrouwen ontstaan is? Zijn het verre herinneringen aan wat verteld wordt over de germaanse priesteressen, die in het wit gekleed waren? Aan de vrouwen, die zich in...
nl-verhalenbank-49203
Deer was ers een serzant. Die diende al jaren bij het leger, maar hij kwam nooit hooger. Hoe die zijn best ook dee, andere ginge hem altijd vooruit. Dat begon hem te verdriete en hij besloot dus om te dizzerteere. Maar toen ie een endje weg was, kreeg ie berouw. Andere raadde het hem sterk af, en dan bleef ie maar weer. Dat was zoo al ers een keer of wat...
De moeder van Sijmen Buis te Uitdam heeft elf kinderen gehad. Tien ervan heeft zij overleefd. Telkens als er een zou sterven, deed zij niets dan huilen. Als zij bij een zieke kwam en zij begon te huilen, volgde de dood zeker. Toen de moeder van mijn Uitdammer doodziek was en ze reeds het doodskleed klaargelegd hadden, liep hij even naar buurvrouw om te...
Zwangere vrouwe moche vroeger ok nooit komme bij een dôôje bij ôôñs. Nee ! Dat heb ik ervare toen m'n man z'n opa, toen was ik van m'n zêûn in verwachting toen zee m'n schôônmoeder : 'jee zurgt maar voor thee en koffie, ik mocht opa en ik was t'r gek op want ik had zelluf gêên opa's of oma's gekenne maor ik was gek op dat mannetje.. Moch je d'r niet bij ?...
