Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
24 datasets found
Dutch Keywords: inhalig Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Den Haag
Claes en Andries eyschten eens den ontbijt van Hendrick, seggende dat sij elck maer een kleyn stuckjen kaes en broodt wilden snijden, 'twelck hij haer voorsette. Bij gebreck van een mes, dat vast geslepen wiert, gebruyckten die duyvels sijn pennemes en sneden stucken dat het hayr hem te berge rees. 'Sijn dat kleyne stuckjes', seyde hij, 'mij dunckt ghij...
Een gierig en niet min rijck beest beroemde sich dat hij in l2 jaeren van alle de wijn, die in sijn huys geconsumeert was, geen penning aen excijs gegeven hadde en dat quam bij omdat hij een kelder vol wijn recht achter en onder sijn huys hadt. Op sijn doodbedde leggende riep hij sijn knecht bij hem. R. 'Maerten, hoeveel, hoeveel wijn isser noc in huys?'...
Mansardt wierdt in recht betrocken van de capiteyn van sijn jacht, die hem afeyschte 1500 gulden, soo over verschoten geldt als gebroocke touwen als andersins, maer alsoo alle posten niet wel te verifiëren waeren, rabbatteerde de capiteyn de helft, die hem oock wierdt bij sententie toegeleyt, mits sijn eedt daerop doende aengaende de deugdelijckheyt van...
Seker capiteyn op een jacht van de Admiraliteyt, bracht 116 gulden in rekening voor eenige kleyne onkosten. Maer als hij voor calefaeten, balcken, wieltrossen en haecken niet meer kost rekenen in alles als 70 gulden. soo seyde hij: 'Die andere 46 gulden zijn voor touwwerck.' R. 'Ghij segt wel, capiteyn. sooveel touw te seggen. 'k Sag het anders niet vast...
Een gierigen vreck, die sich beroemde van in geen 12 jaer excijs van sijn geconsumeerde wijnen betaelt te hebben, voelende dat sijn uyr was naeckende, riep sijn knecht. R. 'Joris, hoeveel wijn leyt er noch in de kelder?' R. 'Ruym een aem.' 'Daer kan men op mijn begraefenis niet mee toe, past dat gij er t'avondt noch een paer siet bij te smokkelen, hoor...
Sekere vreck hadde een kalis van goed verstand bijster in een saeck van doen, daer sijn leven en welvaeren aen hing. Maer alsoo hij hem voordesen schandelijck uijtgesoopen hadde en van rijck, arm en bijster gemaeckt, was er geen kans om sijn hart te vermurwen als door ongemeene groote schenckagiën en niet minder beloften, die den man weer te paerd...
Gregorius Kilmick, een rijck hoorenbeest, klaegde noch in een vol gelag dat hij rnet sijn geldt niet toe en kost. R. 'Ey, klaeg niet, ghij moet noch sooveel, behalven dat ghij alree besit, van uwe 2 ooms erven.' R. 'Wat, erven! Wat souw ick erven! Al stierven alle duyvels uytter, ick gelove niet dat ik een paer hoornen erven soude.' R. 'Wat zijt gij ook...
Als ick aen mijnheer Pieter de Groot vraegde, hoe ick het stellen soude met een seer impertinente van Francoijs Smagge, die ick drie jaeren hadde schuldig geweest, seyde hij: 'Betaelt de man, omdat ghij soo lange hebt geborgt, maer mij dunckt uyt dese rekeninge dat ghij haelt, of je van je leven niet en dacht te betaelen en sij schrijven, of se noyt...
Als Vespasianus geseyt wierdt datter geen kleyn somme alreets gedestineert was om voor hem een heerlijcke statue op te rechten, soo toonde hij sijn leege handt, seggende: 'Recht het maer datelijck op, maer dit sal de basis zijn,' liever het geldt contant in manubus begeerende als een beeld nae sijn doodt.
Een gierige vent moest een morgen lands met sijn cousyn deelen. Maer daer was geen accordeeren, geen koop noch verkoop mede gemengt. Men souw dan het landt deelen. De cousin, om met de vent geen doen te hebben, gaf hem de grootste helft: Noch klaegde hij dat hem te kort was geschiedt. R. 'Wel, hebt ghij niet uw halve mergen en meer?' R. 'Jae, ick heb wel...
Dat groote exempel van giericheyt, Floris Tin, smeerde een vent door haesticheyt wacker wat af, daervan hij ras berouw hadde, overdenckende de boete. Doch moetende yets resolveren tot sijnen beste, liep hij regelrecht nae de schout Lambert Reijnst, dien hij vraegde wat boete dat op sulck een feyt stondt. R. 'Ses gulden.' Floris telde hem vier gulden en...
Rudolph liep eens seer ijverig langs de straet. R. 'Hoe soo schielijck, waer leyt de reys nae toe?' R. 'lck moet 200 f. hebben van Ernst en sij seggen dat hij heel sieck is, ick loop se soo inmaenen.' R. 'Daer schort het hem niet, maer hij heeft vrij grooter sieckte.' R. 'Wat doch?' 'D'armoe, maer evenwel dat is geen sieckte daer de dood mede gemengt is;...
De heer Caspar Studler van Zurck vraegde aen een van de kijckers aen 't verkeerbordt of hij niet mede speelen [wou]. R. 'Neen, mijnheer, ick speel niet.' R. 'Hoe soo, wij speelen immers maerom een soeticheyt.' R. "t Is waer, maer ick hebbe twee redenen waerom dat ick het laet. Ten eersten omdat ick geen geldt en hebbe en ten...'. R. 'Al genoeg, mijnheer,...
Men was tot Antwerpen seer bekommert over één die den lesten olie niet ontfangen hadde en sonder biechtvader gestorven was, dat hij in ongewijde aerde soude moeten begraeven werden. Daer wierde geresolveert dat men eenen pater Adriaen soude soecken te disponeeren om attestatie te geven dat hij de krancken bedient hadde. Hij wierdt gehaelt, maer wat men...
Simonides was ongemeen gierig. Als men hem de reden vroeg waerom hij in sijn ouden dag noch soo baetsuchtig was?' R. 'Ick hebbe veel liever dat mijn vijanden nae mijn doodt mijn goedt erven, als in mijn leven mijn vrinden derven.'Si
Een vrouw die gebiecht hadde, seyde dat se geen geldt bij haer hadde, maer schonck den pastoor voor sijn absolutie haer schoonste witte hen. Haer meyt, dit gehoort hebbende, gaf se aen de pastoorsknecht die daer om gesonden was, terwijl de vrouw uyt was, die naderhand t'huys koomende strax nae de hen vroeg. R. 'De pastoorsknecht is se koomen haelen.' R....
Tiribus was altoos even vrolijck. Wat dat het landt of een particulier overquam, hij kreuckte want hij meende dat alles wat hij sag, hem toe quam. Hij was 's ochtens vroeg en 's avonds laet aen de haven en geen schip quam daer aen, of het was het sijne. Hij wierdt eyndelijck door toestemming der vrienden en raedt van de medecijns van dese sieckte genesen....
Mijnheer Jacob Pergens hadt te Franckfort een proces waerover hij sich aen de gaeuwste advocaet addresseerde. Maer hoe klaer hij sijn saeck aen hem te kennen gaf, den advocaet antwoorde altijt: 'Ick verstehe es nicht.' Hij klaegde het aen sijn swaeger Famà, die hem vraegde of hij den advocaet wel oyt yets hadde gegeven. R. 'Neen.' R. 'Besoeckt het eens op...
Johannes Schimmelpenning wilde een kunsje doen en nam aen een halve rijcxdaelder door de tafel heen te slaen. Hij dee het nae oude manier en leyde de halve rijcxdaelder door het hoog oplichten van sijn handen op den rand van sijn hoed. Hij wonn'er 2 stuyvers mee, maer de commys Ysbrand Noortwijck, die achter hem stondt, lichte de halve rijcxdaelder....
Cajus Fabritius hadde Publius Cornelius, een gierig en diefachtig man maer een braef overste, door sijn stem tot burgemeester gemaeckt. Als hem Cornelius daervoor quam bedancken, seggende dat hij sich verplicht vondt aen hem die den ouden vergetende hem evenwel tot sulcken ampt hadde geholpen, en dat noch in sulcken swaeren oorlog: R. 'Die is er oorsaeck...