Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
86 datasets found
Dutch Keywords: huwelijk Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Den Haag
Iemant, gevraegt sijnde, waerom hij niet en troude, gaf tot antwoort: 'Omdat ick sie dat gekoppelde schaepen alderlichst comen te verdrincken.'
Een seecker eenoogige trouwde een juffrou voor maegt, maer sich daerna bedrogen vindende, verweet het haer heel heftigh. Waerop sij antwoorde, waer dat hij sijn één ooge verlooren hadt. 'Dat', seyde hij, 'hebben mij de vijanden gedaen.' 'En dat ick geen maegt ben', antwoorde sij, 'hebben mij mijne vrienden gedaen.'
'Gij sult swijgen', seyde Harmen tegen sijn wijf. R. 'Waerom, hangebast?' R. 'Ick seg dat gij mij sult gehoorsamen, omdat een man het hooft van sijn vrouw is.' Griet vloog hem in 't hayr roepende: 'Wie duyvel souw mij dan beletten mijn hooft te klouwen!'
Doen de vrouw van Groenevelt met Jacob Westerbaen wilde trouwen, soo seyde de oude vrouw Van Barnevelt: 'Wel dochter, ick kom even van sooveel hartseer aen mijn man te beleven, komt gij mij wederom op 't nieuws bedroeven en mijn wonden opkrabbelen', waerop sij seyde: 'Moeder, gij moogt de pleyster sooveel te grooter maken.'
Een vrou, die een man hadt die altijt in de boecken sat en las, seyde: 'Ick wilde dat ick oock een boeck was, soo sout gij wat meer wercks van mij maecken als gij nu doet.' De man seijde: 'Ick wilde het oock wel, maer gij most sulck een boeck sijn als ick wenschte.' 'Wat sou dat voor een boeck sijn', seyde sij. 'Een almanack', antwoorde de man, 'soo hadt...
Doe het Statenleger voor Breda lag, was er dagelijcks sulcken disorder en geckscheeren als de geweldige Pels met sijn rackers aenquam, dat er continueel wierdt geroepen: 'Hap, hap', (quansuys Hapscheerers). Pels quam aen Sijn Hoocheyt prins Frederick Hendrick daerover klaegen, seggende dat hij op sulck fatsoen sijn ampt niet kost waernemen. Sijne Hoocheyt...
Ruige Kauwit is van een koning en een koningin, die jaren lang gewacht hadden op de geboorte van een zoon en toen de jongeling eindelijk op den rug van den ooievaar arriveerde, bleek het, dat zijn huid niet fluweelig en poezelig was als van een gewoon pas aangekomen sterveling, maar ruig en harig en afschuwelijk, waarom hij Ruige Kauwit werd geheeten....
Als men in Vranckrijck huwelijksche voorwaerden maeckte, schreef de notaris om de generaele clausule te abbrevieeren 'etc.' R. 'Wat beduyt dat?' R. 'Et caetera. R. 'Et ce taira! Non je n'en says rien etc. En hoe men het haer uytleyde, sij wilde niet teyckenen voor 't verschreven was.
Leendert hadde een krieltje van een wijfje, maer ongemeen boos, soodat hij er onder deur moest. In vrolijck geselschap sprack men van boose vrouwen. 'Jae', sij Claes, 'de mijne wilde in 't begin wat spels maecken, maer ik heb geen remedie gevonden tot dit quaedt als dat men de vrouwen wat korter moet houden.' R. 'Dat mag de duyvel geloven, want niemand...
Een vrouw die geweldich luy was, hadt des avonts als de man thuys quam noyt haer werck gedaen. Derhalven de man, dit moede werdende, nam een stock en smeerde haer lustich af. Sij schreuwde en riep: 'Waerom slaet gij mij, ick heb immers niemendal gedaen.' 'Karonje', seyde hij, 'daerom dat gij niemendal gedaen hebt, slae ick u.'
Een hoveling quelde altoos een jonge princesse dat sij een hubsch jong prins aen haer sijde behoorde te sitten hebben. Sij seyde eens: 'Soo gij mij met sulck quellen niet op en houdt, sal ik u in 't gat laten steecken.' R. 'Genadige princes, ik wouw wel een gansche nacht daervoor in 't gat steecken, dat Uw Genadige daer een prins door kreegh.'
Een vrouw drong in het Heuijpark door een deel volcx om coning Carel de Tweede te sien. Ontrent hem comende seyde sij, dat het de coninck hoorde: 'Wat leelijcker man is dat!' 'Swijg stil, vrouwtje', seyde hij, 'het mocht mij licht aen mijn huwelijck schaden.'
Fijtje, weduwe en niet al te rijck zijnde, kocht een schoon groot huys. R. "Wel, wat mag die sloof beginnen met sulcken huys te koopen?' R. 'Sij doet het omdat het huys haer weder verkoopen soude."
Joseph trouwde heel jong daer sich de vrouw van diende, want hij lag er leelijck thuys. soodat hij sijn vermaeck in den wijn socht en alle avond vol was. R. 'Joseph werdt morgen 25 jaer, dan hoop ick, sal hij eens sijn eygen voogd zijn.' 'Dat sal beswaerlijck kunnen wesen want de man is alree in een quaede gewoonte, te huys is sijn wijf, in de kroeg de...
Een persoon, die eer sijn moeder troude al gemaeckt was, quam in een compagnie en willende over een tafel springen, sprong mis en viel (vermits hij groot was) so sterck wederom dat hij een juffrou, die hem noch wilde houden, onder de voet viel, waerom sij seyde: 'De drommel, monsieur, wat sijt gij een groot sterck kerel.' 'Dat geloof ick wel', seyde een...
Adriaen Steyn quam in Noord-Hollandt Geesje Pex besoecken, die aen een oude stumpert was getrouwt. Sij klaegde voor en nae, dan van tantpijn, dan van etc. De bedsteden, als yder weet, zijn daer heel hoog. R. 'Het geeft mij wonder dat ghij klaegt sonder ophouden, ghij slaept immers gerust hoog en droog.'
De boeren hadden lang jagt gehad op een wolf, die haer groote schade gedaen had. Sij kregen hem eyndelijck levendig. Doe wiert er sterck gedelibereert wat straf men hem aen doen soude. Den één wilde hem radbraecken, den ander hangen, de derde geesselen en brandmercken, etc. Op 't lest stont er een op die bij sijn wijf in guarnisoen lag, en seyde: 'wilt...
Een man aen taeffel sittende dronck altijt den beeker tot de bôom toe uyt. Sijn vrouw hem daerover bekijvende, seyde hij: 'Och liefste, ick doe dat omdat ick soo gaeren Onsen Lieven Heer sien mach' (dewelcke op de bodem gegraveert stont). de vrouw liet de bodem uytbreecken en een nieuwe in de plaets maecken, waerop de duyvel geschildert stont. De man,...
Een tribas tot Amsterdam trouwde een vrouwspersoon, die daerover klachtich viel, soodat 2 scheepenen gecommitteert wierden omme inspectie van saecken te neemen. Ten huyse van dese tribas gekomen sijnde, liet sij alles visiteeren, waerop den eene schepen tegens den anderen seyde: 'Confrater, ick hebbe van mijn leven wel 1000 st. aen k... verkeecken, maer...
Sextus Nero hadde Sporus een jongeling laeten lubben. Hij gaf hem eenige goederen ten huwelijck alsook alderhande vrouwe toestel; jae, hij hieldt er oock bruyloft mede, [1 zin doorgehaald] ' 't Is jammer', sey er één, 'dat sijn vader, Dominitius Nero, oock niet soo een vrouw gehadt heeft.'