Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
83 datasets found
Dutch Keywords: heten Organizations: Meertens Institute
De bewoners van Nistelrode heeten eigenlijk wevers, naar het daar veel beoefende vak. Aan deze thans verdwenen huisindustrie herinnert nog het massieve weefgetouw uit den tijd van grootvader zaliger, dat men in oude dorpshuisjes kan aantreffen. De afgewerkte stukken bracht men naar de linnenkoopman te Grave, die ze betaalde tegen een loon van 24 stuivers...
Eenige scheldnamen van de eene plaats op de andere. De bewoners van Meppel noemt men hier "Meppeler muggen", die van Blokzijl "Katten" 1), die van Zuidveen "Zuveniger koeleschieters", wat zeker zijn oorsprong heeft in de vroeger tusschen hier en Zuidveen gelegen leemkuilen (koelen), thans gedempt. Steenwijkers worden genoemd "Steenwieker kaampe knollen"...
2.80. De onderaardsche klok te Veldhoven Ten Noorden van Veldhoven, in de richting van Knechsel, ligt een kuil of eene gracht, waarin sinds zeer lange tijden, naar het volksgeloof, eene torenklok verzonken is. Velen meenen dat ze eenen keer per jaar een enkelen slag doet hooren en wel te middernacht van Kerstmis. Eene vrouw uit den omtrek naderde op...
Geestelijke tekent portret van een heks Pastoor Gijbels – ik meen toch dat ie zo heette – was een goed mens en ie heeft veel mensen geholpen om van de heksenplagen bevrijd te worden, o.a. bij Teunissen waar de koe lang ziek was en waar er geen beterschap in kwam. De pastoor kwam eens daar en vroeg wat de koe eigenlijk scheelde. De boer wist het ook niet....
3.20. Een jager te N. had gehoord van een buitengewoon grooten haas, die eIken nacht in de 'P ... velder' te zien was en onder de stroopers schotvrij heette; niemand kon hem raken. De jager besloot op een nacht de wacht te houden om te zien, wat er waarheid was van hetgeen hij als een sprookje beschouwde. Een uur vóór middernacht ter plaatse gekomen,...
In een leesboekje voor de lagere school, J. Nijman, De Jonge Lezer, 4e stukje, vindt men op blz. 3 een versje: Daar was eens een mannetje Die veegde zijn stalletje, enz. Iets dergelijks vond ik bij een jongen uit Delft en wel: Daar was ereis een mannetje, die was niet wijs Hij bouwde een huisje op 't ijs Toen dat huisje klaar was Toen wou hij, dat hij een...
Naar de grindhei in den omtrek heeten ze de kaaikesschijters. (Id.)
In de Twaalfmorge had je een vrouw en die noemde ze de Slapende Juffrouw. Maar waarom dat weet ik niet.
Naar de volksetymologie zou de gemeente eerst Zandbeek hebben geheten, omdat er een beek vloeide, die zand opwierp; anderen menen dat de naam eerst St. Jansbeek was, naar de patroon der parochie. (Corn. III, 200)
DE KONING VAN SPANJE. Aan de Gulp onder Gulpen staat nog een boomgroep, waar het "de Koning van Spanje" heet. De koning zou daar hebben gerust en zich er in zijn helm of in zijn zwaardschede een dronk uit de Gulp hebben laten brengen.
Vrouw Houtman deed mij het volgende verhaal. Er heeft een schip bestaan dat zoo groot was as van Amsterdam tot Tessel. Dat schip heette Het Schip Sinternuiten. Een man te paard had zes weken werk om van het eene eind van het schip naar het andere te gaan om te zeggen dat ze ree moesten. Dan duurde dat nog zes weken eer ze ree waren. Dat schip was met zout...
Broek in Waterland
1.4. Kaboutermannetjes Bij dien boer op 't 'Ven', van wien ik in mijn tweede vertelsel sprak, hadden de Kabouters dan toch geen voordeel aangebracht, zult ge mij mogelijk tegenwerpen om den goeden dunk, dien ik van 't Kaboutervolkje heb, te logenstraffen. Maar merk dit wel, 't zullen zeker wel gierige, hebzuchtige menschen geweest zijn bij dien boer, die...
3.10. Jan de-n Tuitelaar Daar was eens 'ne jongen en die jongen heette Jan. En die jongen die zette op 'ne goeien dag een ert in den grond. En die ert die groeide en die groeide zoo schrikkelijk hard en zoo hoog dat de stengel al heel gauw met den top aan de wolken kwam. En nog altijd groeide ze maar door. En toen ze ten lange laatste door de wolken heen...
De acht zaligheden Bladel, Duizel, Eersel, Holsel, Knechsel, Netersel, Reuzel en Steensel, deze acht dorpen in de Meierij, worden spottend de 'Acht Zaligheden' geheten. Zij vormen dus een tegenhanger met de dorpen Weelde, Poppel en Ravels, in de Antwerpse Kempen, welke de 'Drie goddelijke Deugden' worden genoemd. (Ook een groep van acht werkmanswoningen...
nl-verhalenbank-44739
Maanblusschers De inwoners van Zundert heeten 'de maanblusschers' evenals de inwoners van Mechelen. De verklaring ligt voor de hand: de maan kwam rood op, waarna de brandweer uitrukte ter blussching, maar spoedig huistoe keerde. (Levelt 1926)
Die van Zundert hebben den naam dat zij buitengewoon veel bokking verbruiken, waarom hun dorp in de wandeling klein Scheveningen heet; om ze boos te maken roept men hun 'spek met steerten' achterna. (A.v.W. in RdH 1881: 68)
Je hebt hier een kraaienland en een kattenland. Dat hiet heden ten dage nog zo. Dat stamt uit de tijd van de veepest. Die stukke land legge hier vlak achter. Dat kwam zo. In die tijd van de veepest, toen krege ze nog geld toe, as ze maar boer woue blijve. Waar die naam vandaan komt? Nou, dat ging gewoon zo. Dat land dat moch niet weggeve worde bij de wet....
2.85. De doodenput onder Luiksgestel Waarom dit moeras of soort van vijver - het is sedert onheugelijken tijd aan drie zijden met een walleken omringd - in de heide de Amprijt dien naam draagt, is geheel onbekend. Aan den Doodenput (Dooput, Dooiput) verbindt het volk eene legende, die op de volgende wijze verhaald wordt. Eens kwam daar een militaire...
Jan van Buuren, dat was de ouwe schaapherder in IJsselstein vroeger, bij die is Hannes Oegee in dienst geweest, bijgenaamd de Lummel. Hannes de Lummel, die kon tovere. Vroeger wier de schapemest verkocht an de tabaksplanters in Veenendaal. Op een keer was Hannes de Lummel klaargekomme met uitspitte van de schapestal, want 't was in 't voorjaar en toen...
Het Ginneken heet beter Grinniken, zegt men te Oosterhout, want de boeren kunnen er niet lachen, maar alleen grinniken. (Corn. III, 172)