Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
14 datasets found
Dutch Keywords: heilig Organizations: Meertens Institute Place of Narration: Den Haag
Een groote lichtmis sprack mij seer hartig van sijne gereformeerde religie en seyde dat hij niets meer haete als de Catholycken godsdienst. R. 'Mij dunckt dat gij wel doet, dat gij het met de gereformeerden houdt, want al waert gij paeps, gij soud dog door uw goede wercken niet salig worden.'
Eenige pelgrims spraken van St. Maria tot Einsidlen haer goetheyt. Seecker compagnon seyde: 'Het is mijn suster.' Hierover wiert hij beclaegt en ter reden gestelt. Maer hij seyde: 'Dat noch meer is, de duyvel tot Constants en de groote Godt tot Shafhausen sijn mijn broers.' Gevraegt waerom, gaf tot antwoort: 'Mijn vader was een beelthouwer en heeft se...
Een Westphaelsche paep raeckte te preecken op het drincken ende verbodt op peenc van den ban het sondags kroegen, als oock het tappen op denselfden ofte andere heylige daegen. Yemant van de boeren naderhant op soo een dag in de kroeg vindende, met een goede flap hier voor hem, seyde al dreygende: 'Dat scall dei ein soer beer werden.' R. 'Scolt wel, Herr?...
Een gereformeerde veltoverste wiert lelijck van een monnick bedrogen, die hem beloofde een casteel in sijn handen te leeveren, maer doen hij aenquam, wiert hij soo onthaelt dat meest al sijn volck doot bleef, waerover een catholyck seyde: 'O, dien onnoselen ketter wil den heyligen vader den paus niet gelooven en hij gelooft een van sijn minste dienaers.'
Yemant, voorbij een seeckere mevrouws deur rijdende daer vrij wat op te seggen viel, sach soo een hoopen santerquanten voor haer huys geschildert. R. 'De duyvel haelt die goddelose lacqueyen niet haer vuyligheden.' R. 'Waerom? Daer is geen quaet geschiet, want dat is wiltbraet dat mevrouw alledagh vangt, dat hebben se voor deur gespijckert.'
Seecker bisschop (die oock lantvorst was) reet eens met 40 ruyters achter hem en, een boer siende, vraegde wat hem dacht. De boer antwoorde of St. Kiliaen oock soo voor desen tot Wurtsburg is ingereden: 'Daer twijffel ick seer aen.' De bisschop antwoorde: 'Ick rijde nu als lantvorst en niet als een bisschop.' De boer seyde daerop: 'En dat de duyvel de...
Een minnebroeder, op St. Fransiscusdagh dien heyligen seer prijsende, seyde: 'Waer sullen wij hem stellen? Bij de propheten? Hij is boven haer. Bij d'engelen? Hij gaet se verre te boven.' En soo ginck hij voort. Eyndelijck, iemant dat soo dickwels hoorende stont op, seggende: 'Set hem hier in mijn plaets, want ick gae terstont heenen.'
Een Westphaelsche paep raeckte te preecken op het drincken ende verbodt op peene van den ban, het sondags kroegen, als oock het tappen op denselfden ofte andere heylige dagen. Yemandt van de boeren naderhandt op soo een dag in de kroeg vindende, met een goede flap bier voor hem, seyde al dreygende: 'Dat scall dei ein soer beer werden.' R. Scolt wel, heer?...
Mevrouw De Groot, met de coningin van de religie discoureerende, soo vraegde Haer Majesteyt haer wat sij doch van Maria hielt. 'Ick houde haer', seyde sij, 'voor een heylige maegd.' 'Gelooft gij dan niet', vraegde de coninginne verder, 'dat sij een coninginne des hemels is?' 'Neen', antwoorde mevrouw De Groot, 'want ick geloove dat het coningrijck der...
Monsieur Botru, een Frans poëet, hadde tot verscheyde reysen een dragt stockslaegen tot loon van sijn wercken gekregen. Naderhandt, of hem deze begroetingen wat incommodeerden, of dat hem den ouderdom wat stram maeckte, ging hij altoos met een rottingh. Een ander verwonderde sig over dese ongewoonte en vraegde of Botru overste geworden was, of wat hij in...
Iemant t' onrecht gevangen sijnde, soo seyde de rechter: 'Al sijt gij nu onschuldich, soo hebt gij evenwel voor desen wel strafbaere dingen bedreven.' Hij antwoorde; 'Ick heb mij altijt als een eerlijck man gehouden en noyt eenich quaedt gedaen.' 'Soo dat soo is', seyde de rechter, 'soo moocht gij wel voor een sanct passeeren, wij sullen u dan een oor...
Een vent, die doodkranck lag, wierdt elck oogenblick van een bagijn aengeport om het heylig avondmael te ontfangen, maer hij wilde daer gansch niet toe verstaen, omdat hij dan waende eerder te sullen moeten sterven, jae, wierd er soo grijnig over, dat hij seyde: 'Soo gij mij daer meer van spreeckt, soo sal ick yewers anders mij laeten brengen daer mij...
De propheet Daniël liet assche in den tempel stroyen, daerin hij naderhant de koningh Cyro de voetstappen van des Bels priesters toonde en daerdoor haer bedrogh ontdeckte.
Een predicant tot Rotterdam opposeerde sich eeniger wijse tegen de magistraet. Als hij coram moeste komen, seyde hij dat niemant, wie hij soude mogen wesen, den preedicanten behoorden te contradiceeren, alsoo sij engelen des Heeren sijn, waerop een van de regenten seyde: 'Zijt gij engelen, weet dat wij Goden sijn, gelijck David in 82 Ps. seyt.'