Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Een graef, uyt een venster vallende, beseerde sich niet dan dat een groote buyl voor 't hooft kreech, waerover elck verwondert was, doch seyde: 'Maria heeft het ongeluck verhindert en mij in haer schoot ontfangen.' Flucx seyde sijn hofmeester: 'So moet se dapper hart van kniën sijn, dat U Genade sulcken bult heeft gestooten.'
Als graef Rantzou op sterven lag quam de pharherr hem troosten. R. 'Sijn Genade sey getröst, er wird bald im himmel seyn.' R. 'Och, das ist de sulftste orth da zwey meyner Vettern vorlang sin imhamend. O, jugheyt, wie scol et da wedder op eyn soepend gahn.' 'R. 'Wie, redt Seyn Genade so, im himmel weyss man von keyn sauffen.' R. 'Ja, snackje mij wat vor,...
Als hier nu laetst een graef van Nassauw was, segde yemand (Jan Smits): 'lck geloof dat Nassauw een koninkrijck is.' R. 'Waerom?' R. 'Omdat ick er meer als 50 graven van gesien hebbe.'
Den Haag
Doe de cardinael Julius Masarin sijn nigte Mazarini aen den hertog van Milleraij (wiens geslagt La Porte is) sijn soon hadde uytgetrouwt, die sig na dato altoos duc de Mazarini liet noemen, quam de cardinael na sijn doot stout aen den hemel. Sinte Pieter strax siende dat 'et een vreemdelingh was, vroeg hem met forçe stem: 'Hoe komt gij soo stout hier? En...
Den Haag
In de tijdt dat conte duca d'Olivares tot yders verdriet heel Spangiën regeerde, nam een capucijn de stouticheyt van onder in de preeckstoel een heymelijcken uytgang te laeten maecken ende op sekere feestdag aldus sijn rol uyt te spelen. Hij quam op stoel en hieldt sich of hij in slaep viel. Ondertusschen quam de koning en het gansche hof. Men riep:...
Sekere graef, die voor onbekent wilde gaen, wierdt evenwel op het huys te Raephorst princelijk getracteert. Hij stondt nae de maeltijdt wat op om de landen rondsom wat te gaan besien. Eenige gasten, die in de kamer bleven, praeten ondertusschen van hem. R. 'Hij mag sich vermommen soo hij wil, men siet al evenwel datter soo yets princelijx in steeckt.' Dit...
Den Haag
Keyser Carel de Vijfde weygerde aen een kaele graef audiëntie. 's Keysers nar dat siende, seyde: 'De keyser doet heel quaelijck, dat hij de graef geen audiëntie wil geven, want de graef mogte quaet werden en sijn graefschap, gelt en goet, en al sijn volck in een korf t' samenpacken en in een ander gebiedt brengen.'
Als seker graef aen een ambassadeur sijn ammonitiehuys (vol wapenen) toonde, vraegde of sijn heer oock sooveel wapenen wel hadde: 'Neen', seyde hij, 'maer mijn heer heeft twee of driehonder luyten die hem eens geschoncken sijn, maer doen hij die gebruycken wilde, con hij sooveel luytenisten niet krijgen.'
Den Haag
Bij een graef (die sijne raetsheeren scherp verboden hadt dat se geen giften souden nemen) quam een van sijn onderdanen en seyde: 'Ick geloof dat Sijn Excellentie meent dat ick een raetsheer ben.' 'Waerom?', seyde de graef. 'Omdat mij Sijn Excellentie noyt iets gegeven heeft', seyde hij.
Den Haag
Een Siciliaens graef, sijn vader vermoort hebbende, wiert veroordeelt sijn hooft op de marckt van Palermo te verliesen. Om dese openbaere schande t' ontgaen, liet de gedoemde een tonne gouts aen de viceroy bieden indien men hem in de gevanckenis liet onthalsen. Hierop antwoorde de viceroy: ' 't Regt heeft geen plaets, als 't niet geschiet op sijn plaets.'
Den Haag
Als den ouden graef Rantzouw op sterven lagh, soude hem sijn liefste uyt de Bibel yets trostelijckx voorlesen. Sij oock seer ervaren sijnde in de Schrift, sloeg juyst op het 17e cap.1 Samuel, alwaer sij hem het duel van David en Goliath voorlas. Doe het capittel uyt was seyde hij: 'Ey, lees mij de schelmerij noch ein mahl'.
Een graef disputeerende van de aenroepinge der heyligen, seyde: 'Bij exempel, dat mij iemant spreecken most, soo most hij sulcx eerst door mijn secretaris te wege brengen.' Waerop d'ander seyde: 'Ja, maer Onse Lieven Heer is so hooveerdich niet.'
Als de grave van Essex aen den heer Saville vroeg wat hem van de poeten dacht, antwoorde hij: 'nae die in prosa geschreven hebben, zijn de poëten de beste autheurs.'
Don Jean de Weert seyde tegen de graef van Hanauw: 'Sijn Excellentie heeft vorstelijcke goederen, maer koninglijcke schulden.'
Den Haag
Hendrick de 4e en Biron waeren in de caetsbaen. D'hertoch deelde de partij uyt en seyde: 'Ick en den hertoch van Espernon sullen tegen u, Majesteyt, en den graef van Suisson speelen.' Waerop de hertoch van Espernon seyde: 'Gij speelt wel, maer gij maeckt u partey qualijck.'
Coning Louis de 14e klaegde eens aen den grave van Fuentes, Spaensen ambassadeur tot Parijs, dat men sijn ambassadeur, den aertsbisschop van Ambrun, maer tamelijck wel te hoof ontfangen hadde.' R. 'Ick weet niet wat dien goeden heer al mag overbrieven, soo een vodderij! Wel hier te hoof seyt men wel, dat Sijn Majesteit Portugal onderde hant assisteert, en...
Den Haag
Tegen den sin der groten wiert Gualter Ralech seer hoog geadvanceert van de coninginne Elisabeth. Eens datterop de clavecymbel wiert in haeren veelergroten presentie gespeelt, begon de graef van Oxfort wat te grimlachen en een heer, die nevens hems stont yets in 't oor te bijten. De coningin, dit siende, wilde het weten. R. 'Ick sie als de hoofden op de...
Den Haag
Iemant vraechde een ander: 'Hoe heedt een graeff in 't Frans?' R. 'Conte.' R. 'Op u neus.'
Den Haag
Prins Willem van Orange, noch page bij keyser Karel, hadt het eens verbruyt. De keyser sondt hem met een uriasbriefje na den stalmeester. Willem, lont ruykende, vont daer den grave van Egmont of soo een compagnon. R. 'De keyser heeft mij desen brief aen de stalmeester te bestellen gegeven en ik heb een noodsaeckelijcke boodschap.' Hij dêe het en brenger...
Als de heer Hans Wolfert van Brederode eens met een vliegendt leger soude trecken, soo raede Sijn Hoogheyt hem, alsoo alles ter plaetse daer hij trock niet ofte heel quaelijck te krijgen was, dat hij sich van een koude keucken soude voorsien. 'Ick wete', seyde de heer Jacob van der Burch (Zijn Excellenties secretaris) 'dan geen beter raedt als Sijn...
Den Haag
