Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Een windbuyl van een onverdraegelijck humeur wierd yewers voor command na toegesonden, doch in een jaer weder op ontbooden. R. 'Dat is seker een korte vreugt geweest?' R. 'Dat doet dat hij 't daer soo dapper van eyeren heeft gemaeckt en gij weet immers wel dat al de gerechten, daer men veel eyeren in doet, kort vallen.'
Den Haag
Iemant wiert berispt, omdat hij sich selven wat teveel prees. 'Mij dunckt', sey hij, 'dat ick wel doe, want goede waer prijst altijt sich selven.'
Den Haag
Aagt van Eenrum Aagt was gezond maar arm. Zij bezat niets op de wereld. En in Eenrum was dat iets bijzonders, want daar waren vroeger alle mensen rijk. Daarom mocht Aagt ook niet arm blijven. Die gedachte kon niemand verdragen. In die dagen lag er bij Eenrum een groot stuk land dat nog geen naam had. Het was van niemand en diende als vogelweide. Het land...
No name
[42.51] GB: En b...bevoorbeeld a...als je hier d...bij de Kolksluis neemt. Daar heb je eh waar eh s...s...zijn zoon [Doelend op de zoon van palingroker van Ballen] eh Ton dan woonde eh heb je dus ee...een tekst op 't huis, 't heet ehm 'Al te zot kan niet bezinnen, al te...' ehm hoe heet 't ook alweer... 'Al te...te zot kan niet bez... al...al...al...' nee...
Een 'Helmonder' was weleer in de wandeling een minderwaardige ruwe vechtersbaas.
(V.d. Ven, 167)
Helmond
Spreekwoord: Als iemand iets verkeerds had gedaan: Ie hef'm in de klompe pist.
Iemant, gevraecht sijnde wat onderscheyt dat er was tusschen wijsen en sotten, antwoorde: 'De wijsen hebben haere tonge in haer hart, en de sotten hebben haer hart op haer tonge.'
De meeste Juffrouwen verliezen met zig te laaten kennen, hetgeen ze winnen met zig te laaten zien.
De boekvink (Fringilla coelebs) zingt: 'Wie gaat mee naar Wanrooy toe, maar 't is kuken te wied.'
(NBA, 588)
"Boontje komt om zijn loontje" Van dat Woordenboek gesproken: Misschien stelt u er belang in, in verband met Dl. III, 449 v.b. "Boontje komt om zijn loontje", waarbij ik niet vergeet de mededeling van Dr. J.W. Muller, Tijdschr. Ned. Taal- en Letterkunde XIII, 156, dat in Twente (Borne) voor een jaar of twaalf onder de jeugd het verhaaltje wèl bekend was...
Amsterdam
Een knegt hadde gaerne een nieuw kleet van sijn heer gehad. Seyde: 'Joncker, ick droomde te nagt dat gij mij een nieuw kleed vereerde.' R. 'Ey, al de gecken verlaeten sig op droomen, de wijse luy weten wel beter.'
Blinde Joochem stond op de kermis met dobbelstenen. Hij riep:
Onder de negen en boven de twaalf,
kermis vieren voor de kinderen 's avonds na vier uur.
No. 340. Graaf Willem van Holland zou de strijd beslissen die tusschen de Hertog van Brabant en de graaf van Vlaanderen was gerezen. Hij liet zich toen Heusden geven door die van Brabant, en gaf hen daarvoor, ten koste van den graaf, de stad Mechelen.
Heusden mijn, Mechelen dijn, zeide hij. Dat is sindsdien een spreekwoord geworden. 12)
Een pastoor uit Zeelst was eens des avonds op terugweg van Strijp naar zijn pastorie. Aan het Strijpsch Schoorke werd hij op eens in 't water geworpen. Nergens was iemand te zien geweest. Pastoor kwam druipnat weer op den weg en zei: Die mij heeft nat gemaakt, zal mij ook wel weer droog maken. Toen sprak de stem van de onzichtbare heks: Morgen vroeg hangt...
Seecker edelman die heel vroom geleeft hadde, quam schielijck te sterven. Een religieux, die de soon quam troosten, seyde: 'Mijnheer, Godt heeft met u vader gedaen als goede vrienden plegen, die malkanderen sonder tevooren te laeten weeten, 's middags soomaer op de portie mede neemen.'
Den Haag
Er was eens een schipper, die een schuit had, maar er zelf nooit in sliep. Hij, noch zijn knecht. Eens kreeg hij een nieuwen knecht en toen die 's morgens opstond, zag hij dat de schuit precies anders om lag, als hij hem den vorigen avond gelegd had. Hij vertelde dat aan zijn baas, maar die zei: "O, dat is niks, dat gebeurt alle nachten en daarom willen...
' 't Is vreemd dat die keerel, daer hij sulken inkomen heeft, altoos even kael blijft.' 'Het doet mij geen wonder', seyde de heer van Zuylichem daerop, 'soo grooten staet als hij voert. Sulke luyden konnen niet opkomen, sij slachten de weerhaen die altijt in de windt leeft, omdat sijn staert grooter is als sijn heele lijf.'
Den Haag
Godin vreijde juffrou Outshoorn, sij die weynig anders tot sijn laste hadde als dat hij manck ging, dat haer juyst seer tegenstont. Eyndelijck haer versoeckende, kreeg van haer tot antwoort: 'Mijnheer, uw geselschap is mij aengenaem, maer gij moest op sulcken voet niet bij mij koomen.'
De getrouwheit van een knegt en de wijsheit eener vrouwe zijn twee deugden, die men noyt moet ter toets brengen.
Een priester dede grooten arbeyt om een Moor te bekeeren, maer siende dat al sijn moeyten vergeefs waeren, seyde hij: 'Mij dunckt, mijn woorden u 't één oor in en 't ander weer uyt gaen.' 'Sij doen niet', seyde de Moor, 'want sij comen daer niet eens in.'
Den Haag
