Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Het naderend onheil Boer! Boer! Boer! er is een andere macht dan die van het goud. Boer! Boer! Boer! zonde is niet als ze wenkt, met zonneblinkend gelaat, met vlekke- loos gewaad, maar denkt aan uw zielehiel! " Zóó klonk de stem in de lucht. De boer van Muntjezijl wilde niet luisteren. Sinds hij getrouwd was, dacht hij de kousen vol met goud, die de vrouw...
Er is een man, die rijdt altijd alle Turken dood die hij ziet lopen. Op een keer ziet hij de paus staan liften; hij neemt hem mee. Dan ziet hij weer een Turk lopen, en hij wil hem bijna doodrijden, maar dan denkt hij eraan dat de paus in zijn auto zit, en op het laatste moment wijkt hij uit. Dan kijkt hij achterom en ziet die Turk liggen: dood. Zegt de...
Zutphen
Wat is een Turk in een bushokje?
Een schiettent.
Zutphen
In een flat woont een Nederlands, een Turks en een Surinaams gezin. Op een avond op een feest wordt een Turk een raam uitgegooid. De Turken nemen het niet en gooien een Surinamer uit het raam. Wat staat het nu?
2-0 voor Nederland.
Zutphen
Waarom hebben negers zulke witte tanden?
Dan weet je waar je moet slaan als het donker is.
Een Duitser heeft een heel goed afgerichte hond: als je een woord met `das' zegt, dan valt hij het woord wat daarna komt aan en laat vooral niet los. Hij vertelt wat een erge dingen die hond heeft gedaan.
Zegt de Nederlander: "Da's klote."
Zutphen
Een Belg rijdt over de snelweg. Zijn band gaat kapot en hij moet wachten op een lift. Er komt een Nederlander die hem een lift wil geven onder voorwaarde dat hij een uur lang in een cirkeltje blijft staan. De Belg gaat accoord, en gaat staan. De Nederlander geeft een trap tegen de auto en de Belg begint te lachen. Dus de Nederlander geeft nog een trap....
