Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
[Van de schoone schildersdochter] Een schilder werkte in het paleis van den koning aan het portret van een meisken, dat hij, op 's vorsten vurig aandringen, verklaarde zijn zuster te wezen; de koning werd er dol op verliefd, en wenschte haar terstond te zien. Een buurvrouw van het meisje, Zwarte Margriet, zou des schilders zuster op de reize vergezellen....
Die .LXXVII. cluchte. Een out wijf ghinc des morgens vroech ter kercken. Doen quam haer een priester teghen, doen maecte si veel cruicen voor haer. Die priester seyde: 'Waerom seeghent gy u also voor my, ic en ben toch geenen duvel?' Die vrouwe antwoorde: 'Het en heeft mi noyt ghefaelgeert: als my des morghens vroech een priester teghen quam, my en is...
Die .XXIIII. cluchte. Noch moet ick wat van desen CLAEUS NAR seggen. Het is geschiet dat die hoochgeboren vorst op de jacht gereden is. Ende alle dat hofgesin is met hem getrocken, also dat niemant thuys bleven is dan alleen twee cocks, een cleermaker, een joncwijf ende dese CLAEUS NAR. Die sot hadde eenen hont opgevoet, die by nyemant blyven en woude dan...
Die .LXV. cluchte. TERENTIUS seet: 'Nurus et socrus semper odere una.' Alle soens wijfs haten hare mans moeders, haer swagherin, maer daer twee broeders wijfs by den anderen sijn, daer en is nymmermeer vrede. Ic lese hoe dat drye broeders in een dorp, ende yeghelijck met sijn wijf t'samen huys hielden. Het gheviel eens op eenen tijt dat veel heylighe...
Antwerpen
Van peerdtuyscher. Die .XLV. cluchte. Veel cooplieden reden metten anderen te FRANCFORT in die merct. Ende onder hen was een peerdtuyscher. Ende op eenen nacht als men slapen woude gaen, ende gelijc men somtijts twee op één bedde leet, so worden dese oock bi eenen gebedt. Die seyde: 'Goede gesel, ick ben een balslager ende mi droomt somtijts hoe ick den...
Van den toovernerssen. Die .LXXVL cluchte. Veele cooplieden trocken metten anderen wech. Ende des coopmans vrouwe had eenen ouden wijve eenen gulden gegheven, dat si haer leeren soude dat haer man haer na ghinck. Ende sprack hoe dat si wel ghehoort hadde dat men dat wel doen coste. Dat oude wijf leerde haer die conste. Op eenen tijt badt si den man dat si...
Van de schoone schildersdochter, van de booze Zwarte Griet en van Kokodeike Daar was zoo eens een schilder, en die werkte in het paleis van den koning. Op zekeren dag vergat hij 's avonds zijn snuifdoos mee naar huis te nemen: op deze stond het portret geschildeld van een wonderschoon meisken. Nu gebeurde het, dat de koning daar juist voorbij kwam...
Die .XXX. cluchte. Een dochter hadde gedient in een stat daer si veel aenvechtinghen leedt van de ghesellen. Ten laetsten ginck si haer op een slot verhueren. Als si uut woude gaen, quam haer die duyvel by eenen eycke tegen, in die ghedaente eens mans, ende vraechde haer waer si henen woude. Die dochter seyde 't hem. Die duyvel sprack: 'Ic en souts niet...
Antwerpen
Die .XC. cluchte. Een hooveerdich edelman quam van FLORENS te MELANEN in eens barbyers huys. Daer vont hi eenen ossencop in eenen schilt staen, in een venster met alderhande verwen verciert, gelijck sinen ende teeken was. Hi seyde: 'Wie voert desen schilt hier in deser stadt? Dat teeken is mijne.' Hy en woude niet dat een ander vueren soude. Doen was een...
Om een quaet wijf soet te maken. Die .LXVI. cluchte. In die tijden van SALOMON, als hi dat ordeel van de II wijfs metten kinde ghegeven hadde, ghinck sinen lof van zijnder wijsheyt in alle landen. Ende waren sommighe uren in den dach geset dat hi yeghelijcken ghehoor gaf. Daer waren ooc lyeden ende knechten in 't hernasch geordineert. Als yemant den...
Die .CVII. cluchte. Een woeckenaer was in 't sermoon gheweest, daer hi seer in verstoort was. Ende hem quam een gesel teghen die hi wel kende, die seyde tot hem: 'Heer, waerom syt ghi soe gram?' Die woeckenaer seyde: 'Die moninc heeft ghepredickt dat dye duyvel al die woeckers in die helle voert.' Die gesel seyde: 'Gheeft my eenen sleper, ick wil hem in...
Adjendodderken en Anneken-Tooverheks Adjendodderken maakte altijd huiskens van kaarten, maar Anneken-Tooverheks kwam ze elken dag omblazen. Adjendodderken werd dit moede, en op 'nen keer bouwde hij een huisken van steen, en zette er een pompeken en een schouwken in, en als Anneken-Tooverheks nu nog kwam, dan zou ze het huizeken niet meer kunnen omblazen....
