Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
583 datasets found
Dutch Keywords: geslachtsdeel Organizations: Meertens Institute
Genaaid Komt een vrouw bij de dokter en vraagt: "Dokter ik ga voor de derde keer trouwen... wilt u eens kijken of alles nog OK is?" De dokter onderzoekt haar en zegt: "Ik begrijp niet dat ik u moest onderzoeken mevrouw, want volgens mij weet uzelf wel dat alles OK is." "Misschien wel" zegt ze, "maar mijn eerste man was een gynaecoloog, die kon er alleen...
"Soms zijn grove moppen toch leuk. Zegt de ene vrouw tegen de ander: ik ben dol op mannelijke geslachtsdelen.' Zegt de ander:Ja, jammer dat er altijd een lul aan vast zit.' Hahaha! Mannen schijnen deze overigens helemaal niet leuk te vinden. Ach, misschien zit ik wel ontzettend fout hier. Met humor steekt het gek in elkaar." (Emilie Escher: `Ach ja, het...
Doe de koning Hendrick 4 de eerste nacht bij La Belle Gabrielle de Estree sliep, vonden sij sich allebey wat in haer rekening bedroogen. R. 'Mevrouw, gij zijt tamelijcke ruym gelogeert.' R.'Ick dacht niet, sire, dat gij met soo weynig treyn soudt gekomen sijn.'
"Waarom sta je daar zo stom te lachen, boer?"
Als men in een herberg van alderhande kluchtige voorvallen ende niewicheden sprack over de maeltijt, seyder één: 'Jaewel, gisteren quam er een bruyt langs de Haerlemmerdijck en die wierde op dienselven tijt in 't gat gesteecken.' Des waerts dochter, die praetjes hoorende, droop stillekens van taefel. 'Wel', seyde de hospes, 'mijnheer, gij hadt dat seker,...
Moppenmaker Een meid en een knecht dienden bij denzelfden boer. Die meid was nog niet op de hoogte van al wat er in de wereld te koop is en de knecht merkte dat gauw genoeg. Hij kocht dus op een goeden dag een zak met moppen en vroeg haar of ze van moppen hield. Natuurlijk was dat het geval en toen zei hij, dat hij een middeltje had om moppen te maken....
Een juffrou, haer serviteurs broeck vol linten siende, seyde: 'Mij dunckt, gij hebt een heele Fransche cramerswinckel.' 'Ja, mejuffer', antwoorde hij, 'is er oock iets onder, 't is tot uwen dienst.'
En weet je wat ik leuk vind dames en heren en dat moet ik nog even vertellen. Dat zoveel jonge mensen mijn plaat gekocht hebben. D'r staat toch geen enkele seksuele voorlichting op. Maar ze hebben toch mijn plaat gekocht, omdat ze van die pikante moppen houden. Van die jonge mensen, verloofd stel. Vader en moeder van haar gaan ook mee naar de...
nl-verhalenbank-41402
Capiteyn Guichery op een bal zijnde, versogt seecker juffrou van sijn goede kennis om met hem te danssen, maer hij refuys tot 3 à 4 mael toe krijgende, versogt, om niemant aenstoot te geven, een ander soet jonge juffertje, 'twelck de plaets soolang suppleerde. Na het danssen addresseerde hij sich weer aen sijn weygerige matres, sich beklaegende over haere...
Nicodemus, in geselschap van juffrouwen in goet humeur raeckende, begon soo naeuwen broeck te krijgen dat er de geck bloots uyt quam. Als het geselschap sich te barsten meende te lachen, quam Joost bij hem en waerschoude hem. 'Is 't ander niet', seyde hij, sijn lummel vast thuys haelende, 'mag nu een eerlijck man niet langer in sijn eygen deur staen?'
Men spreekt er over wat 'liefde' eigenlijk is. De een geeft deze beschrijving en de ander die, maar men is daarmee niet tevreden. Een meisje zegt eindelijk dat zij het beter weet. Ze moet dat dan vertellen. 'O,' zegt ze, 'de liefde is niets anders dan een groote zweer, die hier zit – en dan wijst ze op haar boezem – en die alleen kan genezen...
Iemant die een moy meysjen bestruyft hadde, hoorde dapper de grammatica als men hem seyde: 'Hoe dorst gij het bestaen, dagt gij niet dat het eens soude haperen?' R. 'Het is alsser staet in I. 13 D. ad leg. Aquil.: "Nemo est dominus membrorum suorum".'
Hoe kan je zien dat een man een kleintje heeft? Dan heeft ie een kinderzitje op zijn fiets.
Plompzakken Een verhaal uit 1943: `Een jongeman en een meisje waren in de Soerense bossen, een van de meest verlaten streken van Nederland, gaan plompzakken, een sexuele techniek, zo werd mij uitgelegd, waarbij het middel van de vrouw wordt ingesnoerd, zodat de vagina open komt te staan en ook de ballen mee naar binnen kunnen. Voor het insnoeren hadden ze...
Weet je wie er in Rotterdam ligt begraven bij de Euromast? De reus van Rotterdam. En hij ligt met z'n pikkie naar boven.
Een boer, met sijn huysvrouw op de wagen sittende, wiert van een steepol gevraecht of die hen die op sijn waegen sat, te coop was. 'Ja', seyde de boer, 'voor 30 tonnen gouts.' R. 'Schaemt u, huysman, dat gij u goedt soo hoog hout.' R. 'Ick doe seecker niet, want ik heb er flus noch een schagt uytgetrocken die ik voor geen hondertduysent gulden wil geven.'
Ooh, wat er gebeurt. 'k Zal geen namen noemen. Kastelein organiseert een carnaval met een zaaltje erbij u weet het wel, weet u wel. Heel gezellig. Om twaalf uur stopt er een taxi, stapt er een mevrouw uit helemaal in d'r blootje. Die portier gelijk in de houding. Hij zegt: "Wat doet u hier?" Zegt ze: "Ik kom voor 't carnaval." Hij zegt: "Zo" Zegt ze: "Ja...
Toen Koning Willem III gestorven was en bij den hemel aanklopte, vroeg Petrus: 'Wie ben je?' 'Wilem drie.' 'Wat is je beroep?' 'Koning der Nederlanden.' 'Zoo, en hoeveel veldslagen en hoeveel wonden heb je dan?' 'Geene.' 'Ga dan maar weer terug; een koning zonder wonden en veldslagen kunnen we in den hemel niet gebruiken.' Willem III ging dus weg, maar...
Der wie in skoalmeester, dy liet de bern rime op wurden dy't er sels bitochte. Hy sei dy wurden foar. Hy sei: "Hutterdetut. Hwa kin dêr op rime?" Ien jonge stuts de finger op. Dy sei: "Twee korf aardappelen is een mud." "Goed", sei meester. Doe sei er wer: "Hutterdetut." Doe wie der in oare jonge dy't de finger opstiek. Dy sei: "Mijn zuster breit een paar...
Een vent die een schoone quaedruypel hadde overgegaert, wiert van sijn oom dapper overgehaelt. R. 'Wel oom, heb ick quaed gedaen, daer lij ick selfs voor en heeft dat lidt gesondigt, dat doet nu niet als nacht en dag sijn sonden beschreyen.'