Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
51 datasets found
Dutch Keywords: eed Organizations: Meertens Institute
Tot Amsterdam woonde een haen die een kint thuys kreeg. R. Vrijster, moest gij mij spreecken?' R. 'Jae mijnheer, ick breng u hier een kint dat gij bij mij geteelt hebt.' R. 'Och, soete kint, ick kenne u niet, hoe is u naem?' R. 'Trijntje Pieters.' R. 'Wel, wacht een oogenblick, ick sal het boven eens na gaen sien. Neen kind, ick heb geen Trijntje Pieters...
Iemand per abuis dood verklaren leidt tot processen en een onderzoek. Het laagste personeel van ziekenhuizen, dat niet onder de eed van de zwijgplicht staat, durft openlijk uit te komen voor wat de direktie weet: wie tegenwoordig bijkomt ná een officiële doodverklaring krijgt een niet te achterhalen vloeistof ingespoten, die de - vaak toch nauwelijks te...
Een boer die questie hadde over eenig hoy, wierdt geseyt dat sij hem licht op sijn eedt souden setten. R. 'Ha, ha, kan ick het maer op die vorck krijgen, ick sal welhaest in mijn schuyr hebben.'
Onze Lieve Vrouw van Urmond Even buiten Urmond staat een Mariakapel, die omstreeks 1750 werd gebouwd op een plaats, waar voordien een wegbeeld van Onze Lieve Vrouw van de Zeven Smarten had gestaan, en waarin men sinds Onze Lieve Vrouw bijzonder vereert als Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans en van de Zeven Smarten. Een pastoor, die op voorspraak van de...
Mansardt wierdt in recht betrocken van de capiteyn van sijn jacht, die hem afeyschte 1500 gulden, soo over verschoten geldt als gebroocke touwen als andersins, maer alsoo alle posten niet wel te verifiëren waeren, rabbatteerde de capiteyn de helft, die hem oock wierdt bij sententie toegeleyt, mits sijn eedt daerop doende aengaende de deugdelijckheyt van...
No. 197. Een kolenbrander, die in 't Mastbosch te Ginneken woonde, had zeven vreemdelingen, die van den baan naar Breda waren afgedwaald, en 's nachts bij zijn hut hadden aangeklopt, vermoord. De achtste ontkwam en ijlde naar de stad, naar de heeren van den gerechte. Het proces was kort; voor den moordenaar werd bij zijn hut een galg opgericht. Hij bleef...
No. 318. Eens werd een schip op zee door de storm beloopen en 't verkeerde in groot gevaar. Daarom deed de schipper een gelofte, om een prachtige kerk te bouwen op de plaats, waar hij met zijn schip behouden aan land zou komen. Eindelijk gelukte het hem om het binnenwater in te loopen, dat destijds Noord-Brabant zoo ver van Holland en Gelderland hield,...
De scheper van Postel De Heide van Brabant. Hoezeer zijn hare wijde ongebrensde vlakten in den loop der tijden gekrompen en ingepaald. Maar nog altoos ligt ze toch op tal van plaatsen woest en wild als in den oertijd; ruig en bruin, als overspreid met een kleed van kemelshaar. Mysterieus is hare onveranderlijke eeuwige stilte, 't zij ze wasemt in den...
Toovenaars. Je kon de zwarte kunst ook leeren; dan moest je o.a. op een bijbel, waar een sleutel op lag, een eed afleggen, dat je niet in de bijbel geloofde, en er nooit meer in zou lezen.
No. 329. Voor eenige eeuwen kampeerden Engelsche soldaten op het Heike nabij het gehucht de Heers onder Veldhoven. Eens werden twee hunner van een misdaad beschuldigd, doch beiden zwoeren bij den Schepper daarboven dat ze onschuldig waren. Men ontdekte echter in de shako, die de soldaten bij het afleggen van den eed op het hoofd hadden gehouden, een...
Seecker buyrman leende sijn buyrmans ketel, maer hij vergat se weer te geven. op het lest quam men se eysschen. Hij ontkende het. Het wiert hem op den eedt geset, die hij door dreygementen van sijn wijf dêe. Doe sij buyten quamen, seyde de verongelijckte: 'Schaemt u soo uw siel te verliesen.' 'En ghij uw ketel', sey het wijf.
Een amptman liet de boeren voor hem in de naem van sijn principael sweeren. Daer quam een boer voor hem, die stack beyde sijn handen op. 'Wat beduyt dat?', seyde de amptman. 'Ick hebbe last', antwoorde hij, 'om voor mijn siecke buerman oock te sweeren.'
ENde betvoort stont dat mijn vader Ende tybert gingen te gader Ende hadden gesworen by haer trou Dat sy om weelden noch om rou Niet van malcander en souden sceiden Ende wat sy cregen onder hem beiden Dat souden deilen ten haluen ongetelt Doe sagen sy comen ouer tfelt Jagers gereden myt veel honden Sy liepen in velt al dat si conden Als die hairs lijfs...
Van valsche eede. Die .CCXIX. cluchte. Daer was een die veel valsche eeden gheswoeren hadde. Hi hoorden eens seggen hoe dat men van den meyneedt gepredict hadde. Doen seyde hi: 'Ick en sie niet dat my den eenen arm corter is dan den anderen, daer ick mede gheswoeren hebbe.' Soe terstont als hi dat woordt uut hadde, beghost hem die handt te branden, also...
Op Streefkerk had je een varkenskoper en dat is waar gebeurd, die had een varken gekocht en niet betaald. Hij wou niet betalen ok. Voor de rechter in Dordt legde die een eed af, dat ie 't varken had betaald. Eer hij thuis was, had ie twee stijve vingers! Zuk soort dingen werd gezien als onmiddellijke straf op de zonde.
Die .LI. cluchte. In 't jaer M vierhondert ende ses gheviel 't, als een coopman te FRANCFORT in die mert reysde, dat hem die male van den sadel ontviele, daer achthondert gulden in waren. Daer is een timmerman comen die de selve vonden heeft ende met hem thuys gedragen. Ende als hi thuys comen is, heeft hi de male op gedaen ende gesien wat daer in was....
De Ganzenhoedster Er was eens een lieve knappe prinses met prachtig goudblond haar. Haar vader was al lang geleden gestorven en haar moeder, de koningin, was al oud. Moeder en dochter waren dol op elkaar. Groot was het verdriet dan ook toen ze afscheid van elkaar moesten nemen. De prinses ging namelijk trouwen met een prins in een ver land. Op de ochtend...
Van raet soecken ende geven. Die .CCVI. cluchte. Men soude eens eenen grooten tocht teghen den koninc van TROYEN doen, ghelijc 't oock op die reyse gewonnen wert. Doen was daer die alderwijste GRIJCK ULIJSSES, die niet geerne mede ghetrocken en hadde. Ende omdat hi thuys blijven mochte, veysde hi hem oft hi onsinnich geweest hadde ende nam sinen ploech...
In de peel is de Gloei-ige man om te zeggen waar de juiste grens is tussen Brabant en Limburg. Die van Venray hebben daar ooit een verkeerde eed over gedaan: zwerend bij de potlepel in hun hoed en met Venray's zand in hun schoenen. Daarom moeten ze nu als gloei-ige mannen in de peel blijven. Als de gloei-ige 'savonds bij je komt, raakt ge hem niet kwijt.
RED MIJ! RED MIJ! Sinds den tijd, dat er bij den heer van het slot Terheyden in de Brunssummerhei een roode knecht diende, had de heer den naam, met den duivel op goeden voet te staan. Hij had al lang geprobeerd het mooiste meisje van Brunssum tot zich te lokken, om zijn hartstocht te bevredigen, maar het was ook zijn rooden knecht nog niet gelukt aan...