Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Icelandic Keywords

There are no Icelandic Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Narrator Gender

There are no Narrator Gender that match this search

close
6 datasets found
Dutch Keywords: brand Place of Narration: Antwerpen
Die .LXIIII. cluchte. Een boer sat aen een tafel by eerbare lieden, daer men couten hoe dat men vrede in dat houwelijck hadde. Doen seyde die boer: 'lck ben dertich jaer gehout geweest. Uutgenomen den eersten dach, so en heb ick ende mijn vrouwe éénen wille en sinne noyt ghehadt. Want op eenen tijt branden dat huys ende doen woude yeghelijck eerst ter...
Die .XV. cluchte. Men trock eens ter orlogen met grooter macht ende geweere. Ende daer stont eenen sot die vraechde wat dat voor een leven ware. Men antworde dat men ter orlogen troc. Die sot sprack: 'Wat doet men daer?' Si antworden: 'Men verbrant die dorpen ende wint steden ende verderft wijn ende coren ende slaen den anderen doot.' Die sot seyde:...
Van tegenspoet. Die .CCXVII. cluchte. Daer was een arm ghesel die adt daer hij 't vant. Ende daer was een rijcke vrouwe in een dorp die decte hem een bedde alle nachten, om een negenmanneken. Ende dat moeste hi altijt in die hant geven, oft si en woude hem niet legghen. Het gheviel op eenen nacht dat dye arme ghesel dat ghelt niet en hadde ende dye vrouwe...
SLIMME MENSEN Er was eens een stad, waar heel veel domme mensen woonden. Eens waren er negen van die stommelingen wezen jagen en toen ze terug naar hun stad gingen, dachten ze opeens dat ze er een onderweg verloren waren. "Wacht 's," zei er een, "we zullen elkaar tellen, dat is het veiligste, dan weten we ineens of een van ons verdwaald is in het bos."...
Die .XIX. cluchte. Men vindt voor een waerheyt gheschreven dat een edelman is geweest die een vochdie vercocht hadde over veel steden ende dorpen, gelijck somtijts die heeren een lant versetten. Die edelman nam dat landt in ende liet hem sweren van yegelycken in sinen lande. Ende waer hi quam daer ontfinghen hem die luyden eerlijck ende schoncken hem...
¶ Het xiiij. capittel. 1060 "Alsmen die vledermusen vliegen siet omtrent een huys, van daer waert goet vertrocken, want dat es een teiken, datmer tydeliken tvier in steken sal."