Organizations
Keywords
There are no Keywords that match this search
Danish Keywords
There are no Danish Keywords that match this search
Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords
There are no German Keywords that match this search
Icelandic Keywords
There are no Icelandic Keywords that match this search
Place Mentioned
There are no Place Mentioned that match this search
Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
There are no Narrator Gender that match this search
Iemant, gevraegt sijnde waerom men de hoogste en aensienlijckste bedieningen aen d'uytmuntenste verstanden niet en gaf, seyde: 'Men legt de swaerste lasten op d'esels en niet op menschen.'
In een bijeenkomst met de Oostenrijkse president stelt premier George Papandreou zijn minsters voor: de ministers van Justitie, Werkgelegenheid, Gezondheidszorg en Economie. De Oostenrijkse president introduceert zijn gevolg: de ministers van Justitie, Werkgelegenheid, Gezondheidszorg en Scheepvaart. Papandreou kan een grijs niet onderdrukken. ' Waarom...
Sorry kan niet werken ... heb een kater
haha
Groet,
Herman
Exempel. Het was cen rijcman, een ionghelinc, die hadde een zacht leven inder werlt. Ende hi gaf alle dinc over ende voer in eencloester ende wert een monic. Daer na doe hi der goeder spisen ontberen moste ende den goeden dranc, doe woude hi weder wtlopen: die dranc docht hem te dunne ende dat broot te grof, dat wermoes te maegher, dat stro te hert, die...
Exempel. Cesarius scrijft een exempel dat was in een cloester daer was een clerc. Hi en was niet vander ordenen, maer hi was daer ende aerbeidede daer in boeken te scrivenne. Niet anders en was sijn waeromme, dan dat hi mochte daghelijcs hebben sijn noot dorst van sinen lichame. Ende alle dien arbeit die hi voert dede, daer af en wilde hi niet hebben, mar...
nl-verhalenbank-41950
Coninck Philips de Tweede hadde een halve nacht sitten schrijven over een brief. Het b;at ten eynde sijnde, eyschte hij sant van sijn pagie, die uyt sijn slaep opspringende aen Sijn Majesteyt den inktpot gaf. De conink, oock in gedachten sijnde, goot het er over. Sijn arbeyt vergeefs en sijn brief bedurven siende, seyde hij met een sacht gemoet, wijsende...
RK: Werd er wel eens gesproken over kabouters of aardmannetjes, hier? JP: Als heel klein kind natuurlijk dan werd je dat wel eens wijs gemaakt. Bijvoorbeeld een holletje onder een boom of zo of een open ruimte onder een boom of onder een huis of zo...dan zeiden ze toch wel: 'Ja, dat ken wel es...daar woont een kabouter, daar woont een kabouter of zo.' Dat...
De oude Stormink, een boer in de buurtschap Wetering, die tijdens zijn leven lastig was geweest voor vrouw en dienstboden, had in zijn graf geen rust, maar kwam telkens terug. Om daar een eind aan te maken, stopte men hem in een looden kist. Deze werd geladen op een wagen getrokken door zeven paarden en in de Douwelder- of Douwelskolk gesmeten. De...
Bathmen
Een baas foeterde tegen zijn Helmondse werknemer: “Jij praat langzaam, jij loopt langzaam, jij werkt langzaam, is er dan niks dat je vlug doet?”
“Ja, vlug muug [= moe] worre.”
Die .LXV. cluchte. TERENTIUS seet: 'Nurus et socrus semper odere una.' Alle soens wijfs haten hare mans moeders, haer swagherin, maer daer twee broeders wijfs by den anderen sijn, daer en is nymmermeer vrede. Ic lese hoe dat drye broeders in een dorp, ende yeghelijck met sijn wijf t'samen huys hielden. Het gheviel eens op eenen tijt dat veel heylighe...
Antwerpen
"Vroeger ware ut hele barre tije, azzie as kind wat mankeerde, deeje ze dâ altijd af met een theelepeltjie Haarlemmerolie, zo biter as gal met een beetje suiker d'rop, en een lepel levertraan om an te sterreke!" Daarop, tegen de beroepswerkeloze, "maar dâ heb jij zekers nooit gehad, want wâ zie jij poep, mot je witte?" '"Ik weet trouwes nog wel un paar...
Studenten zouden een dode begraven en droegen de kist. Halverwege hun tocht naar het kerkhof kwamen zij langs een schoenmaker met daarnaast een café. Ze besloten even te rusten en zetten de kist met de dode bij de schoenmaker in zijn werkplaats. Dat vond de man goed. In het café namen de studenten een borreltje, maar het bleef niet bij één. Lange tijd...
Kobe de lettergieter Kobe was de beste lettergieter van de hele streek tussen de Koekestad en het Armeluizenland. Alle drukkerijen van enige standing wilden alleen maar werken met zijn letters. Dat betekende werk zoveel hij ook maar aankon – en meer dan dat. Hij had weliswaar geprobeerd om een aantal medewerkers aan te werven, maar hij eiste zoveel van...
Oostende
Sint Elooi. Eligius was de eerste die het Evangelie in Zeeland predikte. Volgens de overlevering stichtte hij kerken te Aardenburg en te Oostburg. Daarom willen wij zijn legende niet onvermeld laten. De H. Eligius, (dat is "de uitverkorene"), was de zoon van Eucherius en Terrigia. Hij werd in 588 te Chatelac bij Limoges geboren. "Reeds voor zijn geboorte...
Klaboutertjes waren daarentegen goedig van natuur. In den nacht verrichtten zij voor de menschen, in wier huis ze hun intrek hadden genomen, veel nuttigen arbeid. De vrouw des huizes zette dan uit dankbaarheid 's avonds een schoteltje melk voor hen klaar onder den schoorsteen en 's morgens was dat uitgedronken. Zoo was er in Zuiderwoude een boerenplaats,...
In Groot-Ammers, in Gelkenes, daar had je vroeger een slot of een kasteel, het slot Liesveld. Dat is nou helemaal weg, maar heel ver terug had je daar ok een kersebogaard, ik denk zo'n honderdvijftig of honderdnegentig jaar geleje. Daar ware toendertijd nog altijd de aardmannegies, ze noeme ze ok wel kabouters. Ze moeste altijd het overschot van het ete...
No. 291. "Laang jorre vur dize vond 'nen bour uit 't Kerkeingt in z'n schop (schuur) 'ne schwoier ligge. Doe ie er bij kwamp, doe vroeg de kièl (kerel) of det-ie giè werk vur em hai en of ie em nie-i-in huis zo wille. Den bour die weest uurst nie, wa ie er mi douë moost, mer noa laang prakkezirre zee-ie allengskens dat em goe was. Den bour die ha-i-er...
Nachtwerkertjes. Die hoorde men aan de Zaan, 's nachts als er storm in aantocht was. Zij waren voorboden van het vele werk, dat voor de timmerlieden op handen was, als door den harden wind schade werd toegebracht aan de vele molens, die er in mijn jeugd nog stonden. (C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.89)
Koog aan de Zaan
Het kantwerkstertje en de engel Toen Jozefientje ontwaakte voelde ze zich ellendig. De hele nacht lang was ze gekweld geweest door een hardnekkige, droge hoest. Zo erg was het nog nooit geweest. Het leek wel alsof binnen in haar borstkas iets stuk gescheurd was. Na elke felle hoestbui deed het hoe langer hoe meer pijn. ‘Jozefientje, het is tijd, kind.’...
Terwijl men boven de grond voortdurend belaagd werd door vuurmannen, auvermannekes (kabouters), weerwolven en ander gespuis, was het ònder de grond beslist niet veel veiliger. De mijnen met hun zwijgende duisternis, de schimmen veroorzaakt door het licht van de mijnlamp en hun vreemde en vaak angstaanjagende geluiden waren ook een welkome bron van...
