Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
close
794 results
Dutch Keywords: toveren
Nr. 3.56. Tovenaar tovert geld uit een geldbeugel Ik weet nog dat Harieke van Neel Vertommen kon toveren. Hij kon je het geld uit je geldbeugel toveren en ie kon ook witte muizen maken. Ze zijn ervoor naar de pastoor geweest en die heeft het hem afgeleerd.
In Langerak had je vroeger een tovenaar. Die gaat op een dag met een paar kameraads op de Poort* naar de kermis. Ze hebben een roeiboot. Ze willen gaan varen naar de overkant. Ineens blijft die roeiboot staan. Ze roeie d'r eige bekant kapot. Ze konden niet overkommen. Toen is die kerel, die kon toveren, zelf gaan roeien. Toen ging het wel. Zijn schuld...
nl.verhalenbank.50951
Heintje G. kon ook in een half uur tijds al het gras op hoopen zetten. Je werd er akelig van. Mijn vader heeft het zelf wel gezien. (C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.270.)
Sihir is een vorm van voodoo. Door deze toverij kunnen mensen gek worden, pijn ervaren of van een vrouw gaan houden.
Bij ons in de buurt was een ziek. 't Was een boerin. Die werd maar niet beter. Toen zei een buurvrouw van ons tegen haar: "Je moet naar de kwakzalver toe." Die man dat was een duivelbanner. Daar gingen ze heen. Toen zei die duivelbanner: "Je bent betoverd. En als je wilt weten wie het gedaan heeft, dan moet je morgen de kant naar de Ried uit lopen. "Die...
En d'r was ne man, die ha zo veul praots en een andere man zee: "We ,zulle is een slot op oewen mond zette!" En toen hij dee z'n hand naar de mond van die man. En toen kon die niks meer zegge.
nl.verhalenbank.72742
De Feddema's fortelden my us: Wy hienen to murdejeijen west de Godleassingel lâns nei Ikkerwâld út. Dêr wenne âlde Jan Jilderda. By de Jilderda's, dêr koenen se allegear tsjoene. Dy koenen har foroarje yn in kat. Doe't wy oan Jan Jilderda ta wienen, bleau de houn achter ús. Hy doarst net wer by ús wei, net earder as doe't wy in hiel ein fierder wienen.
Eens zat mijn zegsman in de trekschuit. De schipper had een nieuwe jaaglijn. En toch: op een gegeven oogenblik brak de lijn. Het touw was wel stuk, maar de uiteinden waren niet ruig; 't was net of het touw met een mes was doorgesneden. Herk was toen in de buurt. (Van een inwoner van Beets (Noord-Holland) te Broek opgeteekend) (C. Bakker: `Geesten- en...
N.N. uit Broek in Waterland, een oud-varensgezel, kon van allerlei. Als men hem ontweek, door, als hij den eenen kant opging, juist den tegenovergestelden kant op te gaan en hij dat in de gaten kreeg, liet hij een heel regiment dragonders aanrukken, waardoor men dan van zelf gedwongen werd terug te keeren, daar de wegen hier niet al te breed zijn. (C....
Eens heeft S. klaverenboer een flesch jenever laten halen. Grootvader heeft hem aangepakt, maar later zei hij: "Dat doe ik nooit meer"; want de flesch was gloeiend heet. Beide keeren slaakte S. een zucht van verlichting, toen de toer verricht was en zei: "Dat is net van pas." (Broek in Waterland) (C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland...
Eens stond een poep (hannekemaaier) te wateren, toen de menschen naar de kerk gingen. "Dat is ook fatsoenlijk," zei Herk, "zoo te gaan staan." "Dat goat jou niet an," zei de poep. "Blijf dan zoo staan," zei Herk en de poep heeft den heelen kerktijd zoo gestaan. Toen de kerk uitging vroeg de poep: "Och loat mi noe goan," waarop Herk hem vrijliet. (C....
Herk O., een kol, was eens op een deftige visite. Iedereen begon te lachen. En waarom? De een had een varkenskop, de ander een spreeuwenkop enzovoort enzovoort; maar niemand wist dat hij er zelf zoo uitzag. Herk kan maken dat men geen chocolade uit een vollen pot kon schenken. Een andere maal maakte hij dat de melk voor de chocolade niet aan den kook kon...
Eens heeft Stroo klaverenboer een flesch genever laten halen. Schuurmans grootvader heeft hem aangepakt, maar dat doet hij nooit weer, want de flesch was gloeiend heet. Beide keeren slaakte Stroo een zucht van verlichting en zei als de toer verricht was: "Dat is net pas."
Bij den zelfden heer Veldhuis te Koog aan de Zaan kwam een jood met appelen. "Wat kosten ze?" vroeg hij "In die mand een cent per stuk, en in den anderen twee cent." "Een cent, twee cent, twee cent, een cent, een cent, twee cent (enzovoort)," zeide hij, telkens naar de manden wijzend, net zoo lang tot alles door elkaar lag.
nl.verhalenbank.8810
De trekschuit naar Hoorn bleef vaak onderweg steken. Dit deed Herk. Dan ging iemand (meer dan een uur loopen) naar Berkhout om de hulp van Herk te vragen. Voor de man vertrok was de schuit al los, en ging het zo hard als het kon, zoodat men het paard haast niet bij kon houden.
Herk Ooievaar te Berkhout verstond jaren reeds geleden de zwarte kunst. Die leerde hij uit een tooverboekje. Bijvoorbeeld: Een Poep stond te wateren, toen de menschen naar de kerk gingen. "Dat is ook fatsoendelijk," zei Herk, "zoo te gaan staan." "Dat goat joe niet an," zei de Poep. "Blijf dan zoo staan," zei Herk, en de Poep heeft gedurende kerktijd zoo...
Mensen, die muizen konden maken: De “Meulder” in Kessel-Hout, eerder genoemd onder “werkgeesten” was zover gevorderd in de toverkunst, door middel van zijn boekje, dat hij levende muizen kon maken. Hij was er nog niet in geslaagd, er staartjes aan te maken. Zou hij het zover hebben gebracht, dan zou hij nooit meer uit de greep van den Boze zijn losgekomen.
Schaapherders, die schapen in kraaien veranderen: Een scheper, die geen wei voor zijn schapen meer kon vinden, liet de kudde op een perceel rogge van een buurman, en veranderde ze, om het niet te doen opvallen, in kraaien. De pastoor kwam langs wandelen, en vroeg: “Wat is dat, laat jij de schapen op buurmans rogge?” De scheper: “Dat zijn toch kraaien!” De...
Ik heb wel is hore vertelle van mense, die de gave van 't tovere liever kwijt dan rijk wazze. Dat heb ik van m'n vader. Je ken 't niet verkope en je ken 't niet weggeve. Want ze hadde altijd iets bijzonders waarmee getoverd wier, iets kostbaars. Ze woue daar nooit over prate. Ze wazze blij as 't gestole was.
Tegenover het gemeentehuis staat nog het brede huis van brouwer Prinsen. Daar waren veel ratten. ‘n Knecht heeft toen ’n halve dag in de poort zitten bidden: alle ratten trokken toen naar het huis van Verteller. Daar vingen ze er wel 40 per dag.
890