372 results
Maren Pilgård nede i Dybe havde en søn, der hed Mogens. Da han skulde til at gå i skole, vilde læreren høre ham, og han kunde da slet ingen ting. Om han kunde da ikke hans fadervor? Nej, heller ikke det. Da han kom hjem, sagde han til moderen, at læreren havde sagt, han skulde lære hans fadervor. „Herre Guj, mi sølle båer, er der nu noget, de kalder...
En gammel kone fra Ringsted-egnen, som blev kaldt Snørre-Boel (Bodil) gik meget omkring hos bønderne og fik noget at spise. Når hun havde fået det, sagde hun: “Tak for mål og tak for mætte, hvad jeg fik, det fik jeg med rette, havde jeg mere fået, var der mere i mig gået, men da jeg ej mere fik, der ej heller mere i mig gik”. Da hun døde, var man bange...
da.etk.JAH_05_0_00537
Min mudder hett dat sülm beläwt. Sünd 'n por brutlüd wäst in ehr dörp. Min mudder kümmt na huus na de koek rin. De koeksch hett dor 'n ganz nigen 3 wittens pott an de kahlen stellt. dat secht ümmer : Jacob.... segt dat ümmer. Se sett 't dat neger an't füer, dor geit dat Jacob..... So as dat kakt hett, hett de minsch lopen müsst. He kümmt denn ok ansmitt...
Olljohrsabend is 'n mäten... hett water hennsett, waschtin 't water.... keen seep oder handdok.... hett kamen müsst... Brüjam hett nachts kamen müsst in 'n säbenrand (in Amerika) is soldat wäst, hett sidengewehr liggen laten. so hebben sik heurat't. se hett dat gwehr in kaffert lecht. As se mann un fru sünt, steit se vör de entbindung. He will tüg...
olljohrsnacht het en dirn, de het bi'n preister deint, grütt kakt, dor kümmt en an't finster un fröggt, wo de weg dor un dor hengeiht. de seggt em he sall rinkamen, se will em wul bescheid seggen. As he rinkümmt, fröggt se em, ob he 'n mitäten will. he deiht dat ok, bedankt sik un geiht weg. vergett sin netz. De is nahst bi den preister in' deinst treckt...
Scheper bezaubert von einem Mädchen....... het ümmer twemil lopen müsst nachts, üm to ehr to kamen. knechts hebben em fastbunnen. ne, he het dat nich uthollen künnt. eins, 'n handwerksburschen begeigent em, he löppt so dull..... "cur”? klagt em sin leid. wenn he nu bi't mäten kem, süll hei seihn, dat he se ut 't dörp rut kriggt, ornlich 't jack vull...
De frou fan Kees Alma kin knoffelbânlizze as ien syn foet forknoffele hat. Har mem koe 't ek. Hja seit der in spreuk by op.
Yn it Suderdjip yn Grins lei froeger in kanonstik. Dêr stie op to lêzen: Hiet ik Margriet ik, Twee uren skiet ik. Had ik mijn broeder bij de hand, Kon ik beveiligen Groningen en Friesland.
Ik heb nog wel gehoord, dat ze voor m'n vaders zussie die d'r eige verbrand had een brandbrievie schreve. Ik geloof, dat daar de een of andere Latijnse spreuk op stond.* *Brandbriefjes werden vroeger heel veel geschreven in de streek.
Ieder kan voor zichzelven en de ouders kunnen voor hunne kinderen een voorbehoedmiddel tegen betoovering aanwenden, namelijk: altijd het hemd het achterste vóór dragen. Ook is het zeer goed — zoo niet beter — duivelsdrek in de kleêren te benaaien. Varkens laat men het innemen.
'Er stond hier een molen, die heette 'Ken U Zelve'. Dit is de lijfspreuk van de vrijmetselaars, die ook boven de tempel in Delphi stond. Misschien hebben zij hier wel gezeten. Inmiddels is de molen weg; hij is in de lucht gegaan in '44. Er zijn overigens verhalen van tempeliers rond Wijk en Aalburg."
Kent u verhalen van mensen, dieren of voorwerpen die bezeten zijn (waren)? Wat doet men hiertegen? Kent men duiveluitdrijving? Zo ja, wat gebeurt er, worden er bepaalde woorden / zinnen opgezegd? Ja, kwakzalverijmiddelen, spinnewebben op het hoofd leggen, aderlaten enz. Soms gebeurde het ritueel volgens een bezweringsformule.
Nachtmerrie leelijk dier, Kom me dezen nacht niet hier, Alle wateren zult gij waden, Alle boomen zult ge ontbladen, Alle grasjes zult ge tellen, Voor ge me vannacht komt kwellen.
Nachtmier, lelijk dier, Kom van dezen nacht niet hier, Alle wat'ren zult gij waden, Alle boomen zult gij bladen, Alle steenen zult gij tellen, Kom mij van dezen nacht niet kwellen.
M'n moeder vertelde ook nog van mensen dat daar een kind betoverd was. Dat kon zich haast niet bewegen. Dat kind werd soms helemaal verplaatst naar achter 't erf, vlak bij een vliet. Moeder ging daar wel eens op bezoek. Alle tekenen van betovering, vreemde kreten, waarschijnlijk was dat kind debiel. Dat kind onderging verplaatsingen.
Trijntje Parrekiet (weduwe Jansen alias Koeman) te Broek in Waterland kon kollen. Het was een zeer bizonder mensch. Ze rookte, pruimde en dronk genever. Eens heeft ze het iemand willen leren. Deze moest daartoe dicht naast haar komen zitten en alles woordelijk nazeggen. Haar leerling beloofde dit. Daarop kwam eerst een kalf naast hen staan, en toen een...
nl.verhalenbank.9263
Toevoegen aan Aant. 1949, fol. 7: )* „De nachtmare waart rond in de gedaante van een vrouw. Ze is nog meer belust op paarden dan op mensen en rijdt de hele nacht op hen rond. De paarden worden dodelijk vermoeid van deze ongewenste berijdster. De volgende morgen zou dit in de stal op te merken zijn uit de in elkaar gedraaide manen van de paarden.”...
Nachtmerrie De nachtmerrie, zoo als ze bij ons door het volk wordt afgeschilderd, bestaat uit een groot zwart gedrocht, zonder eigenlijke leden, meer een klomp (chaos) die zich aan het voeteinde der legerstede plaatst en zachtjens aan nadert tot het hart, waarop zij zich plotseling neerstort, om den slapenden te benauwen. (middelen tegen nachtmerrie, zie...
AA: "Wat je ook heel vaak hoort in Marokko als we daar aankomen, is dat ze zeggen: 'Neem nooit van een meisje iets te drinken.' [...] Dat is gewoon tegen iedereen die hier vandaan komt, want dan kunnen ze dus... Het is eigenlijk... Ze kan een spreuk op een voorwerp uitvloeken, laten we maar zeggen, en die voorwerp krijg jij dan. Een ring bijvoorbeeld. En...
(dat ward noch makt) olljohrsabend von 11 - 12 möten de mätens pölltüffel ungewascht kakt, En makt dat so, metz un gabel rein serviett etc rein water henleggen, alles trecht maken. klock 12 kümmt wat rin na de dör, is 'n jäger, de is lahm, dor segt se : "ne, den lahmen kirl den nehm 'k nich. - de löppt na anner stuw rin. de jäger is im wuth un smitt mit...
580