Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
close
35 results
Dutch Keywords: toverij
Toovenaars. Iemand uit IJzendijke, die de kunst verstond, wilde eens een grap uithalen met een vriend. Door het gaatje van den gootsteen, zette hij een beestje naar binnen, en dat werd al maar grooter, al maar grooter. Eerst was het als een hond, toen als een kalf, toen als een koe, want de toovenaar was de spreuk vergeten, om hem weer kleiner te maken....
nl.verhalenbank.39089
Toevoegen aan §5II, Aant. 1948, fol. 5b, t.a.v. de heer Hans Veneman: deze „magische techniek” is niet zo onbekend, ook niet „buiten het milieu”. Meyer Sluyser schrijft in zijn „Als de dag van gisteren…”, p. 136: „Had grootmoeder Gitele besloten sleutel en gebedenboek te raadplegen, dan ging ze in een donkere hoek van het vertrek staan. Liefst achter een...
Toevoegen aan Aant. 1949, fol. 7: )* „De nachtmare waart rond in de gedaante van een vrouw. Ze is nog meer belust op paarden dan op mensen en rijdt de hele nacht op hen rond. De paarden worden dodelijk vermoeid van deze ongewenste berijdster. De volgende morgen zou dit in de stal op te merken zijn uit de in elkaar gedraaide manen van de paarden.”...
AA: "Wat je ook heel vaak hoort in Marokko als we daar aankomen, is dat ze zeggen: 'Neem nooit van een meisje iets te drinken.' [...] Dat is gewoon tegen iedereen die hier vandaan komt, want dan kunnen ze dus... Het is eigenlijk... Ze kan een spreuk op een voorwerp uitvloeken, laten we maar zeggen, en die voorwerp krijg jij dan. Een ring bijvoorbeeld. En...
In de ouwe tijd had je hier in Montfoort een tuindersknecht en die moest voor z'n baas aardkruie. Maar hij wou en hij zou naar de kermis. Toen riep die: Erop of erin! En je ken 't gelove of niet, maar de aarde verspreidde z'n eige vanzelf over 't land.
nl.verhalenbank.72700
Toovenaars. Omstreeks 1870 woonde er in Vlissingen een cacaofabrikant, die de zwarte kunst uitoefende. Eens stond hij in een poort van de Kalkhofstraat een pijp te rooken, toen er een meisje voorbij ging, die hij lachend toeknikte. Toen was ze gedwongen die korte straat een vol uur op en neer te loopen; eindelijk verdween hij binnen de poort en de...
In Genne was een oude vrouw die kon toveren. Jan Boers was er op nieuwjaarsdag geweest en had er een borrel gedronken. Zijn vrienden zeiden: "Jongen, dan ben je betoverd. Je moet flink zweten, dan gaat het weg." Toen had Jan Boers net zo lang hard gelopen, tot hij doornat van het zweet was en van de betovering had hij geen hinder.
Verlydt van Cathelynken onbert bij Brugge wede, wijlen Boudin Bernaart in zijn levene Draadtwerkere, Prochiaet in Westcappelle, gedaen bij heuren vrijen wel wetende wille den 9 en jann: en anderwerf den 17e daar aane dit jaar 1541. De voorn: Cathalina onbaart bekend en verklaart hoe dat zij voortijds een tijd van Jaren geleeden bij den gerechte van 't...
nl.verhalenbank.48812
As wy as bern nei Piters Willemke, de tsjoenster ta moesten, seinen wy fantofoaren gau even trije kear achterelkoar: "Né, âlde duvel, krijst my net!"
Je had hier in de buurt vroeger een boer en die nam op een dag een nieuwe knecht. Die knecht, die moest gaan aardkruie. Maar wat deed die? 't Was warm weer en.hij nam d'r z'n gemak is van. Hij ging legge slape op 't land. Toen komt die boer om zes uur en die ziet die slapende knecht. Schelden en tekeergaan: ,Je krijgt ontslag". Maar die knecht staat op en...
nl.verhalenbank.72687
't Is hier in de buurt* ok wel is gebeurd, dat die tonne allemaal stonde te danse. De karn stonde te danse, de boter wou maar niet komme. Die karn was betoverd. Op Giessen-Nieuwkerk had je een toverdokter. Die kwam d'r bij, zette z'n pet af, raakte de karn an, hokus-pokus en 't was over. Ze hadden 'm gehaald met de tilbury. Ze zitte nog zo'n beetje te...
5.11. Het klaverblad van drie In Wouw, was er zonen herkuul, zo van die mannen die rond gaan mee gewichten. Die was d'r mee bezig. Komt er een ouw vrouwken aan mee nen bussel klaver en die bleef staan. Ineens scheit ie er uit en hij gaat er henne: 'Moederke, gaat astublieft deur'. 'Oh', zegt ze, 'Ik mag zo goe kijken as een ander, de weg is van iedereen!'...
nl.verhalenbank.44444
Toovenaars. [Evenals de heksen kunnen ook de toovenaars iemand den ganschen nacht laten dwalen.] Op Wissekerke kwam eens een koopman met hoeden en petten. Een zekere Joost de B. liet den koopman uitpakken. Joost bekeek iederen hoed, paste iedere pet, maar kocht niets. De koopman had in de gaten, dat hij gewoon voor den mal werd gehouden, en omdat hij de...
Yn Warten koe Sjoerd Ages soldaetsjes ta de hurddobbe út komme litte. Dy liet er marsjeare. Hy brûkte in toverboek mei toverspreuken.
Een verenkrans in het hoofdkussen, dat was ok een teken van betovering.
Der wie in snikkefearder, dat wie Hindrik Haukes, dy hie syn snikke krekt nij opfervje litten. De snikke lei foar de wâl, en hy waerd net brûkt. Mar it eigenaerdige wie, dat der hyltyd opnij skrammen opkamen. Dat koe neffens Hindrik Haukes allinne mar komme as er troch de slûs farde en dêr oanskaefde. Hindrik Haukes woe witte hoe't it kaem en paste op. Hy...
nl.verhalenbank.20791
Der wie in frou, dy wie jouns altyd fuort. Har buorman tochte: "Dêr wol 'k mear fan wite." Doe bispionearre der har. Doe seach er dat se har útklaeide en nei de kelder ta gong. Dêr salve se har yn mei salve út in potsje wei. Dat struts se ûnder 'e hals, en ûnder 'e earms en ûnder 'e boarsten en ja, oeral. Doe't se dat dien hie, klaeide se har wer oan. En...
Bij §1, Aant. 1960, sub 133B-III: ,,In het volksgeloof keert de conceptie van incubus en succubus terug in de vorm van de nachtmerrie". ,,Men geloofde dat de nachtmare een bovennatuurlijk wezen was dat 's nachts de mensen in hun slaap kwam kwellen door boven op hen te gaan liggen. De naam van de mare, die ook paarden bereed, is in de volksetymologie tot...
Ik hie in kammeraetske, dat wie Minke. Op in kear wie ik by Minke en dy yn 'e hûs, doe sei Minke: "Wolst ek ris hwat sjen?" Doe krigen har bruorren in toverboek. Dêr bigongen se yn to lêzen en doe kamen der allegear swarte roeken ta de hurddobbe út. De hiele keamer rekke fol. Sy fladderen dêr mar om. Ik waerd deabinaud. Doe lêsden se itselde achterút en...
Hja fortelde, der wie in tsjoenster, dy hie har it tsjoenen leare sild. Doe sei dy tsjoenster tsjin har: "Dû mast my dit neisizze: - Hier zitten we onder de weilge (= wylch), vervloekende God met al zijn heilge. -" Mar Antsje hie sein: - Hier zitten we onder de weilge vervloekende de duivel mei syn hiele oanhang - Doe hie se 't tsjoenen net leare kind.
42