Organizations
Keywords

There are no Keywords that match this search

Danish Keywords

There are no Danish Keywords that match this search

Dutch Keywords
Show More Dutch Keywords
German Keywords

There are no German Keywords that match this search

Place Mentioned

There are no Place Mentioned that match this search

Place of Narration
Show More Place of Narration
Narrator Gender
close
23 datasets found
Dutch Keywords: uitblazen
Bij Kees de Waart spookte het ook, ook nag toe ie al in de nieuwe plaats weunde. In z'n voorkamer kon ie nooit komme, want as ie er met een licht ingong, den kon je zeker weze dat het uit ebléze wier. Ook werden daar allerlei geluiden gehoord.
Der wie ek in reus dy wie ek oan 't kanaelgraven. Dy rêstte ek even tsjin 'e tsjerke út. "De lea binne my warch", sei er. Sa krige dat plak de namme fan Wargea.
nl.verhalenbank.21959
Der wie in reus oan 't kanaelgraven. Om even út to pûsten, gong er op 'e tsjerke sitten om even út to rêsten. Doe sakke de hiele tsjerke yninoar. De reus bruts 'm. Sa krige dat plak de namme Britsum.
nl.verhalenbank.21958
Stammerige Harm syn mem hie in winkeltsje. Op in joun sieten se dêr meielkoar oan 'e kofje. Doe sei 't minske ynienen: "Nou is 't aanst myn tiid." "Hoe dat sa?" sei ien fan 'e oaren. Guon makken der in grapke fan. Ien sei: "Ast it liichste, mast de stok oer de bealch ha." Klokslach tolwe ûre yn 'e nacht die 't minske noch ien snok en doe wie se dea. Sy...
Sterke Hearke wie boerearbeider op it Bouwekleaster by Jan Binderts Kloosterman. Dêr wie ek in omkesizzer by Jan Binderts. Dat wie Germ de Vries. Se wienen us oan 't dongriden. Hearke mei noch in arbeider laedden togearre dong op 'e wein en stienen yn 't skerngat. Op it lân stie ien arbeider to oplûken. Jan Binderts brocht de dong nei 't lân ta. Hearke...
nl.verhalenbank.17691
Der wie in frou, dy lei op har stjerbêd. Mar sy koe net ta stjerren komme. De soan tochte hoe kin dit sa. Mar doe kom 't him yn 't sin dat se klean oan hie, dy't op snein makke woarn wienen. Hy krige gau de skjirre en bigong yn 'e klean om to knippen. Oer de skouders en by 't boarst en by de mouwen. Doe blaesde syn mem de lêste sike út.
nl.verhalenbank.11549
Die zelfde man vertelde mij, hoe men te weten is gekomen, dat N.N. een kol was. Toen ze alle nachten op de paarden van C.H. reed, die op de nu gesloopte oude boerenplaats gewoond heeft, gingen wij op een goeden keer onder het weivat zitten met een kaars bij ons. Toen we hoorden, dat de kol goed aan den gang was, gaven we een trap tegen het weivat; toen...
Er was ereis een molenaar, die zijn molen 's nachts maar niet wou draaien. Wat ze er aan deden, het gaf allemaal niets. Geen knecht kon hij houden; want, of ze kwamen verschrikt 's nachts uit den molen vliegen, of ze bestorven het, als ze er een poosje geweest waren. Op een goeden dag komt er een bedelaar aan de deur. "Wil je helpen malen," zei de...
nl.verhalenbank.9409
Der was ers een molenaar en die had een molen en die wou maar niet draaien. Wat ze er aan danen of niet, er was niks mee te beginnen. Geen knecht kon ie houden, want òf ze kwamen verschrikt 's avonds uit den molen vliegen, òf ze bestierven het as ze er een poossie geweest waren. Op een goeden dag kwam er een bedelaar an de deur. "Wil jij me helpen malen?"...
nl.verhalenbank.9194
In het jaar 1839 spookte het in een boerenwoning te Zunderdorp. Daar woonde een zeker meisje bij haar grootmoeder. Dat meisje heette Alida Moezereen. Het meisje had eenig geld. Iederen nacht werd ze mishandeld. Nu meende men dat de grootmoeder haar bekolde. De gemeenteraad besloot zich met de zaak te bemoeien. Er werd gewaakt door Dirk Broers, een...
Een boer in Benschop had veel mensen afgezet. Er stond een hand bij hem in de staldeur gebrand. Dan kon je 't altijd zien. Ik heb m'n moeder wel eens horen zeggen, dat bij iemand de pullen op de schoorsteen stonden te dansen. Het licht werd uitgeblazen. "De zwarte hand regeert weer!" zeiden ze dan.
3.44. Bijgeloof geëxploiteerd In Beugen lag een weide, die verkocht zou worden, daar de eigenaar gestorven was. In dien tijd begint het er echter 'schuinsch' uit te zien, daar 's avonds een wit spook met een tooverachtig licht genoemde weide tot danszaal verkiest. Natuurlijk verspreidde zich dit nieuws weldra en men kon zich ook gemakkelijk van de...
2.37. Kabouters te Luiksgestel Van de Kaboutermannekens die in de heide en de bergjes achter het Boscheind hebben gewoond, waar vele heidensche door mij geopende grafheuvelen liggen, mochten de inwoners van dit dorp langen tijd menigvuldlge diensten genieten. Wanneer de huislieden deze verlangden, kwamen twee Kabouters die verrichten. Op de kas of de...
Vroeger, heel vroeger, toen de kabouters nog leefden, hadden zij hun hoofdkwartier in de Alverberg te Hoogeloon. Het waren zeer hulpvaardige ventjes, maar ze werden niet graag bij hun werkzaamheden gestoord. Nu woonde er vroeger in Hoogeloon een boer waar de alvermannetjes gewoonlijk allerlei werkzaamheden kwamen verrichten zoals wassen, strijken,...
Nu hadden kabouters aan één ding geweldig het land. En dat was wanneer ze bespioneerd werden. Dan werden ze boos en had men geen voorspoed meer van hen te verwachten. Een boer in Bergeijk had daar heel slechte ervaringen mee opgedaan. De kabouters waren eens op een nacht bij hem aan het werk. De boer wilde wel eens wat van die werkzaamheden zien en kroop...
nl.verhalenbank.49836
Een kaersie mossie een antal keer uitblaeze en wat t'r overschoot zôveul kindere krijg ie.
No. 18. Over de kaboutermannekes die op de heide in de bergjes achter het Boscheind te Luiksgestel woonden, weet men nog heel wat te vertellen. Ze waren zeer hulpvaardig. Wanneer de boeren dat verlangden, kwamen twee kabouters het werk doen. Op de kas of op de tafel vonden ze dan een stuiver, die de bewoners er voor hen hadden neergelegd. Wilde men de...
nl.verhalenbank.46552
DE SCHAT IN DEN KELDER. Op zekeren nacht was éen waterenvuurvrouw uit de Capucijnen straat te Maastricht in haar kelder aan het ,,fommen" (*) maken. Dit deed zij bij het licht van een kaarsje. Plotseling werd het kaarsje uitgeblazen. Zij meende, dat dit door den wind kwam. Tastend zocht zij de trap en ging naar boven, stak een lamp aan en keerde met die...
nl.verhalenbank.42972
DE WRAAK DER ALVERMANNETJES. Te Meerssen klopte het 's avonds altijd op de luiken. Dat deden de alvermannetjes. Ze riepen dan altijd: ,,Leent me dit, leent 'me dat?" Ze vroegen meestal kookgerei. De menschen moesten gebruikte ketels, potten en pannen buiten zetten en dan kwamen de ventjes ze halen. 's Morgens vonden de bewoners hun huisraad weer terug,...
nl.verhalenbank.42881
Erwtenroeleke Wie niet spinnen of bakken kon, was Erwtenroeleke, die op Kasteren woonde. In dit oeroude overdommelse gehucht stonden sinds 1902 twee lantaarnpalen. Hannes Waggel, die niet recht vooruit lopen kon en bij de gemeente werkte, had ze er mee helpen neerzetten. De ene paal stond bij het houten brugske, vlakbij de grote sluis en de andere paal...
0